vrijdag 7 december 2012

De trouwe hond


Er was er eens een man die gelukkig leefde met zijn vrouw en hun enige pasgeboren zoon. Op een dag zei de vrouw tot haar man:

"Jij blijft hier met onze zoon terwijl ik naar het badhuis ga.
Ik zal niet lang weg blijven."

Terwijl de man thuis zat en zijn zoon boven lag te slapen, kwam er een boodschapper van de koning. De koning wilde dat de man onmiddellijk naar het paleis kwam. De man kon daarom niets anders doen dan de koning gehoorzamen en naar het paleis gaan.

De man maakte zich geen zorgen om de jongen die hij alleen moest achterlaten in het huis omdat hij een trouwe hond had om hem te bewaken. Deze hond die bij hen was komen wonen toen het nog een puppy was, was een deel van de familie geworden. Daarom kon de man de deur van het huis met een gerust hart sluiten en op weggaan samen met de boodschapper.

Toen de man terug kwam van het paleis liep de hond naar de deur zoals gebruikelijk om zijn baasje enhousiast te begroeten. Toen de man de hond over zijn kop aaide zag hij dat de haren om zijn bek onder het bloed zaten. Onmiddellijk kwam de gedachte bij hem op dat de hond zijn zoon aangevallen moest hebben, en dat het bloed op de bek van zijn hond dat van zijn zoon moest zijn. In een aanval van blinde woede pakte de man zijn stok en begon de hond te slaan. Hij bleef doorgaan met slaan. Op het laatst kon de hond de klappen niet meer aan en stierf.

De man droeg de hond naar buiten om hem te begraven toen hij plotseling een baby hoorde huilen. Hij liep op het geluid af dat achter een struik vandaan leek te komen. Eenmaal daar aangekomen, zag hij zijn zoon liggen. Levend. Naast zijn zoon lag een wolf. Een wolf die door zijn trouwe hond was gedood om het kind te beschermen ...

Plotseling realiseerde de man welke fout hij had begaan, een fout die nooit meer ongedaan kon worden gemaakt.