dinsdag 31 juli 2012

Ego bewustzijn


All troubles come to an end
when the ego dies.

Het woord ego is natuurlijk maar een woord. Het valt me op dat iedereen er iets anders mee bedoelt. En al die andere invullingen van het begrip ego, leveren dus weer andere (en vaak waardevolle, inspirerende) inzichten op.

Het punt is natuurlijk wel dat we daarmee niet over hetzelfde praten. We geven allemaal een andere inhoud aan het begrip ego, en daarmee praten we dus over verschillende dingen. En hoe interessant al die verschillende dingen ook zijn, we komen daarmee niet dichter bij begrip van het mechanisme van het ego. We praten domweg langs elkaar heen.

Toch is het begrip ego ontstaan (en het houdt ons blijkbaar bezig) naast het begrip 'zelf' of 'ik'. Het is ontstaan omdat er onderscheid lijkt te zijn. Anders was er geen aanleiding geweest om het te benoemen. Die aanleiding ontstaat pas als er onderscheid wordt waargenomen, en dus de behoefte ontstaat om dat onderscheid te benoemen.

Daarmee is ego dus een term voor iets dat zich juist onderscheidt van 'zelf' of 'ik'. Anders hoefde het niet benoemd te worden, en kon het gewoon 'zelf' of 'ik' genoemd worden.

Dus, als ik wil weten wat ego is, dan moet ik kijken naar het deel van een individu dat wel bestaat, maar zich onderscheidt van 'zelf' en 'ik'. Dat dus anders is. Pas dan is het de moeite waard om het te benoemen en pas als je weet wat je benoemt, kun je het onderzoeken.

Ik zou daarom het ego willen benoemen als iets dat het gedrag en de denkwijze van mensen beïnvloedt, maar dat geen deel uitmaakt van het (essentiële) Zelf. Om te onderzoeken wat dat iets is, gebruik ik een proefkonijn. En het enige proefkonijn dat ik altijd tot mijn beschikking heb, dat ben ik zelf.

Als ik dan naga wat mij drijft, dan zie ik dat ik gedreven word door wie ik ben, door dingen die bij mijn karakter passen, door mijn geweten, door mijn oorspronkelijke emoties, door mijn voorkeuren. Deze zaken zijn vrijwel onveranderlijk, en hoewel het één zich soms wat sterker manifesteert dan het ander, zijn het dingen die mijn hele leven bij mij blijven. Het is mijn eigenheid. Het is wat mij mij maakt en dat mij anders maakt dan anderen.

Daarnaast word ik voor een deel gedreven door mijn strategische keuzes. Ik anticipeer op dingen die gaan komen, en reageer op dingen die geweest zijn. Ik reageer op externe dingen. Ik probeer me te beschermen tegen de gevaren en bedreigingen die op me afkomen. En daarvoor gebruik ik de gereedschappen die mij ter beschikking staan. Mijn gedrag wordt dus voor een deel bepaald door mijn strategische keuzes. En die keuzes bestaan uit het determineren van hetgeen ik wel, of juist niet toesta.

Als ik bijvoorbeeld gedrag van een ander als bedreigend beschouw, dan zal ik dat niet willen toestaan, en dan gebruik ik bijvoorbeeld mijn verbale gereedschap om dat te bestrijden. Als ik word aangevallen (of denk te worden aangevallen) dan zal ik me proberen te verdedigen omdat ik die aanval (en de mogelijke gevolgen ervan) niet wil toestaan. Wanneer ik denk dat het mij helpt om een alliantie met een ander (of anderen) aan te gaan (als ik denk dat ik daarmee sterker sta) dan zal ik dat doen, of proberen te doen. Dan zal ik die ander dus accepteren omdat hij mijn positie versterkt.

Dit zijn allemaal strategische keuzes die mijn gedrag, mijn denkwijze (en mijn mate van angstbeheersing) in sterke mate kunnen beïnvloeden. Iedereen doet dit in een zekere mate (de één meer dan de ander) en bij de meeste mensen vormt dit gedrag (gedrag dat dus bestaat uit de verzameling van strategische keuzes uit zelfbehoud) een goed zichtbaar gedrag.

Ik wil die verzameling van strategische keuzes en het daaruit voortvloeiende gedrag graag eens het ego noemen en het vanuit die invalshoek eens bekijken. In deze definitie is het ego dus het 'strategische Zelf'. In tegenstelling tot het essentiële zelf.

En daar is helemaal niks mis mee. Het is een handig, en zelfs noodzakelijk gereedschap om te kunnen overleven. Maar net zoals als een hamer, of een boormachine, blijft het een gereedschap. En een gereedschap is weliswaar handig, maar zielloos. En dat is geen probleem.

Maar het wordt wel een probleem als ik ga denken dat ik mijn strategische zelf ben. Als ik ga denken dat ik mijn verzameling keuzes ben. Als ik ga denken dat ik mijn ego (in deze definitie) ben. Mijn ego is dan dominant geworden.

In dat geval zal ik namelijk moeten denken dat mijn keuzes de enige juiste keuzes zijn en dat andere keuzes (gemaakt door anderen) een aanval zijn op mijn bestaan. Als ik denk dat ik mijn ego (mijn verzameling keuzes) ben, dan besta ik (in mijn beleving) immers uit mijn keuzes. En wanneer ik zo’n keuze moet loslaten, dan verlies ik dus bestaansrecht. Toegeven dat mijn keuze minder goed is, betekent dat ik die keuze moet laten vallen, en dat ik daarmee een stuk van mezelf moet laten verdwijnen. Het ego ‘denkt’: "Ik ben mijn keuzes. Verdwijnen mijn keuzes, dan verdwijn ik"

Mijn grootste angst wordt nu: ongelijk krijgen. Want ongelijk krijgen betekent nu: toe moeten geven dat de keuze van een ander beter is. En omdat ik denk te bestaan uit mijn keuzes, verlies ik dan dus bestaansrecht. Mijn angst voor ongelijk krijgen is daarmee dus doodsangst. Angst om te verdwijnen.

Om dat te voorkomen, moet ik me daarvoor dus behoeden. Ik moet me verdedigen tegen ongelijk krijgen. En verdedigen doe ik door mijn strategieën in te zetten. En mijn verzameling strategieën, is mijn ego. Door mijn behoefte mijn ego te beschermen, groeit mijn ego dus. Het wordt groter, en daarmee dominanter, en daarom zal ik me er nog meer mee identificeren. Ik zal het een nog grotere waarde geven, en omdat het daarmee (in mijn beleving) waardevoller wordt, zal ik het nog meer willen beschermen, en daarvoor nog meer strategieën ontwikkelen of versterken. En daarmee wordt mijn ego dus steeds dominanter.

Mijn ego is nu veranderd van een handig gereedschap in een dictator. Mijn ego is nu een dominant ego geworden. Mijn gedrag wordt nu gedicteerd door mijn ego. En alle andere ego’s zijn mijn vijand want alle andere ego’s bestaan uit andere keuzes, en die kan ik niet toestaan. Want als ik een andere keuze zal toestaan, moet ik mijn keuze opgeven, en dan verdwijnt er dus een stuk van mij (van wat ik denkt te zijn). Dan ervaar ik dat als doodgaan van een stuk van mij.

Als ik me identificeer met mijn ego zal ik dus alleen een ander toestaan als dat mijn strategie versterkt. Als ik denk dat het aangaan van een alliantie met een ander, mijn positie versterkt. Dat kan alleen als de keuzes van die ander niet al te strijdig zijn met mijn keuzes, zodat ik die ander in een bepaalde mate kan accepteren. Ik kan dus alleen omgaan met mensen die vergelijkbare strategieën hebben. Dit is eigenlijk de definitie van politiek. Het is de reden waarom politici volledig egogedreven zijn, en het verklaart (omdat ego in deze definitie slechts een gereedschap zonder ziel of geweten is) waarom politiek altijd zielloos en gewetenloos is.

Net zoals mijn dominante ego andere keuzes niet kan toestaan, zullen andere dominante ego’s mijn keuzes niet kunnen toestaan. Over en weer zullen deze ego’s elkaar dus als bedreigend ervaren, en deze bedreiging zal aanleiding geven om het ego verder te versterken ter verdediging. Daarmee is het dus juist de ‘vijand’ die het ego (bestaande uit de strategieën) bestaansrecht geeft en voedt, en het daardoor laat groeien. Zonder bedreiging (zonder vijand), valt er voor het ego niets te verdedigen, en zal de macht ervan verdwijnen. Daarom zal een sterk egogedreven persoon ook nooit weglopen van een bedreigend ander ego (wat bij een bedreiging toch het meest logisch zou zijn), maar altijd in de aanval gaan of de aanval uitlokken en daarmee proberen het concurrerende ego te onderwerpen. Het dominante ego zal zijn gastheer/vrouw laten geloven dat iedereen gedreven wordt door een dominant ego (dus ook de mensen bij wie dat niet het geval is), en dat zal de aanval of de verdediging rechtvaardigen.

Het dominante ego zal dus grote waarde hechten aan het bestaan van een vijand, hoewel het ego 'zegt' dat het die vijand juist wil elimineren. Dat is tegenstrijdig (het kan niet samen bestaan) en daarom zal het ego altijd moeten liegen. Liegen is noodzakelijk voor het voortbestaan van het ego. Mensen die zich dominant laten leiden door het ego, liegen daarom voortdurend. Hoe dominanter het ego, hoe meer leugens noodzakelijk zijn. Kijk hierbij bijvoorbeeld naar politici, of machthebbers. Liegen is noodzakelijk voor hun voorbestaan omdat ze zeggen de vijand te willen elimineren, terwijl ze die vijand juist nodig hebben om te kunnen bestaan.

Waarheid is daarmee de echte vijand van het dominante ego. Het dominante ego zal er alles aan doen om waarheid buiten het bewustzijn van zijn gastheer/vrouw te houden. Zodra de gastheer namelijk ontdekt (bewust wordt) dat zijn dominante ego zich bedient van leugens (en hij dat ego dus niet meer gelooft), dan zal dat ego zijn macht verliezen. Het dominante ego zal zelfs zijn gastheer/vrouw proberen te laten geloven dat waarheid niet bestaat. Omdat bewustzijn alleen kan bestaan uit waarheid (aanname van onwaarheid is geloof, en is dus tegengesteld aan bewustzijn), zal de door het ego gedomineerde persoon ook altijd een laag bewustzijnsniveau hebben.

Toch is het dominante ego de grootste kenner van waarheid. Zodra een waardevolle waarheid wordt aangeboden zal dat ego dit onmiddellijk als waarheid herkennen. Het zal zijn gastheer/vrouw dan ook onmiddellijk opdragen om deze waarheid buiten de deur te houden of weg te gooien. Alles is dan toegestaan: aanvallen, liegen, manipuleren, zelfs het verbreken van een goede relatie of vriendschap. Zelfs (in het uiterste geval) het elimineren van de gastheer/vrouw zelf (dat is de reden waarom sterk egogedreven mensen – bijvoorbeeld artiesten, acteurs- relatief vaak tot zelfmoord gedreven worden).

Alles om die waarheid buiten de deur te houden. Iedereen die wel eens iets van waarheid heeft proberen aan te bieden aan een sterk egogedomineerde persoon, weet tot wat voor heftige reacties dit kan leiden als die waarheid niet in de strategie past van die persoon, en dus moet worden afgewezen. Zijn ego herkent onmiddellijk die waarheid als waarheid, en de gastheer mag dat absoluut niet weten, en die waarheid al helemaal niet omarmen.

Dit is ook de reden waarom machthebbers geen waarheid kunnen toestaan. Als ze dat wel zouden doen, verdwijnt hun macht. Ze zullen waarheden daarom altijd bestrijden.

Het ego dicteert weliswaar het gedrag van een persoon die dominant egogedreven is, maar het neemt nooit verantwoordelijkheid voor de gevolgen ervan. Als bijvoorbeeld dat gedrag leidt tot het verlies van een relatie, dan ligt het nooit aan de eigen strategische keuzes. Altijd aan de ander. Of aan de gastheer/vrouw zelf, en dat uit zich dan in schuldgevoel vanwege het onvoldoende opvolgen van de bevelen van het ego. Oftewel: het ego verwijt dan zijn gastheer/vrouw onvoldoende zelfdiscipline. Ook dit kan (in het uiterste geval) tot zo'n vewoest zelfbeeld leiden dat het dominante ego zijn gastheer/vrouw opoffert en tot zelfmoord dwingt.

Ook dit zie je terug bij machthebbers (top-ego’s). Ook zij zullen nooit verantwoordelijkheid nemen voor hun daden of woorden:

"het ligt niet aan ons, maar aan de Afghanen/Irakezen/immigranten/eigen burgers ..." of "Het ligt niet aan ons maar aan het chemiebedrijf dat onze bevelen onvoldoende opvolgde" of "Met de kennis van nu ..."

Als de gastheren/vrouwen van de machthebber (het volk) hem dwingen tot het nemen van verantwoordelijkheid (hevig protest bijvoorbeeld; bestormen van regeringsgebouwen) dan zal hij nog liever zijn gastheren/vrouwen opofferen dan die verantwoordelijkheid nemen. Hij zal geweld inzetten tegen zijn volk.

Terug naar het proefkonijn:

Ik ben nu zo geconcentreerd op mijn ego, (omdat ik denk dat ik het ben en al mijn aandacht er dus op gericht is), dat ik aan mijn essentiële Zelf geen aandacht meer kan besteden. Ik merk het niet meer op, en kan er daarom dus ook geen waardering voor hebben.

Omdat ik zo gewend ben om op deze manier naar mezelf te kijken, kijk ik ook zo naar anderen. Ik ga ervan uit dat ook alle anderen hun ego zijn. Ik kijk alleen nog naar hetgeen ik van anderen kan accepteren, of moet afwijzen. Ik kan geen aandacht meer besteden aan wat ik van anderen (net zoals van mijzelf) zou kunnen waarderen. Ik kan dus ook niet meer van anderen houden.

Ik beschrijf hierboven natuurlijk een extreem geval van egodominantie, maar het geeft het mechanisme wel duidelijk weer. En het mechanisme is (denk ik – voor mijzelf in ieder geval wel) erg herkenbaar. Het geeft ook weer waarom en op welke manier mensen slachtoffer kunnen worden van hun ego. En waarom het dus belangrijk is om het mechanisme te herkennen. Simpelweg om te voorkomen er zelf slachtoffer van te worden (en daarmee natuurlijk ook de mensen in mijn omgeving die dan ook last zouden hebben van mijn egogedrag).

Een korte blik op de manier waarop mensen in deze tijd en in deze wereld met elkaar omgaan, laat zien in hoeverre die wereld momenteel gedomineerd wordt door dit egogedrag.

Ik noem de verzameling van strategische keuzes en het daaruit voortvloeiende gedrag dus ego. In deze definitie is het ego dus het strategische Zelf. In tegenstelling tot het essentiële Zelf.

Ik zie het ego dus als een handig en noodzakelijk gereedschap. En zoals met elk gereedschap: je moet er wel goed mee omgaan, anders gaat het je beschadigen.

Nogmaals, mijn definitie is niet bedoeld om andere definities van het begrip ego onderuit te halen of zo. Die andere definities zijn vaak zeer interessant en waardevol, maar daarover heb ik het nu even niet. Wat ik probeer te doen is te begrijpen waarin ego zich van zelf' onderscheidt. Een onderscheid dat blijkbaar ooit de behoefte heeft laten ontstaan om het te benoemen, en waardoor het woord ego is ontstaan.

Bron tekst



Ik kwam een mooi artikel tegen op earth-matters.nl over het egobewustzijn. Ik heb gemerkt in mijn leven dat mijn ego een sterke invloed heeft op mijn welzijn. Door hier meer over te weten te komen en er meer bewust van te zijn kan ik zorgen dat mijn ego niet meer de baas is over mij maar dat ik de baas ben over mijn ego. Kortom ik kan mijn ego meer bewust inzetten daar waar het echt nodig is.

De Oneness University, het opleidingsinstituut van de Oneness Beweging van Sri Amma en Sri Bhagavan in India, onderscheidt de volgende ego-spelletjes.

Domineren, vermijden van dominantie

Het ego wil voortdurend in controle zijn en kunnen bepalen wat er gebeurt. Het denkt dat te kunnen bereiken door situaties of personen te domineren. Als het ego zich, andersom, gedomineerd voelt, dan probeert het van alles om onder die dominantie uit te komen. Dit varieert van het overnemen van de dominantie tot stilzwijgend protest, ontduikend gedrag of sabotage.

Ik heb gelijk, de ander heeft ongelijk

Het ego is overtuigd van zijn eigen gelijk. Zijn opponent heeft per definitie ongelijk. Zie hier de geboorte van conflict. Het ego speelt zijn conflicten steeds op dezelfde manier uit. Zowel op het persoonlijke – als op micro -, meso – en macroniveau. Ieder conflict in deze wereld, of het nou tussen personen of landen is, wordt geboren en aangedreven door het 'gelijk/ongelijk spel'. Zolang één van beide partijen zich in zijn gelijk blijft verschansen, zal het conflict nooit worden opgelost. Het ego vindt dat de ander eerst zijn gelijk moet opgeven voordat hij dit zelf zou willen overwegen. In deze impasse zit ieder (langdurig) conflict in deze wereld vast.

De ander 'slecht' of 'fout' maken

Het ego identificeert een persoon met diens gedrag en speelt op de persoon. Het beschouwt de ander als 'slecht' als deze in zijn ogen verkeerd gedrag vertoont. Hierover gaat het zich beklagen. Meestal niet direct naar de ander (want dit durft het ego niet), maar naar derden of in zichzelf. Het ego mokt, klaagt, roddelt of ontwijkt de ander. Medestanders in zijn beklag zijn altijd te vinden. Doordat het ego in iedere mens op dezelfde wijze werkt, kan het dit spel via andere personen eindeloos blijven spelen.

Iets of iemand de schuld geven: 'blaming'

Als het ego ergens onder lijdt, wat nogal eens het geval is, zoekt het een schuldige. Het zoekt de oorzaak niet bij zichzelf en neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn situatie. Het steekt veel meer energie in het zoeken naar schuldigen dan in het zoeken naar oplossingen, laat staan dat het kijkt naar zijn eigen rol in de situatie. Dit laatste doet het ego niet en het lijkt niet te beseffen dat het hiermee al zijn kracht weggeeft en zich afhankelijk maakt van andere personen of omstandigheden. Het stelt zich op als slachtoffer en verwacht dat de externe factor verandert. Maar daar heeft het tot zijn grote frustratie geen invloed op. 'Covering up’, niet de waarheid spreken, liegen.

Het ego verstopt zich en zal zelden het achterste van zijn tong laten zien, tenzij het zijn zelfbeheersing verliest. In dat geval heeft het zijn frustraties er al uitgegooid voor het er erg in heeft. Maar zolang het de zaak onder controle denkt te hebben, zal het poppenkast blijven spelen en bedekken wat er werkelijk voor hem speelt.

Zelfrechtvaardiging

Het ego is een meester in het rechtvaardigen van zijn gedrag. Het verzint allerlei redenen om iets wat hij heeft gedaan, of juist heeft nagelaten, goed te praten.

Deze egospelletjes leiden tot veel problemen, zowel op persoonlijk – als op wereldniveau. Ze leiden tot de strijd en de conflicten waar we met zijn allen in verkeren. Het ego is vastgelopen in de uitoefening van zijn oorspronkelijke functie als creator. In de huidige evolutiefase heeft het ego een overwegend contraproductieve en destructieve vorm aangenomen. Dit houdt ons af van werkelijke groei, van datgene waar onze ziel voor gekomen.

Het ego is een sociaal verschijnsel: jij bent niet het ego, het ego is de maatschappij. Het verschaft je een plaats in de maatschappij, een plaats in de rangorde van de maatschappij. En als je daarmee tevreden bent, zul je alle kansen om je ware Zelf te ontdekken mislopen. Is het je nooit opgevallen dat alle vormen van ellende door het ego vat op je krijgen? Je kunt je er niet gelukzalig mee voelen, je kunt je er alleen maar ellendig mee voelen. Het ego is de hel. Als je lijdt, sla dan eens gade wat er aan de hand is en je zult ontdekken dat op de één of andere manier het ego er alles mee te maken heeft.



Twee boeddhistische monniken keren terug naar hun klooster. Ze komen bij een doorwaadbare plaats in een rivier. De stroming is zeer krachtig, de bedding zeer ongelijk. Er staat een mooi jong meisje te wachten of iemand haar misschien wil helpen over te steken. Ze durft dat niet alleen.

Eén van de monniken, die natuurlijk de oudste is … omdat hij de oudste is loopt hij voorop -- één van de spelletjes van het ego: als je ouder bent moet je voorop lopen, jongere monniken volgen op enige afstand. De oudste komt dus het eerst bij die plek. Het jonge meisje vraagt hem: 'Wilt u me even helpen? U hoeft me alleen maar bij de hand te nemen. Ik ben bang, de stroming is zo krachtig en misschien is het hier en daar erg diep."

De oude man sluit zijn ogen. Dat heeft Boeddha hun voorgehouden, namelijk als je een vrouw ziet en zeker als ze mooi is, dat je dan je ogen moet dichtdoen. Dat verwondert me: je hebt haar al gezien en dan sluit je je ogen; hoe kun je anders weten dat het een vrouw is en dat ze mooi is? Je hebt al een indruk gekregen en dan doe je je ogen dicht! Hij sluit dus zijn ogen en loopt zonder het meisje een antwoord te geven, het water in.

Dan komt de tweede monnik, de jongere, naderbij. Het meisje is bang maar er zit niets anders op. De zon gaat onder, zo dadelijk is het donker. Dus vraagt ze aan de jonge monnik: 'Wilt u me bij de hand nemen? Deze oversteekplaats lijkt me erg diep en de stroming is sterk … en ik ben bang."

De jonge monnik zegt: "Het is hier diep, ik weet het, en met je bij de hand te nemen halen we het niet. Ik zal je op mijn schouders nemen en je naar de overkant dragen."

Als ze het klooster bereiken zegt de oudere monnik tegen de jongere monnik: "Zeg makker, je hebt zonde gedaan en ik zal moeten doorgeven dat jij niet alleen een vrouw hebt aangeraakt, dat je niet alleen met haar hebt gepraat maar dat je haar ook nog op je schouders hebt genomen! Je verdient uit de kloostergemeenschap gestoten te worden, je bent niet waard een monnik te zijn."

De jonge monnik zegt lachend: "Ik meen dat ik het meisje enkele kilometers terug heb neergezet maar ik zie dat jij haar nog steeds op je schouders meedraagt. We zijn nu een paar kilometer verder en jij bent daar nog steeds mee bezig?"

Wel, wat is er aan de hand met die oude monnik? Het meisje was mooi en hij heeft zijn kans niet benut. Hij is kwaad, hij is afgunstig. Zijn seksuele begeerte laat hem niet met rust, hij zit behoorlijk in de knoei. De jonge monnik heeft zich nergens aan bezondigd. Hij heeft het meisje over de rivier gedragen en haar op de andere oever achtergelaten en dat was het dan, daarmee was de kous af.

Vecht nooit met je lusten, je ego, je woede, je afgunst, je haat: jij kunt ze niet eronder krijgen, je kunt ze niet verpletteren, je kunt niet van ze winnen. Het enige wat je kunt doen, is je van ze bewust te zijn. Zodra je ze bewust ervaart, zijn ze verdwenen. Het donker verdwijnt met de komst van het licht.