maandag 16 juli 2012


Buiten is het nog steeds koud. De bladeren vallen en wervelen en kraken onder de voeten van een eenzame wandelaar. Dat ben ik. Ik tel de wolken die over mijn hoofd drijven. Echt eenzaam ben ik niet langer, slechts alleen. Eenzaam - dat ben ik wel geweest.
Je neemt waar, dat zeiden ze. Je neemt waar.

Wat ze bedoelden was iets anders. Ik nam niet waar. Ik zat terzijde en keek, aangezien ik niet in hun midden hoorde. Die natte kleverige plakkerige warme -- aaneengeknoopte, menselijke lichamen dulden me niet, daar niet, nee daar niet. Niet in hun gefluisterde gesprekken, niet in hun roddels, in hun kinderlijke lachjes, in hun film avonds en discofeesten. Nergens. Ze keken en keken tot ik ineenschrompelde en verdween. Voor ik het wist was ik weer buiten de torenhoge ruggen.

En dan was ik dáár weer. Toen ik - opnieuw en opnieuw - voelde hóé ik onzichtbare tranen schreide van eenzaamheid. Clichés, en enkel aan clichés kon ik denken toen ik daar zo stond (alle stoelen waren bezet door mensen met ruggen).
Nu ben ik alleen, maar niet eenzaam.
Je moet het niet verwarren, begrijp je.
Hoor. De wind fluistert zacht in de bomen, ritselt.
Wie hoort er nu ooit zo’n mooie - pak ‘m nou eens beet -
film muziek?

Terwijl zij daar zaten en enkel plastic (als surrogaat koffie) ‘romantische comédies’ keken,

Ach dáár, waar - zelfs in de huiskamer nog - belachelijk veel schaduwen waren (door alle spots, dat wist ik wel), waar de vrouwen gepoederd wakker werden, en er geen kopjes braken, en geen seizoenen waren (behalve in de sjaals) en er geen leugens waren die niet doorzien werden en er geen dagboeken waren die niet gelezen werden en waar er geen dag was die niet geleefd werd, was ik tenminste in de echte wereld. Zij & ik zagen dat anders.
Wind, regen, verdriet, pijn, stilte, schaduwen, schaduwen.

Schaduwen hebben altijd een rol in mijn leven gespeeld. Ik benoemde ze als mijn vrienden, ik vergeleek ze met mezelf. (De schaduw van de ruggen - dat, dat was ik.)
Wie was er om míj te vertellen dat ik walgelijk acteerde? Nee, zij keken naar goedkope films en ik was toen al een eenzame wandelaar in de dop.
Nu heb ik mijn record verbeterd en een hond gekocht.
(Al ben ik niet echt eenzaam meer.)

Eenzaam ...

Omdat je geen dialogen met jezelf kunt voeren (en monologen gaan vervelen) omdat je dan alleen koffie drinkt zonder iemand om naar melk en suiker te vragen, omdat je nog steeds je eigen rug niet kunt krabben als je niet zo lenig bent, omdat er dan niemand is die naar je luistert en terug praat (behalve de kat) omdat het dan lijkt dat je even niet bestaat. (het stelt niet zoveel voor)

Je loopt buiten en het wordt donker en je hebt een hond.

En vroeger wilde je erbij horen. Waarom? Je dacht niet genoeg te zijn als je alleen was. Niemand is perfect. Zo’n heerlijke wijsneuzerige dooddoener. Zo’n uitspraak ‘niemand is perfect!’ alsof je dan fout mag zijn. (Ik vind het prima, maar zij hielden er niet zo van.)

Fouten maken we toch.