donderdag 17 januari 2013

Brief aan de psycholoog


Aan de afdeling psychiatrie,

Ik heb de eer, u hierbij mijn uiterst zonderlinge toestand uiteen te zetten. Mijn vader en ik woonden samen en we bezaten een radio en TV. Hij was weduwnaar, en ik was ongehuwd.

Beneden ons woonden een weduwe en haar dochter, beide schoon van uiterlijk en zonder radio en TV. Ik werd verliefd op de weduwe en trouwde haar. Mijn vader trouwde de dochter van mijn vrouw. Toen begon de ellende.

Daar mijn vader de dochter van mijn vrouw trouwde, dus ook mijn dochter, is mijn dochter nu mijn moeder. Ik ben echter tegelijkertijd haar vader, omdat ik met haar moeder getrouwd ben. Verder werd mijn vader ook de schoonzoon van mijn vrouw en ik dus zijn schoonvader, aangezien ik met de moeder van zijn vrouw getrouwd ben. Maar dat is nog niet alles.

Mijn vrouw kreeg inmiddels een zoon. Dat is ook mijn zoon, maar tevens de broer van mijn schoondochter, omdat zij een dochter van mijn vrouw is. Hij is dus ook de zwager van mijn vader en mij. Ik ben dus de neef van mijn zoon. Dus ook de neef van mijn schoondochter, omdat zij een zuster van mijn zoon is. Dus mijn schoondochter is ook mijn tante. Het wordt nog erger!

De jonge vrouw van mijn vader werd moeder en haar zoon werd dus mijn broer. Mijn zoon is oom van mijn kleinkind, omdat hij de broer van mijn dochter is. Mijn vrouw is zijn grootmoeder, want zij is het kind van haar dochter. Ik ben dus zijn grootvader. Aangezien de grootvader van mijn broer ook de mijne is, ben ik zodus mijn eigen grootvader.

Kunt u nu begrijpen waarom ik zo in de war ben?

Met vriendelijke groet.