dinsdag 7 augustus 2012

Doolhoven en labyrinten

Als we iets willen vinden gaat daar het zoeken aan vooraf. Het eigenlijke doel is dan ook het vinden. De tocht, de zoektocht naar het doel is een reis die op veel manieren gemaakt kan worden. De één gaat recht op het doel af, de ander maakt omwegen of blijft stilstaan bij alles wat hij tegenkomt; soms wordt daardoor het doel niet meer gezien of belangrijk gevonden.

Recht op het doel afgaan. Het klinkt zo simpel. Alsof er niets is dat je tegen kan houden. Een weg uitstippelen en gaan. Een korte reis. Omwegen maken kan een reis spannend maken, maar daardoor wordt de tocht langer en zal het doel gemakkelijk uit het oog verloren kunnen worden. Stilstaan bij alles wat je tegenkomt geeft afleiding en kost tijd. Als de tijd verstrijkt is dan het doel nog haalbaar?

Iemand zei eens: "Misschien kunnen we het zo uitleggen: de religieuze mens 'zoekt' God, de mystieke mens 'weet zich door Hem gevonden'".

Mensen zijn altijd bezig om iets te zoeken dat hen gelukkig maakt. Het is een oerverlangen om je goed te voelen. Veel mensen zijn ook op zoek naar een geloof, een weg om te volgen, naar zekerheid. Er zijn veel wegen die je kunt gaan. Soms wordt een heel leven lang gezocht; worden veel 'leren' onderzocht en beproefd. Waar kom je dan uit? Wat heb je gevonden?


Het is als het lopen in een doolhof. Het is een weg met veel bochten, t-splitsingen, wegversmallingen en doodlopende paden. Ooit kom je er vast wel eens uit, of ben je terug bij af, maar hoeveel tijd is er aan verspild. In de uitdrukking: 'de religieuze mens zoekt God' wordt een weg verondersteld die kan leiden tot vinden. In veel gevallen wordt die weg moeizaam gelopen. Waarom? Iets dat bestaat moet toch niet zo moeilijk zijn om te vinden. God, hoe je dat ook wilt of kunt beschrijven of duiden, bestaat, iets waar ik niet aan twijfel, maar het zoeken belemmerd volgens mij het vinden. In de activiteit van het zoeken is het rusteloze aanwezig. De profeet Elia kon God niet vinden in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur maar slechts in de zachte bries.

De uitdrukking: 'de mystieke mens weet zich door God gevonden' klinkt misschien wat hoogdravend maar geeft weer dat het zoeken niet zomaar resulteert in vinden. Het is God die ons vindt en wanneer we ons dat bewust worden weten we dat Hij bestaat. Het is de innerlijke vereniging van de ziel met God.

Labyrinth van Chartres

Het lopen van een labyrint heeft een lange traditie. Het is een meditatief pad. Het labyrint heeft de bedoeling om je, weliswaar niet rechtstreeks, maar via omtrekkende bewegingen, daarom niet minder effectief, naar binnen en vervolgens weer naar buiten te brengen, te geleiden. Het is een middel om te komen tot verinnerlijking om vandaar uit weer naar buiten te gaan. Het labyrint laat je niet, zoals een doolhof, dwalen (dolen) en brengt je niet op doodlopende wegen, integendeel. Het is een reis naar binnen. Loslaten, ontvangen en toelaten. Het gebeurt aan je. Er komt ruimte voor je innerlijke bron. Vanuit de stilte wordt je ontvankelijk voor de Geest. Vanuit die stilte kun je God ervaren.
"God vinden of door God gevonden worden".

Doolhof of labyrint?


Een doolhof wordt ook wel eens dwaalweg genoemd, en dat maakt al meteen veel duidelijk: je kunt in een doolhof verdwalen. In een doolhof ontmoet je hindernissen, en moet je op zoek naar het middelpunt of naar de uitgang. Een labyrint heeft echter maar één ingang die tevens uitgang is. Het centrum van een labyrint hoeft niet precies in het midden te liggen, en de wegen in een labyrint zijn niet afgeschermd door muren of heggen. Terwijl je in een labyrint loopt, lijkt het soms wel alsof je vooruit of achteruit loopt: je nadert het centrum en verliest het dan schijnbaar weer uit het oog.

Het centrum van een labyrint is leeg, het vormt het moment van ommekeer. Nadat je het middelpunt hebt bereikt, ben je pas op de helft: de terugweg is namelijk ook onderdeel van de reis!

Ondanks hun duidelijke overeenkomsten zijn doolhoven en labyrinten van oorsprong dus twee verschillende dingen.

Volgens de woordenboeken betekenen de woorden doolhof en labyrint hetzelfde. Volgens de Wikipedia is er een verschil. Bij een labyrint is het niet de bedoeling een bepaald punt te zoeken (middelpunt of uitgang). Een labyrint heeft maar één gang; degene die erdoor loopt komt uiteindelijk vanzelf bij het eindpunt.

Een doolhof was oorspronkelijk een tuin (hof) waarin men kon verdwalen(dolen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij doolhof:

"Tuin, die uit een aantal herhaaldelijk ombuigende en door heggen gescheiden paden bestaat, zoo aangelegd, dat het zeer moeilijk is het middelpunt te bereiken of vandaar den uitgang te vinden."

Een labyrint was in de Klassieke Oudheid een groot gebouw met een zo ingewikkeld stelsel van gangen en kamers dat men er snel in kon verdwalen. Labyrint komt van het Griekse laburinthos ('doolhof, ingewikkelde zaak'). Het WNT vermeldt bij labyrint: "Benaming van zekere in de oudheid bekende bouwwerken die uit een verbazend groot aantal vertrekken en schijnbaar verward dooreenloopende gangen bestonden."

Tegenwoordig zijn de woorden doolhof en labyrint synoniemen van elkaar, zowel in de letterlijke als in de figuurlijke betekenis, zoals in 'Die nota bevat een labyrint/doolhof van aanbevelingen en eisen.'


Soorten en maten

In Nederland zijn wel vijftig verschillende doolhoven. De meeste doolhoven hebben beukenhagen als muren. Er is ook een doolhof met glazen wanden. Je kunt andere mensen, en het middelpunt, dus zien. Het is verstandig om je armen naar voren te steken als je er loopt. Anders zou je tegen het glas aan lopen. De grootste doolhof in Nederland ligt in Ruurlo. Een rijke familie liet hem aanleggen in 1890. Het is een kilometer lopen van de ingang naar de uitkijktoren in het middelpunt. De doolhof wordt goed onderhouden. Elk jaar krijgen de beukenboompjes een snoeibeurt. De tuinmannen binden dan een touw om hun middel dat ze bij het beginpunt vastmaken. Als ze pauze hebben, kunnen ze de weg terug gemakkelijk weer vinden.

Vroeger werden er in Scandinavië uit bijgeloof doolhoven aangelegd. Zweedse en Noorse vissers tekenden een doolhof op het strand voordat ze de zee op gingen. Dat bracht geluk, dachten ze. Als het stormde maakten ze een doolhof van grote stenen. Ze geloofden dat de storm in de gangen van de doolhof zou verdwalen en dat de zee dan weer rustig werd. Sommige vissers waren bang voor trollen. Ze liepen voor ze gingen vissen door een doolhof. Ze dachten dat de boze kabouters ze zouden volgen en verdwalen. De bekendste doolhof uit de geschiedenis is die op Kreta in Griekenland. Die werd gebouwd om de Minotaurus, een vreselijk monster, in op te sluiten. In de legende doodde de jonge prins Theseus de Minotaurus in de doolhof. Omdat hij zo slim was geweest een bol draad af te wikkelen, kon hij de weg naar buiten terugvinden.


Een labyrint lijkt veel op een doolhof, maar is toch anders. Een doolhof bestaat uit veel gangen, een labyrint maar uit één. Je kunt er dus niet in verdwalen. Je hebt zelf ook een paar labyrinten. Binnen in je oor zit een orgaan waarmee je kunt horen en waarmee je je evenwicht bewaart. Waarschijnlijk ken je het als 'slakkenhuis'. Het ziet eruit als een labyrint en wordt daarom ook wel zo genoemd.