Vrijheid wordt vaak begrepen als vrij van uiterlijke dwang, van plichten en moeten. Maar "ware vrijheid is altijd innerlijke vrijheid", vrij van innerlijke dwang, van behoeftes en verlangens. Niet dat verlangens en behoeftes verkeerd zijn, maar ze kunnen je van het doel afleiden, het doel van je leven.
"Wat is dat doel dan?", zul je je misschien vragen, "wat kan een doel zijn waar je jouw verlangens en je behoeftes voor opzij schuift?"
Opzij schuiven is eigenlijk niet het juiste woord, eigenlijk komt het erop aan dat je jouw leven niet vollédig laat bepalen door je verlangens, maar dat je er de baas over blijft.
Als je de maag zijn gang laat gaan blijf je eten, als je een kind alles toestaat wat het verlangt dan krijg je een vreemd soort mens ‑ dát kind zal nauwelijks uit kunnen groeien tot een evenwichtige persoonlijkheid.
Wat kan een nastrevenswaardig doel zijn in een mensenleven?
Een goede carrière? Een goed inkomen, van alle materiële zorgen vrij? Natuurlijk dát kan, tallozen streven tegenwoordig níets anders na en offeren al hun vrije tijd en hun creativiteit op aan de zaak of het werk waar zij betrokken zijn.
Maar brengt dit doel ook 'geluk'?
Misschien is het woord 'geluk' een te groot woord, maar ik geloof dat wij op de een of andere wijze toch proberen om in dit (soms korte) leven gelukkig te worden. En als werk, een huis, een carrière niet altijd genoeg geluk verschaffen om jezelf 'gelukkig' te kunnen noemen, wat kan dán een nastrevenswaardig doel in je leven zijn?
Misschien moeten wij het antwoord
wel dieper in ons zelf zoeken?
In de trant van:
"Gelukkig word je pas als je ontdekt wie jezelf ten diepste bent, en als je in die ontdekking mag ervaren dat je als mens geschapen bent naar de ander toe".
Ik zet deze zin bij voorkeur tussen aanhalingstekens omdat ze geïnspireerd is door de woorden van de mystici. Zij stellen dat in elk mens een kern aanwezig is, een kern van liefde die daar door God is neergelegd, een kern ook die je als mens op de been houdt, die onaantastbaar is voor hen die je willen bedreigen, (Abel Herzberg zegt ongeveer hetzelfde in zijn boek Amor Fati, een neerslag van zijn concentratiekampervaringen).
Die innerlijke kern van liefde is de oorzaak ervan dat je als mens vol verlangen zit naar de ander, verlangen naar acceptatie en naar liefde. Ontdekking van die eigen kern is een wonderlijke ervaring. Een gevoel van grote vrijheid, want niets kan je uiteindelijk echt bedreigen. Puur geluk!
"Maar waarom ontdekken wij die kern dan zo moeilijk, of met andere woorden waarom zijn wij niet allemaal gelukkig?", zul je misschien vragen.
Omdat wij bang zijn. Omdat in ons leven ook een tegengestelde kracht aanwezig is, als gevolg van onze geschapenheid, omdat wij ook lichamelijk zijn. Je zou het een soort oerdrang, een instinct om te overleven kunnen noemen, de angst om te kort te komen.
De mystici zeggen dat deze twee grote krachten, de innerlijke liefde, en de angst om te verliezen voortdurend in gevecht zijn met elkaar. Echt vrij kun je pas worden als je de oerkracht die de angst voedt, in toom kunt houden.
De mystici zeggen níet dat de ene kracht helemaal moet verdwijnen, dat is onmogelijk, dat vindt waarschijnlijk pas plaats bij onze dood, als wij ons lichaam moeten verlaten; maar zij pleiten voor een sterke zelfbeheersing, een zoektocht ook in je leven naar de diepe innerlijke kern van liefde.
En dát is het fijne, als je die kern gevonden hebt, ontdek je niet alleen hoe vrij je eigenlijk bent, maar ook hoe die liefde iedereen en alles doortrekt. Dat is het getuigenis van de mystici.
Misschien wordt het ook ons getuigenis, onze vrijheid, als wij maar durven, als wij onze angst om te verliezen kunnen loslaten. Wie weet dan hoeveel liefde en geluk wij kunnen verspreiden, hoeveel macht in onze handen is gelegd om het goede te doen; alvast een goede zoektocht gewenst.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat een reactie achter