maandag 17 september 2012

Ik ben als glas ...


Ik verander als er licht door me heen gaat,
licht van mensen, goddelijk licht.
Dan schitter ik in alle kleuren
die mij vanuit mijn oorsprong gegeven zijn.

Op een donkere plaats verlies ik mijn helderheid,
mijn transparante glans.
Totdat er iemand voorbijkomt
die mijn oorspronkelijke kleuren herkent,
in mijn glans gelooft en mijn donkere kant
opnieuw leert keren naar het licht.

Mijn glans weerkaatst op de boodschapper van het licht,
geeft hem alle kleuren van het spectrum en bevestigt zo
de wet van het tienvoudige rendement.

Door onzorgvuldig gebruik val ik in stukken uit elkaar,
maar ik ben niet verloren.
De stukken worden opgeraapt, gesneden en geslepen
tot een nieuwe, meer verfijnde compositie.

Delen die niet meer passen in het nieuwe geheel,
worden niet langer gebruikt.
Scherpe kantjes worden weggeslepen
en veranderen in puur wit zand.
De naden blijven zichtbaar, verstoren de compositie niet
maar geven haar extra kracht en ondersteuning.
Ik bezeer nooit iemand uit mezelf.
Enkel wie me breekt, kan zich aan mij bezeren.

Zo gaat het proces steeds verder en verder,
totdat er uiteindelijk
niets anders overblijft dan puur wit zand.
Zand dat wegwaait in de wind en danst
met wie er mee in aanraking komt.
Zand dat opgaat in het licht.

Zo keer ik terug naar mijn oorsprong,
naar mijn thuis zonder einde.
Wat blijft is een herinnering.
Een herinnering aan kleur, aan schittering,
aan oorspronkelijke zuiverheid.

Uit stof en licht ben ik gemaakt, tot stof en licht keer ik weer.
Om uiteindelijk opnieuw uit stof en licht gemaakt te worden.
Wat ik werkelijk ben, is oneindig.

Ik ben als glas ...

Marjo Dohmen