zondag 29 juli 2012

Liefde


Ik heb heel wat omwegen en struikgewas van woorden nodig gehad, deze regenachtige, sombere ochtend, om tot een eenvoudig en klaar besef van de dingen te komen. Tussen de veel te vele, en toch noodzakelijke, woorden van vanmorgen schreef ik ook ongeveer: een tijdelijk tekort aan innerlijke krachten tracht men dan aan te vullen door eisen te stellen aan de buitenwereld en van deze onredelijk te verlangen, dat ze je krachten aanvult.

Maar ik had daar dit aan toe moeten voegen: In tijden, dat ik geen liefde in me heb, haar tenminste niet levend in me voel, tracht ik dat te compenseren, door extra voorraden liefde van mijn naasten te eisen. En ik kan dat net zo goed laten, want al zouden ze me met nog zoveel liefde overladen, ik zou me daar toch geen raad mee weten en het niet eens als liefde ondergaan, omdat het geen weerklank in me vindt. En dan ontstaat er een proces, waarin men steeds veeleisender wordt.

Men kan het haast herleiden tot een korte algebraïsche formule: tekort en afwezigheid van liefde in mij doet me een dubbele portie liefde van de buitenwereld eisen. En al zouden ze me die geven, dan zou ik er tòch niets mee weten te beginnen.

Etty Hillesum
13 juni 1942