zaterdag 31 december 2011

Groeipijnen van het hart


'Waarom huil je?'

Een zachte vriendelijke stem doorbrak het snikkende geluid van het jongetje dat op bed lag en intens huilde. Geschrokken keek de jongen op. Naast hem op bed zat een gedaante die hem met helderblauwe ogen waarin medeleven en mededogen te lezen viel, aankeek en wiens aanwezigheid de hele kamer leek te doen oplichtten met een witgouden gloed
dat zich verspreidde in alle hoeken.

'Ik huil omdat mijn opa is gestorven', zei de jongen nog nasnikkend, 'vandaag is hij begraven en ik mis hem zo verschrikkelijk.' Nieuwe tranen welden op in zijn ogen terwijl hij zijn gezicht in het kussen begroef.

'Dat is erg,' zei de gedaante en legde zijn hand op het blond krullende haar van de jongen. 'Het is nooit fijn iemand te moeten verliezen.'

'Waarom gaan mensen eigenlijk dood,' vroeg de jongen opstandig. 'Opa was nog niet zo oud. En trouwens, twee weken geleden hebben we nog samen langs de polders gefietst en hebben we samen een hengeltje uitgegooid. Mamma zegt dat opa toen al ziek was, maar daar was niks van te merken. Mooi niet.' De lichtgroene ogen van het jongetje schoten vuur van verontwaardiging. 'We hebben samen nog gelachen toen ik een oude laars aan mijn hengel had zitten en opa heeft zoals altijd zijn sigaartje gerookt in het gras terwijl ik een krentenbol zat te eten. Dus hoe kon hij nou ziek zijn?' Vragend keek de jongen naar de gedaante op het bed.

'Dat weet ik niet, mijn jongen,' zei deze. 'Soms zijn mensen ziek zonder dat ze willen dat hun omgeving het weet en waarom ze dat doen kan vele verschillende oorzaken hebben. Misschien wilde je opa je geen verdriet doen en nog zoveel mogelijk tijd met je doorbrengen zonder dat je alvast verdrietig zou worden. En waarom mensen doodgaan?' De gedaante haalde licht zijn schouders op. 'Dat is iets tussen de mens en zijn Schepper en zij weten beiden wanneer het Tijd is om Thuis te komen. Ik begrijp dat dit heel moeilijk is te accepteren, maar het is iets waar noch jij noch ik zeggenschap over hebben. Het gebeurd en als het gebeurd dan is het nog niet altijd zo dat de mensen die achterblijven eraan toe zijn om ze op het aardse vlak los te kunnen laten.

'Maar dat doet ook zo'n pijn,' fluisterde het jongetje zachtjes en zijn stem leek wel gebroken te zijn. 'Het doet zo'n pijn en ik mis opa zo. En ik weet wel dat hij in de hemel is en al die dingen meer, maar ik wil dat hij hier is. Hier bij mij en ik bij hem.'

' En op een dag zal je dat ook,' zei de gedaante. 'op een dag zullen jij en opa weer samen zijn net zoals alle mensen op een dag ooit weer samen zullen zijn, maar niet nu en niet morgen.

Het zal nog lang duren en jij hebt nog een lange weg voor je liggen. Een lange weg die niet altijd gemakkelijk zal zijn. Het zal een weg zijn die af en toe bezaaid zal zijn met hobbels en dingen die je zullen belemmeren. En daarom doet dit ook zo'n pijn. Je hebt vast wel eens last gehad van groeipijnen,' vragend keek de gedaante de jongen aan die bevestigend knikte.

'Ja soms,' was het antwoord, 'dan doen mijn benen zo'n pijn dat ik ze er wel af zou willen schroeven.' Even glimlachte hij. ' En als je zo'n aanval van groeipijnen hebt, vertel je dat dan aan je vader en moeder?'

Ja, maar mamma zegt dat ze er weinig aan kan doen. Ze kan me troosten en mijn benen een beetje heen en weer bewegen en ze wrijft erover, maar verder zegt ze het hoort bij het groter worden. Zulke pijnen betekenen dat ik aan het groeien ben. Ik groei natuurlijk wel iedere dag,' de jongen keek naar de gedaante om te zien of deze hem wel goed begreep, ' maar zulke aanvallen maken dat ik in één keer een groeispurt doormaak en vaak krijg ik daarna ook nieuwe kleren omdat de oude me te klein zijn geworden.'

'Precies.' De gedaante knikte. ' Nu, zo is het ook met de pijn die je nu voelt van binnen in je Hart. Al klinkt het je misschien een beetje raar in de oren maar ook dit zijn een soort groeipijnen. Groeipijnen van het hart. Net als dat je lichaam iedere dag een klein beetje groeit, groeit ook je Hart iedere dag en verzameld daar een schat aan ervaringen die je ooit op een dag weer nodig zult hebben op de lange reis die je aan het maken bent en die is begonnen op de dag dat je geboren bent en zal eindigen op de dag dat je zult sterven. Iedere ervaring heb je nodig.

En af en toe maakt het Hart een groeispurt door zoals nu het geval is. Je kunt het groeipijnen van het Hart noemen. En net zoals je mamma zegt wanneer je groeipijnen in je benen hebt, je kunt er weinig aan doen. Andere mensen kunnen je troosten, ze kunnen je helpen door lief voor je te zijn en met je te praten. Ze kunnen je helpen om deze groeispurt door te komen, maar ze kunnen het niet van je overnemen. Je zult het zelf moeten doen en op een dag zal je beseffen dat je gegroeid bent. Gegroeid van binnenuit. En dan zal je dit verdriet dat nu zo zwaar op je weegt, kunnen dragen en het een passend plaatsje geven in jouw grote Hart. En dat kun je doordat je nu jouw Hart de kans geeft te groeien. Begrijp je dat?'

Met liefdevolle blik keek de gedaante op het jongetje neer.
Het jongetje knikte.

Moe maar toch minder verdrietig dan eerst viel hij in slaap.

De volgende morgen toen hij zijn pyjama onder zijn kussen legde vond hij een enkel veertje op de grond naast zijn bed en vaag rook hij de geur van sigaren en hij glimlachte.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat een reactie achter