zondag 22 juli 2012

De eenzame zegen


Eenzaamheid is een ziekte, gebrek en kwaal van deze tijd. Dat hoor ik wel eens. En ik begrijp dat best, eenzaam zijn is ook niet leuk. En tegelijk is het een zegen.

Het monnikendom is ontstaan in de woestijn. Een belangrijke naam is Antonius. Hij werd geboren in het jaar 251. Antonius nam de oproep om Jezus te volgen serieus, verkocht alles en ging in stilte en eenzaamheid in het 'dorp' wonen. Maar dat was hem niet radicaal genoeg, dus ruilde hij zijn hutje voor een grot. Voor tientallen jaren.

Ik sprak eens met een ex-kluizenaar, want kluizenaars bestaan ook nu nog (check de site van een Nederlandse kluizenaar hier). De kluizenaar die ik interviewde zei:

"Tien jaar ben ik kluizenaar geweest. Ik woonde in een kluis op een berg en ging één keer per week naar beneden voor de mis en dan nam ik meteen eten en drinken mee voor de nieuwe week. De rest van de tijd leefde ik in stilte en eenzaamheid."

Zo’n leven is een proces van loutering. Je staat oog in oog met jezelf en hoe langer je stil bent, hoe minder er is om je aan vast te grijpen. Het zijn momenten van reflectie op je leven. Hoe doe ik het? Reageer ik op anderen zoals ik zou willen? Zoek ik werkelijk het goede? Kan ik loskomen van machten als geld en hebzucht? In hoeverre hang ik nog aan mijn ouders? En God, durf ik hem ruimte te geven?

Lang niet gek dus, die eenzaamheid! Natuurlijk ook moeilijk, zegt de ex-kluizenaar. Vooral de omgang met jezelf, met je slechte kanten.

Eenzaamheid en stilte worden ook wel de woestijn van het hart genoemd. Niet erg uitnodigend, een plek waar alles dood, dor, droog, warm, onaangenaam en oneindig leeg is. Toch praten monniken altijd met een bepaalde liefde over de woestijn en is het een veelgebruikt metafoor. De woestijn is een plek van strijd, overleven en doorzetten, maar het is ook de plek van oases met grote bomen, schaduw en koud water.

Op die manier is eenzaamheid dus helemaal geen kwaal van deze tijd, maar een zegen. Jammer alleen dat wij dat zo slecht zien tegenwoordig. Eenzame mensen worden rijke mensen. Na ongeveer 20 tot 30 in de woestijn te hebben gewoond was Antonius een wijze man geworden met veel Godkennis. Honderden mensen kwamen naar hem toe om te luisteren en advies te vragen. Ze kwamen niet omdat hij zielig was en gezelschap nodig had. Hij had God leren kennen en daar had hij in zijn eenzaamheid genoeg aan.

Eenzaamheid is dus een zegen als je haar ziet als uitdaging jezelf en God te leren kennen. En dan krijg je vanzelf bezoek, want mensen willen je wijsheid ervaren.

Bron tekst