
Het verdriet van de liefde
Van verrukking naar verveling: ooit wordt de partner verlaten
door Marjon van Royen
De liefde is voorbij, het huis leeg. Duizenden blijven onthutst achter, hun leven in scherven. Toch ergert de omgeving zich aan liefdesverdriet en luidt het meest gehoorde advies 'kop op, niet zeuren'. Reportage over wanhoop en woede - de bons en wat dan.
Het is inmiddels tweehonderdachtenzestig dagen en zeven uur geleden. Het huis met de kleine horren voor de ramen in IJmuiden ademt nog steeds de geur van een verlaten nest. Op de muur het bleke vierkant van het lievelingsschilderij dat hij heeft meegenomen. Daarnaast de bruine vlek van de koffie die zij er tegenaan heeft gesmeten. "Dat je zo allejezus onderuit kan gaan", zegt Anna (34) nog altijd een beetje verbaasd. "Terwijl ik toch heus geen watje ben."
Haar figuur is het enige dat ze eraan heeft overgehouden: "Vijftien kilo verdriet eraf, en toch voel ik me nog steeds een jutezak op pootjes". Ze rommelt in de kastjes, vult de ketel, het dagelijkse die ze zeven jaar lang met haar vriend Robert (36) deelde. Hij een vriendelijke olifant die zijn liefde uitdrukt in het buitenzetten van de vuilniszak; zij een ongeduldige wesp die maar blijft prikken omdat ze 'nabijheid', 'samenzijn' wilde voelen. Op een gegeven moment, ze weet het goed, het was half november, begon hij met 'sluiks gesmiespel'. Vreemde muziek op zijn walkman, verkeerde smoezen. Aanvankelijk ontkende hij, en geloofde zij maar al te graag dat er geen ander in het spel was. Toen kwam de aap uit de mouw. Scenes, huilbuien. "Het complete scenario van grote verwarring van man op kruispunt tussen vrouw en geliefde" zegt ze.
De nachtmerrie begon pas goed de avond dat hij met een koffer en een laatste 'Onthou, ik hou van je' de voordeur uitliep. "Die man had me verlaten en van de weeromstuit wist ik niet meer wie ik was." Ze kijkt naar de stoom die uit de waterketel blaast en gaat achterover zitten. "En toch heeft hij niet zulke Robert Redford-achtige kwaliteiten dat je kan zeggen: zo iemand is nooit te vervangen. Hoe is het mogelijk, die eenkennigheid van liefdesverdriet."
Nog steeds kan Anna overvallen worden door beelden van wat ze nu 'het sprookje van Robert, Anna' noemt. "Dan kom ik langs dat restaurantje waar we toch altijd zo leuk samen aten. Zit ik meteen weer emmers vol te janken. Tegelijk kan hij wat mij betreft doodvallen." Juist de tegenstrijdigheid maakt liefdesverdriet zo verscheurend, zegt Anna. Uit de kast haalt ze het boekje dat Renate Rubinstein schreef na haar scheiding: 'Hoe kun je treurig zijn om het verlies van iemand die zo slecht is dat hij je uit eigen wil treurig gemaakt heeft?' citeert ze Rubinstein. 'Hoe kun je zonder meer woedend zijn op iemand aan wie je gewend was liefdevol te denken? Wat in zo'n ziel ontstaat is complete chaos.' Anna knikt. "De weduwe kan bloemen brengen op zijn graf, snikkend de foto's afstoffen waarop zij samen vereeuwigd staan. Maar jij bent gedwongen om alles af te breken. Je komt hem tegen bij de groenteboer, met zijn nieuwe vrouw. Je moet de ander dus 'weg-doen', nadat je eerst zelf bent weggedaan."
Monomaan zocht ze naar antwoorden. "Je probeert toch een logica te vinden. Ik wilde een verklaring. Een definitief advies." Ze denkt even na en begint dan te lachen: "Ik was natuurlijk één grote kletsdiarree". Toch begon ze te merken dat haar vrienden terugdeinsden. De eenzaamheid die volgde brak haar bijna op. "Liefdesverdriet irriteert, heb ik gemerkt. En geef toe: al die paniek is natuurlijk het meest pathetische wat er bestaat. Alleen al de taal!"
Vrij worstelen
Het is stil in de lange donkere straat in IJmuiden waar Anna woont. Het leven heeft zich achter de verlichte ruiten verschanst. De liefde tussen twee volwassen personen is de kurk waarop het Hollandse privéleven drijft. De binding van kerk, VARA en buurt is verdwenen. Oma's, tantes en neefjes zijn een vrijwillige optie geworden, net als vrienden en kennissen. Ook de liefdesband zelf is veranderd. Het huwelijk is geen doel meer op zichzelf.
"Er zijn nog maar weinigen die geloven dat er op de wereld slechts die ene bestaat", zegt de Rotterdamse socioloog Ruut Veenhoven. "Zoals het huwelijk van onze grootouders nog door vaste regels werd gedragen - het mannetje de ene taak, het vrouwtje de andere. Zo is de liefde nu een partij vrij worstelen geworden waarin zeer hoge eisen worden gesteld aan het individuele vermogen om lief te hebben, bindingen aan te gaan, intimiteit te creëren." Het huwelijk van onze grootouders was misschien koeler en afstandelijker, meent Veenhoven, maar ook veiliger. "De man ging eten in de herensociëteit. De vrouw verzorgde de linnenkast met haar schoonmoeder. Het was een contract waar je niet vanaf kon. Tegelijk was het ook gewoon."
Nu is dat anders. Alle kaarten worden op die ene exclusieve liefdesrelatie gezet. Er moet 'gewerkt' worden aan relaties, mensen moeten elkaar 'aanvullen', 'aanvoelen', 'naar elkaar toe groeien'. En als het mislukt is het maatschappelijk geen schande meer, maar wel een uiterst pijnlijk persoonlijk falen.
De individualisering van de samenleving heeft niet geleid tot een explosie van de 'vrije liefde'. Geen netwerken van vrienden en vriendinnen die de prioriteit krijgen boven exclusieve relaties, zoals populaire relatiedeskundigen als Iteke Weeda in de jaren zeventig nog voorspelden. Meer dan negentig procent van de Nederlanders ziet het huwelijk als de meest ideale vorm van leven, zo bleek uit een groot onderzoek vorig jaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het traditionele kerngezin komt weliswaar minder vaak voor, maar dat betekent niet dat alleen wonen de norm is geworden. "Alleenstaanden beleven het soms als een aangename, maar dan toch voorbijgaande fase", schrijft het CBS.
We leven in het tijdperk van de zogeheten seriële monogamie. Mensen beleven drie, vier of meer grote liefdes in hun leven. Dat betekent evenzovele scheidingen. Alleen al onder de drieëneenkwart miljoen jongeren tot dertig jaar, zo becijferde het CBS, gaat een kwart binnen de drie jaar, en een derde binnen de acht jaar uit elkaar. Honderdduizenden relaties tussen mensen onder de dertig worden jaarlijks dus verbroken. Tel daar de korter durende passies bij op, plus de liefdes die niet tot huwelijk of samenwonen hebben geleid, en het plaatje is compleet: door Nederland stroomt een zee van liefdesverdriet.
"Liefdesverdriet ?" Aan de andere kant van de lijn valt een lange stilte. "Klinkt interessant ... Maar ik denk dat we dat in de psychologie toch meer met kalverliefde associëren", zegt de Amsterdamse psycholoog Frijda. Een paar honderd kilometer verderop, in het academisch ziekenhuis van Groningen klinkt de vriendelijke stem van biologisch-psychiater R. van den Hoofdakker: "De bons krijgen, ja. Dat kan tot depressie leiden." Zo schuiven we nog een tijdje door de laboratoria van Nederland. Medisch psychologen, ontwikkelingsdeskundigen, psychiaters. "De reacties hebben wel iets met rouw te maken: ontkenning, agressie, acceptatie. De bekende fasen."
Toch is er met liefdesverdriet meer aan de hand: "Afgewezen worden geeft een magistrale knauw aan je zelfbeeld", zegt klinisch psycholoog Harry van der Wiel. "De illusies die je over jezelf had vallen in één keer kapot." Misschien kun je bij liefdesverdriet wel spreken van desintegratie: "In de liefdesrelatie bouwen mensen samen een nieuwe identiteit op. En op het moment dat de minnaar wegloopt wordt dit twee-eiïge zelfbeeld aan flarden gescheurd." De verlatene moet zichzelf volledig 'herschrijven'. "Dat is arbeid, zware arbeid, waarbij mensen kilo's verliezen." Meer dan trimmen of traplopen lijkt hem de vergelijking met urenlang in de stoel van de tandarts op zijn plaats. Des te schrijnender is dit proces in een samenleving waarin de posities en rollen van mensen steeds minder vastliggen.
Toch moet ook Van der Wiel bekennen: in de op de natuurwetenschappen geïnspireerde school waar de meeste psychologen deel van uitmaken, worden "dit soort existentiële thema's waar het echt in het leven om gaat" niet of nauwelijks onderzocht. Omdat het moeilijk meetbaar is, omdat er geen gemakkelijk succes mee te behalen is, omdat er geen financiering voor is. "Dat zegt natuurlijk ook iets over het taboe dat er in onze cultuur op liefdesverdriet rust." Hij verwijst naar het verweer van een Amerikaanse senator, toen wetenschappers geld vroegen om onderzoek te doen naar het verschijnsel liefde: "We willen nog wel dat iéts in het leven mysterieus blijft".
Slaapkuur
"Ik was bang te verdwijnen. Een idee van 'wij', van 'ons' lag aan diggelen. Niemand dacht aan mij, niemand zag mij, niemand raakte mij aan, schreeuwend en jankend was ik bezig uit mijn eigen gezicht te verdwijnen." 'Moedig', noemden sommigen Renate Rubinsteins' beschrijving in 1978 van de blinde paniek waarin ze na haar scheiding terecht kwam. Anderen vonden de ontboezemingen in haar boek Niets te verliezen en toch bang 'een beetje te rauw'. Zelf, zei ze, schreef ze over haar liefdesverdriet omdat ze simpelweg over niets anders kón schrijven. "Gedurende het eerste half jaar was ik zelfs niet in staat om een artikel in de krant te lezen, laat staan op te nemen, laat staan te verwerken." In wanhoop ging ze naar een psychiater. "Ik geloof dat ik in die tijd niet normaal neurotisch was, zoals hij dacht", schrijft Rubinstein. "Maar ik was gek. Gek van angst. Het arbeidskamp, de militaire dienst, het dwangbuis van de slaapkuur - voor mij was dat allemaal beter geweest dan de beschaving, die ik tot mijn laatste druppel inkt zal verdedigen, maar waar ik niet tegen kon."
Verlaten worden, zegt Rubinstein, is één van de meest ontwrichtende ervaringen die in het ontwikkelde Westen bestaan: "Degene die het niet wil, komt terecht in een bodemloze kinderangst. Terwijl degene die wil, ondanks alle schuldgevoel, de macht over zijn eigen leven houdt." Om haar heen zag Rubinstein de 'epidemie' van scheidingen op gang komen. Een samenleving met de breuk als schouwspel van iedere dag. "We zullen over dit gevoel de komende jaren nog veel horen", voorspelde Rubinstein.
Nu, achttien jaar later, is er bij de hulpverlening nog weinig te merken van een toegenomen aandacht voor liefdesverdriet. "Op zich leidt de klacht 'de bons gekregen hebben' niet naar ons", zegt psychiater Hilbert Kuyk van het RIAGG in Amsterdam. "Als ik zo iemand op mijn spreekuur krijg, zeg ik: jammer, maar wat kan ik eraan doen?"
Uithuilen
De hoge schoorstenen en de productiehallen van de Hoogovens staan als een toverberg in het landschap. Op het kantoor van de medische dienst klinkt geschuifel. Anders dan bij de hulpverleners hier een direct antwoord.
"Natuurlijk hebben we wel eens met liefdesverdriet te maken", zegt bedrijfsarts Van Geen. Meer dan vroeger zelfs. Zo'n drie tot vier liefdesverdriet personen per maand, op een totaal aantal werknemers van 31.500. Het blijft natuurlijk een gering percentage. Maar hij krijgt ze: "Van die mannen die dan thuis blijven zitten en aan zelfbeklag doen." Nee, compassie heeft hij er niet mee. Van Geen laat ze uithuilen - natuurlijk huilen mannen, en hoe. Maar hij geeft wel zijn eigen mening. 'Accepteer dat het zo is. Recht je rug, spuug in je handen, en ga er weer tegenaan.' Van Geen probeert die mensen zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen. Wel zorgt hij ervoor dat ze bij 'veiligheidssituaties' worden weggehouden. Het werken met vloeibaar staal bijvoorbeeld, of op grote hoogtes.
Wat hij doet als er een partner overlijdt, of ernstig ziek is? Tsja, zegt Van Geen, daar doet hij voorzichtiger mee. Hij geeft ze langer de tijd. Eigenlijk heeft hij er nooit zo over nagedacht. "Maar voor een begrafenis heb je volgens de CAO recht op vrij, en voor een scheiding nu eenmaal niet."
Die avond, in één van de blokkendozen van IJmuiden zit een werknemer van Hoogovens aan zijn tafel. Voor hem een gelinieerd schoolschrift met spelende beren op de kaft. Strikt anoniem wil hij blijven. Heeft ook niets tegen artsen, collega's of ploegbaas gezegd. "Ik ga daar niet een beetje in mijn ziel en zaligheid bloot." Maar hier in zijn 'privé', thuis in deze lek geslagen broeikas van geluk, wil hij wel een tipje van de sluier oplichten. "Ik zie niet in waarom ik nog door moet gaan", heeft hij met grote halen in zijn beren schrift geschreven. "Ik dacht dat onze liefde van twee kanten kwam. Hoe heb ik me zo kunnen vergissen? Ik kan niet zonder haar. Zo wil ik niet meer!" Meent hij dat nu? Weet hij zeker dat er voor hem niets meer is weggelegd? De man knikt langzaam. "Zo zeker als m'n ouwe moer, juffrouw".
Haaruitval
Mijn moit myn bloit is my ontsoncken
Myn juecht myn vruecht heeft my begeven
Mijn oghen betoghen myn herte ontsoncken
Mijn macht myn cracht is my ontdreven
Mijn sinnen in minnen soe jammerlijc sneven.
In het referein 'God weet wie het is om wie ik lijd' beschrijft de Hollandse rederijker Jan van Stijevoort een liefdesverdrietige: verkrampte spieren, verlamde benen, slapeloosheid, haaruitval (myn haren by paren ontvallen mij). Het gedicht uit 1524 schetst de somatische klachten en martelende pijnen die door de afwijzende geliefde teweeg worden gebracht.
'Nooit heeft een geleerde iets gelijkaardigs beschreven gevonden', stelt de verdrietige. 'Geen enkele heelmeester wist een medicijn voor me. Een bitterder lot valt niet te bedenken; geen zwaardere, niet af te leggen last!'
"De Middeleeuwse dichtkunst mag dan in het teken van dit soort gevoelens hebben gestaan", relativeert socioloog Ruut Veenhoven. "In de praktijk waren er weinigen die zich aan de romantische liefde konden overgeven." Pas nu is de liefde voor iedereen bereikbaar geworden. Des te opvallender is het dat niet meer de kunst en de wetenschappen, maar Lieve Lita, Margriet en smartlap zangers zich met de donkere kanten ervan bezig houden. Heeft de bereikbaarheid van de liefde iets veranderd aan het karakter of de heftigheid van het liefdesverdriet?
"Nee", zegt Igor van Krogten stellig. Liefde is door de hele geschiedenis hetzelfde gebleven: "Het is en blijft Leiden in last". Met grote uithalen ontvouwt hij zijn 'liefdestheorie'. Een krap kamertje, een zijden dasje in een open staand overhemd, uitzicht over de daken van Amsterdam. Van Krogten is de enige psycholoog in Nederland die een systematische 'liefdestheorie' ontwikkelde. In zijn boek Proustian love neemt hij de stand van de wetenschap op. "Die is in een paar bladzijden af te doen", stelt Van Krogten tevreden vast. Daarom speelt hij voor zijn theorie leentjebuur bij de Franse schrijver Marcel Proust.
"Al vanaf het begin zit het verdriet in de liefde ingebakken", stelt Van Krogten. De mens probeert in de liefde namelijk iets te bereiken dat nooit te verwezenlijken valt. Het was Freud die de weg opende naar het besef dat het verscheurende van de liefde iets te maken heeft met 'vroeger'.
Kinderen haken naar de geborgenheid en warmte van hun ouders. Dit verlangen naar 'hechting' en 'nest' zet zich een leven lang voort - met alle verlatingsangsten van dien.
In de puberteit ontstaat dan het erotisch verlangen. Mensen gaan beelden maken van sensuele mannen en vrouwen. Op het moment dat er iemand langskomt die aan dat plaatje voldoet, ontstaat de liefde. "En dan gaan de poppen dus aan het dansen." Die ander moet namelijk aan twee tegenstrijdige beelden voldoen. Hij moet de koesterende, veilige moeder zijn waaraan je jezelf zo verschrikkelijk hecht. Tegelijk moet hij het verlangen hooghouden naar de spannende hoer of Don Juan. Man-vrouw, homo- of hetero, het maakt in Van Krogtens' theorie geen verschil. In deze 'mix van plaatjes' ontwikkelt zich de liefde. Verrukking, vergetelheid en overgave. Jaloezie, angst en dodelijke verveling. En dan opeens klapt de ballon. De geliefde denkt: ik ga eens een deurtje verder kijken. "Zoals het einde in de liefde zit ingebakken, zo zit ook de eeuwige zoektocht ernaar in de méns ingebakken. Hoevelen sinds Sappho hebben niet geroepen: dit nooit meer! Maar dat verstand van ons is als die dijkjes in de Betuwe; bij het minste of geringste stroomt het over."
De minnaar blijft radeloos achter. Er gebeurt immers precies dat waar we als kind zo bang voor waren. Maar daarbij komt nog iets heel anders. Het 'verraderlijke van de gewoontevorming', noemt Van Krogten dit. Samen het bed, samen een stel. "Al dat plotselinge 'ik' en 'mijn' zeggen klinkt mij even potsierlijk in de oren als Dieu zeggen tegen God", zo beschreef Rubinstein dat plotselinge gemis aan de dagelijkse verwevenheid.
Lange tijd is de verlatene daarom niet in staat de breuk te erkennen. Ze komt wel weer terug, denkt hij. Opbellen, brieven schrijven, in de illusie de ander terug te kunnen halen. "Mensen proberen natuurlijk een zin, een reden te zoeken voor al dat verdriet", zegt Van Krogten. Maar uiteindelijk is dat er niet. Zoals ook de terugkerende beelden van het mooie dat geweest is, de zogeheten 'obsessive review' geen enkele verlossing biedt. Verlost wordt men uiteindelijk alleen door de tijd. "Je doet je boodschappen, de was, je komt afspraken na. En op een gegeven moment kom je erachter dat er iets is veranderd. De gewoontevorming die je zo aan die ander deed hechten is vanzelf doorbroken. Je gaat naar een nieuwe geliefde verlangen. Niet omdat die ander is weggegaan, *****maar omdat je zelf bent veranderd."
Stress
'De tijd tikt alle hoeken rond; tikt je weer gezond. De tijd tikt alle
leugens waar, en tikt Kees weer klaar'. "Onzin", zeggen de stressdeskundigen over deze liefdeswijsheid van Herman van Veen. "Liefdesverdriet is een serieuze trauma-ervaring met duidelijk te beschrijven lichamelijke reacties." Niet door psychologen, hulpverleners en relatiedeskundigen. Maar in de laboratoria van de farmaceutische industrie wordt al jaren gewerkt aan liefdesverdriet. Bij apen, bevers en muizen worden de fysiologische reacties getest. Onderzoekers ontdekten de signaalstof serotonine die in de hersens loskomt bij acute stress. De stof werkt in op de zenuwcellen en tast het immuunsysteem aan. Vandaar ook dat liefdesverdriet personen letterlijk 'ziek' kunnen worden van pijn. De hele hormoonhuishouding verandert, de adrenaline komt in het bloed vrij. Uiteindelijk leidt deze chemische carrousel tot wat wij omschrijven als een gevoel van paniek of depressie.
Stressdeskundige Egbert van der Poel verklaart het proces voor beginners
"Neem een oude Batavier die in het bos een beer tegenkomt. In zijn hersens ontstaat er een stevige serotonine-impuls waardoor hij hard kan wegrennen, of met een mes de beer kan doodsteken." Dergelijke lichamelijke reacties zijn nu overbodig, maar dezelfde stoffen treden nog steeds in werking. Wij zijn daarom te vergelijken met die ene onhandige Batavier, die bij het zien van een beer juist aan de grond genageld bleef staan. "Voordat hij werd opgegeten moet hij hetzelfde hebben gevoeld als de liefdesverdriet persoon van nu", meent Van der Poel. Hartkloppingen die aanvoelen als kleine hartaanvalletjes. Een verhoogde spierdoorbloeding, verhoogde temperatuur en versnelde ademhaling die een permanent benauwd gevoel op de borst veroorzaken.
Doordat er geen uitlaatklep is voor deze reacties, komen mensen in een vicieuze cirkel van totale paniek. In biofysiologische kringen worden de gevolgen van een beetje stevig liefdesverdriet vergeleken met tien jaar lang twintig sigaretten per dag roken. "Doorslaggevend is het gevoel van machteloosheid", zegt Van der Poel. De verlaten persoon moet proberen opnieuw controle te krijgen. Dat doet hij bijvoorbeeld door de hele liefdesgeschiedenis te herschrijven. Hij wordt woedend, probeert de ander van alles aan te wrijven. Hij zal er alles aan doen om weer partij te worden. Vooral mannen proberen de situatie in de hand te krijgen door de oorzaak juist te ontwijken. "Ze vrijen zich suf met andere vrouwen, ze krijgen het het idee weer mee te tellen."
Sinds kort is er een middel op de markt dat snel en effectief werkt. Het medicijn Prozac bevat stoffen die direct ingrijpen op de serotonine-vorming in de hersenen. De chemische reacties die door de serotonine op gang komen, worden door Prozac beïnvloed. Prozac als 'verdriet-pil' van de toekomst dus? "Misschien", zegt dierfysioloog Von Holst. Aan de universiteit van Bayreuth bestudeert hij de fysieke effecten van paarvorming op veldmuizen. Opgetogen vertelt hij over de 'fantastische' verbeteringen van de gezondheid bij zijn muizen, zodra ze samen een gelukkige paar vormen. Het immunologische systeem en ook de hormoonspiegel worden 'tip top'. De mannetjes maken ook spontaan grotere hoeveelheden van het sexhormoon testosteron aan. Wat gebeurt er als hij het muizenpaar uit elkaar haalt? Aan de andere kant van de telefoon klinkt een lange stilte. "Dass kann ich nicht, wenn sie einander so liebhaben."
Haat
Met een flinke vaart reed hij van IJmuiden naar Heemskerk. Het was al donker. De wegen verlaten. Het geluid van de machine verdoofde hem. Machtig en hoog zat hij op de stuurstoel. De grootste laadschop van Europa. Vier meter breed, 95 ton zwaar, alleen al de wielen waren twee meter hoog. Nog even en dan zou hij bij haar zijn. Bij het huis waar ze zich 'laf' verschanste. Hoe kòn ze hem verlaten? Eenmaal in Heemskerk laveerde hij zijn bakbeest door de smalle straten.
"Opeens ik zag een gigantisch monster met lichten", vertelt mevrouw Van der Moer die net haar hondje uitliet die avond. "Auto's lagen op hun kop. Eentje was platgedrukt tegen de Co-op." Overal zag ze mensen die probeerden hun auto te redden. Een man kon nog maar net uit zijn auto springen voor die in de bek van de shovel werd geschept. Met de brandende auto in zijn kaken reed de shovel verder, gevolgd door de politie die niet goed wist hoe de man te stoppen. Uiteindelijk kwam hij tot stilstand. Midden op de gevel van zijn geliefde Sandra. "Er kwam zo'n onbeschrijfelijke haat naar boven toen ik haar die middag met een ander zag", zou Hans van W. later verklaren. "Ik kón niet anders." Zijn er verschillen in de manier waarop mannen en vrouwen met liefdesverdriet omgaan? Advocaat De Groot ziet ongeveer alle echtscheidingen in IJmuiden. Het andere advocatenkantoor in de stad vertegenwoordigt dan de partner. "Nou en of er verschillen zijn", zegt De Groot. Wat hem zo opvalt is dat vrouwen meestal veel kraniger zijn, ook al hebben ze materieel vaak het meest te verliezen. "De mannen hebben veel meer begeleiding en aandacht nodig", knikt mevrouw De Groot die haar echtgenoot in zijn praktijk bijstaat. Laatst had ze weer zo'n man: "Ze stond toch altijd met kopjes koffie voor me klaar, de was gestreken, het huis op orde." Tsja, zegt mevrouw De Groot, als dat het belangrijkste voor hem was, vind je het gek dat ze er vandoor ging?
Het feit dat mannen vaak niet gewend zijn voor zichzelf te zorgen, intieme vriendschappen en contacten op te bouwen, speelt voor de verwerking van een scheiding een belangrijke rol. "Bij een groot deel van de zwervers zie je dat aan het begin van hun zwerversbestaan een scheiding of een kapotte liefde zit", zegt Harry Nagel van de Amsterdamse GG, GD. "Juist mannen kunnen door liefdesverdriet flink uit balans raken." Breek hem de bek niet open. Hij weet nog goed hoe het hemzelf overkwam.
Het gevolg van dit mannelijk minvermogen maakt dat mannen - meer dan vrouwen - de ander pas verlaten als ze een 'alternatief' hebben gevonden. "Mannen worden echt ongelukkiger", zegt Ruut Veenhoven. "Ze plegen echt zelfmoord en komen echt onder auto's. Daarom lopen ze minder snel weg, en nemen liever een overstapje." Gebeurt het onverhoeds toch dat de man wordt verlaten, dan reageert hij doorgaans meer als de Batavier die een beer tegenkomt. Alleen al bij advocaat De Groot in IJmuiden kloppen per maand gemiddeld twee vrouwen aan die een straatverbod willen voor hun ex. Met draaiende motor voor de deur blijven staan, aanklampen op straat, stenen door de ruit. Het blijkt allemaal te horen bij de manier waarop mannen met hun 'fase van ontkenning' omgaan.
In Amsterdam werd een aantal jaar geleden het zogeheten 'bloemenverbod' uitgesproken: Een man die zijn ex-vrouw bleef bestoken met bloemen als teken van zijn immer durende liefde, kreeg van de rechter een bloemenverbod.
"De vrouw doodt hem meestal na jaren van fysieke mishandeling. De man slaat zijn vrouw dood wanneer zij de benen wil nemen", concludeert de journaliste Alice Fuldauer in haar studie naar partner-doding. Jaarlijks worden in Nederland 45 mensen door hun partner vermoord. In tachtig procent van de gevallen zijn het mannen die hun vrouw vermoorden. In bijna alle gevallen wilde de vrouw haar man verlaten, of had ze dat al gedaan.
Onaangepast
Op 8 november 1991 werd de IJmuidense shovelaar Hans van W. veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Zestig auto's en tien lichtmasten had hij in zijn vaart meegesleept. De schade bedroeg meer dan een half miljoen gulden. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat de man zijn zekerheid aan zijn shovel ontleende. Toch trouwde Hans van W. een paar maanden later met zijn Sandra. Inmiddels zijn de twee alweer gescheiden, en leeft Hans met een nieuwe vrouw. "Ik wil er niet meer over praten", zegt hij woedend. Hij heeft ervoor gezeten, per advertentie heeft hij zijn excuus aan de gedupeerden aangeboden.
"Liefdesverdriet is een van de weinige dingen waar onze samenleving niet tegen beschermt en ook niet mee om kan gaan", had Ruut Veenhoven gezegd. Zoveel wanhoop en verdriet is gevaarlijk en ongepast in een tijd waar controle en gelijkmatigheid de toon voeren. Liefdesverdriet wordt beschouwd als een ongemakkelijke onaangepastheid, in plaats van een tijdelijke ongesteldheid waar miljoenen mensen cyclisch mee worstelen. Juist daardoor tikt het verdriet als een tijdbom onder de centraal verwarmde levens die de stabiliteit van Nederland vormen. Veenhoven: "Het is een prestatie te noemen dat nog zo weinig mensen op shovels klimmen".