Het grootste probleem met mensen vandaag de dag is dat ze zo bang zijn voor lijden. Ze zijn zo bang om dingen te verliezen. We zijn vergeten dat verlies een onderdeel van het leven is.
Toen mijn dochter in coma lag, voelde ik die angst heel sterk. Ik was voortdurend bang en bood goden en godinnen allerlei offers aan in ruil voor het leven van mijn dochter. Het werkte niet. Toen Paula was overleden, was ik mijn angst kwijt. Waarom zou ik nog bang zijn? Het ergste wat me kon overkomen, was al gebeurd. En ik had het overleefd. En als ik het niet had overleefd, had dat ook niet uitgemaakt. Of mijn dochter dood of levend was, was niet belangrijk. Zij wàs simpelweg. Ze wàs, in welke vorm dan ook. En ik wàs ook.
Ik lijd als ik zie dat anderen lijden, natuurlijk. Maar ik heb ontdekt dat lijden een onmisbaar deel is van het leven, een deel van het leerproces. Dus ik accepteer het. Ik ben minder bang dan ooit tevoren. Ik ben niet bang om arm te zijn, om alleen te zijn, om lelijk te zijn. Ik ben niet bang om ouder te worden, ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zal hoe dan ook doodgaan en dat is prima. Ik ben er zelfs nieuwsgierig naar!
Als je me een dag voordat mijn dochter in coma raakte had verteld dat zoiets te gebeuren stond, had ik me van het leven beroofd. Als ik had geweten van de pijn die ik moest doorstaan, had ik me van het leven geroofd omdat ik had gedacht dat ik die pijn nooit zou hebben overleefd - ik had niet niet willen overleven. Maar dan, dag na dag, kun je het aan. Je doorstaat een week en dan de volgende en het hele jaar gaat voorbij. Er gebeuren vreselijke dingen en alles wordt van kwaad naar erger. Je denkt bij iedere stap dat je zult sterven, maar dat gebeurt niet. Je overleeft.
Dan, op een zekere dag, houd je je stervende dochter in je armen. Je houdt haar vast, je knuffelt haar en ze gaat vredig dood. Je beseft dat jij niet dood bent, dat je er nog bent. En de angst is weg. De angst voor pijn, de angst om te sterven. De angst voor het leven.
Isabel Allende in Wijze vrouwen van Susan Smit
Toen mijn dochter in coma lag, voelde ik die angst heel sterk. Ik was voortdurend bang en bood goden en godinnen allerlei offers aan in ruil voor het leven van mijn dochter. Het werkte niet. Toen Paula was overleden, was ik mijn angst kwijt. Waarom zou ik nog bang zijn? Het ergste wat me kon overkomen, was al gebeurd. En ik had het overleefd. En als ik het niet had overleefd, had dat ook niet uitgemaakt. Of mijn dochter dood of levend was, was niet belangrijk. Zij wàs simpelweg. Ze wàs, in welke vorm dan ook. En ik wàs ook.
Ik lijd als ik zie dat anderen lijden, natuurlijk. Maar ik heb ontdekt dat lijden een onmisbaar deel is van het leven, een deel van het leerproces. Dus ik accepteer het. Ik ben minder bang dan ooit tevoren. Ik ben niet bang om arm te zijn, om alleen te zijn, om lelijk te zijn. Ik ben niet bang om ouder te worden, ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zal hoe dan ook doodgaan en dat is prima. Ik ben er zelfs nieuwsgierig naar!
Als je me een dag voordat mijn dochter in coma raakte had verteld dat zoiets te gebeuren stond, had ik me van het leven beroofd. Als ik had geweten van de pijn die ik moest doorstaan, had ik me van het leven geroofd omdat ik had gedacht dat ik die pijn nooit zou hebben overleefd - ik had niet niet willen overleven. Maar dan, dag na dag, kun je het aan. Je doorstaat een week en dan de volgende en het hele jaar gaat voorbij. Er gebeuren vreselijke dingen en alles wordt van kwaad naar erger. Je denkt bij iedere stap dat je zult sterven, maar dat gebeurt niet. Je overleeft.
Dan, op een zekere dag, houd je je stervende dochter in je armen. Je houdt haar vast, je knuffelt haar en ze gaat vredig dood. Je beseft dat jij niet dood bent, dat je er nog bent. En de angst is weg. De angst voor pijn, de angst om te sterven. De angst voor het leven.
Isabel Allende in Wijze vrouwen van Susan Smit

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat een reactie achter