Het is niet de aardse liefde die ik wil,
Die is mij te egoistisch, te koud en kil.
Toch zocht ik het, als aardse vrouw,
In de liefde, en bleef mezelf niet trouw.
Want ik nam genoegen met een heel klein deel,
En steeds weer, vroeg ik te weinig en gaf ik te veel.
Dus kreeg ik ook waarom ik vroeg:
Een heel klein beetje, dus nooit genoeg.
Maar ik durfde nooit voor mijzelf te kiezen,
Uit angst om ook dat kleine beetje te verliezen.
En gaande op vleugels van verlangen,
Raakte ik in mijn eigen web gevangen.
Tot ik, uiteindelijk weer in het nauw gedreven,
Stopte, met alleen maar weg te geven.
En ik hervond mijn evenwicht,
In het leven, de liefde en het licht.
Met liefde voor, en vertrouwen in mijzelf,
Weet ik mij gestuurd door mijn geestelijke wederhelft.
Hij geeft me die hemelse liefde die ik zoek,
En waakt over me, als een moederkloek.
Ik weet, dat ik zelf voor de problemen heb gekozen,
En ook, dat mijn pad bezaaid kan zijn met rozen.
Als ik maar onthoud, hoe echte liefde is bedoeld,
Want dan hoef ik niet zo nodig meer te weten ...
hoe een doorn voelt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat een reactie achter