28 maart 1942:
Dit verdriet moet je, in jezelf, alle ruimte en onderdak verschaffen
die het toekomt
en op die manier zal het verdriet in de wereld misschien verminderen,
als iedereen draagt, eerlijk en loyaal en volwassen draagt
wat hem wordt opgelegd.
Maar als je het verdriet niet het eerlijke onderdak verleent,
maar de meeste ruimte openstelt voor haat en wraakgedachten,
waaruit weer nieuw verdriet voor anderen geboren zal worden,
ja dan neemt het verdriet nooit een einde in deze wereld
en zal zich steeds vermeerderen.
29 maart 1942:
Men moet ondanks de vele mensen, de vele vragen, de veelzijdige studie,
altijd een grote stilte met zich meedragen,
waarin men zich steeds terugtrekken kan, ook temidden
van het grootste gewoel en midden in het intensiefste gesprek.
En zeer, zeer bescheiden zijn ...
En steeds eenvoudiger worden.
Niet alleen voor je zelf, in je stille en beste momenten
die eenvoud en wijdte in je voelen,
maar ook in je dagelijkse leven, geen sensaties om je heen uitstrooien,
niet interessant willen zijn.
De woorden moeten eigenlijk het zwijgen accentueren …
De woorden moeten eigenlijk het zwijgen accentueren …
Het zal dan gaan om de juiste verhouding van woorden en woordeloosheid,
een woordeloosheid, waarin meer gebeurt, dan in alle woorden,
die men bij elkaar vinden kan.
In onze geest, innerlijk moeten we in staat zijn
het woord los te maken van de beleving
en moeten we ten enenmale vermijden
dat het woord zich mengt in,
dat het woord zich mengt in,
en een rol speelt in de rechtstreekse beleving van het gevoel;
het gevoel wat feitelijk voorhanden is.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat een reactie achter