donderdag 2 augustus 2012

Overal Tijdloosheid


Zes wijzen, zoekers naar Waarheid en Wijsheid, gingen op zoek naar de ziener Pippalãda. Hun hart was vervuld van verlangen naar DAT, het Allerhoogste Brahman. "Hij zal het ons verklaren", zo dachten zij.

De wijze ziener ontving hen en zei tegen hen: "verblijf een jaar in mijn ashram, verdiept in meditatie, de zinnen beheerst, vol diep vertrouwen en stel mij dan uw vragen; dan zal ik u waarlijk alles leren wat er te weten valt."

Uit: Prashna Upanishad I.1 en 2

De vakantieganger van tegenwoordig heeft need for speed, zodat hij zich daarna kan gaan onthaasten. We nemen de 'snel' boot naar de Waddeneilanden, zodat we daarna meer tijd hebben. We nemen de snelste trein of de snelste route om ergens te komen. We nemen al jaren de autosnelweg, die helaas het tegenovergestelde oplevert. Dat de files toenemen hoeft niet te worden gezegd. Het hele jaar staan we in de file en gaan we op vakantie dan staan we wederom richting zuiden in een kilometerslange rij omdat we er zo graag snel willen zijn.

Hoe zit dat toch met ons mensen, wat denken we te winnen als we alles zo snel mogelijk gaan doen? Het fenomeen Tijd dient zich meer en meer aan.

"Tijd bestaat niet" zeggen de oude rishis, of sterker nog: Tijd is illusie. Tijd is hetzelfde als 'de mind' en bestaat om die reden slechts zolang er gedachten zijn. Zodra deze gedachten verdwijnen, houdt ook de Tijd op te bestaan en ontstaat er een Staat van Tijdloosheid. Dit kunnen we ervaren in Meditatie.

De Prashna Upanishad gaat over zes zoekers naar Waarheid die een Ziener bezoeken. De achtergrond van deze Upanishad wordt gevormd door de Atharva Veda en de zes vraagstellers bundelen als het ware de belangrijkste punten van deze Veda.

Veda betekent Weten en Prashna betekent 'Vraag'. De gehele Upanishad bestaat uit zes vragen van zes zoekers naar de ultieme uiteindelijke Waarheid, voorbij alle Tijd, voorbij alle Gedachten.

Deze zes zoekers hadden zelf al jarenlang gemediteerd, de Vedas bestudeerd en aan zichzelf gewerkt. Ze hadden veel kennis vergaard. Ze kenden de geschriften op hun duimpje. De rituelen, de mantras waren hun bekend, maar nog steeds waren ze niet in staat geweest om dat te vinden. De uiteindelijke openbaring van het hoogste. Brahman was nog niet als realisatie doorgedrongen in hun hart. Daarom zochten ze hulp en benaderden daarvoor de wijze Pippalada, die hen ontvangt in zijn ashram.

In de Vedas wordt het mensenleven in vier fasen verdeeld- vier Ashrams om bepaalde dingen te leren. Ashram betekent: een plaats om te rusten, een plaats om te Zijn.

De lengte van een mensenleven werd op ongeveer 100 jaar gedacht, en elke fase op een kwart daarvan, op zo ongeveer 25 jaar.

De eerste fase
Brahmacharya-ashram

Tot ongeveer 25 jaar was de fase van leren, student zijn. Een kind werd omstreeks zijn zevende jaar naar een leraar, guru, gebracht. Daar leerde het lezen en schrijven, maar ook de Geschriften, mantras en rituelen. In deze levensfase was het de bedoeling om alle mogelijkheden die iemand in zich heeft te ontwikkelen.

Dit betekent dat Pippalada ziet dat de vraagstellers het oprecht menen, anders had hij hen niet ontvangen. Oom de dharma te leren leven.

De tweede fase
Grhasthya-ashram

Tot ongeveer vijftig jaar, was de fase van werken, een gezin stichten. In deze periode trouwde men, kreeg kinderen. Er moest geld verdiend worden om het gezin en de ouders te onderhouden. Het was de periode van de familie-ashram. Dienstbaarheid aan anderen in woord en daad stond centraal. Zich verder verdiepen in de Geschriften, mantras; zingen en rituelen verrichten hoorde bij deze periode.

Rituelen rond huwelijk, geboorte, maar ook dagelijkse en periodieke rituelen. Een hulp en steun bij het dagelijks leven waren de rondtrekkende sanyasins. In de familie-ashrams waren zij altijd welkom, kregen zij eten en onderdak en luisterde iedereen naar de wijsheid van hen in de Satsang.

Satsang is het samenzijn om naar Waarheid te luisteren, in Waarheid te zijn.

De derde fase
Vanaprastha-ashram

Tot ongeveer vijfenzeventig jaar, was de fase van terugtrekken, van wijsheid opdoen.In deze periode waren de kinderen groter en zelfstandig geworden. In alle materiële zaken was voorzien, huis, eten, kleding. Aan alle verplichtingen was voldaan: tijd om zich naar binnen te keren, om zich terug te trekken en de wereldse zaken aan anderen over te laten. Vaak trokken mensen in deze periode naar het bos, om daar in eenvoud hun pad verder te gaan, te zoeken naar de mysteries van van het Zelf. De zes zoekers in de Prashna Upanishad waren hier een voorbeeld van.

De vierde fase
Sannyasa-ashram

Sommigen bleven teruggetrokken in het woud. Mensen kwamen naar hen toe, met vragen en problemen. De Ziener Pippalada was één van hen. Anderen gingen op pad als nomadisch leraar en kregen onderdak in de familie-ashrams en konden zo de Waarheid verder dragen.

Hoewel Pippalada ongetwijfeld blij zal zijn geweest met dergelijke oprechte zoekers naar Waarheid, vraagt hij hen toch te wachten, alvorens hij de vraagstellers gaat belonen. Hij vraagt ze doodleuk om een jaar lang te wachten alvorens ze zelfs maar één vraag mogen stellen. Kom daar in deze tijd maar eens mee. Hij vraagt ze een jaar lang in zijn ashram te mediteren,en de zintuigen te beheersen. Dat laatste betekent vrijwel geheel zwijgen, zeer matig eten en slapen en ook seksuele onthouding. Hij vraagt ze om alles opzij te zetten en geen enkele twijfel te hebben, dat wil zeggen vól vertrouwen te zijn, en pas daarna mogen ze één voor één hun vragen gaan stellen. Daarmee vraagt hij hen dus als eerste om Tijd te nemen, geduld te hebben en tevens om bescheiden te zijn. Ze krijgen dit als allereerste les, alvorens de vraag naar de bron van alle bestaan mag worden gesteld.

Pippalada was zich terdege bewust waar de vragen stellers voor kwamen en ook dat ze al de nodige kennis hadden. Hij wist echter ook dat een mentaal antwoord niet een juist antwoord kon zijn en bereidde de grond voor om ze ontvankelijk te maken voor de realisatie van dat wat voorbij de redeneringen zich openbaart, op het moment dat alle Tijd stopt. Haast is daarbij nooit een goede raadgever en hij helpt hen op deze manier om vanbinnen volledig kalm en rustig te zijn.

Op het moment dat het jaar was verstreken ging Kabandhi 2 naar Pippalada en vroeg hem:

"Wie schiep het Universum, uit Wie komt al wat leeft en bestaat in dit heelal voort?
Daarop antwoordt Pippalada dat de Heer der Schepping (Brahman),  vol verlangen was om het vele te worden. Hij trok zich terug in diepe meditatie en bracht toen voort Leven en Stof en daaruit ontstond al wat leeft en beweegt in het heelal.

Het beeld dat Pippalada hierbij gebruikt is dat van de zon. In beeldende taal schetst hij hoe het ene uit Zichzelf het vele voortbrengt als stralende Geestelijke zon die zich bindt aan de materie. Er ontstaat zo een beeld van een Universum dat bestaat uit Licht, uit zuiver stralend Licht. Dit Licht dat Aldoordringend is, Alomvattend leven is, straalt naar alle windstreken. Dit Licht leeft en straalt en is door alles heen altijd in alles Aanwezig.

In alle Upanishaden komt deze wijsheid naar voren. In iedere Upanishad en ook in de Bhagavad Gita wordt herhaald dat het Universum bestaat uit Eenheid in Verscheidenheid. Eén Bewustzijn, Aldoordringend in een Veelheid aan vormen. Maar vooral wordt altijd benadrukt dat de mens als enig wezen in zich de potentie draagt om dit ook zelf te realiseren. De mens heeft het bewustzijn om zich hiervan bewust te zijn en zich bewust met dit Aldoordringend Bewustzijn te verbinden.

Door de eeuwen heen zijn er verschillende wijzen, heiligen en zieners geweest die dit ook realiseerden, zowel in het oosten als in het westen en via verschillende wegen. Geen enkele religie kwam hieraan te pas.

De bekende Amerikaanse psycholoog William James benadrukte herhaaldelijk dat ons normale, dagelijkse bewustzijn slechts een bijzondere vorm van bewustzijn is, waaromheen - door de allerdunste afschermingen gescheiden – allerlei volstrekt andere vormen van bewustzijn liggen, allen verbonden in Eén Bewustzijn.

Ken Wilber, eveneens een bekende Amerikaans psycholoog schrijft in zijn boek "Zonder Grenzen':

"Het is alsof ons alledaags bewustzijn slechts een onbetekenend eiland is, omgeven door een uitgestrekte oceaan van een onvermoed en onbekend bewustzijn, waarvan de golven onophoudelijk op de riffen van ons gewone bewustzijn slaan, totdat ze - heel spontaan kunnen doorbreken en ons eilandbewustzijn overspoelen met de kennis van een uitgestrekt, intens en zeer wezenlijk Bewustzijn.

Moslims noemen het Opperste Eenheid en ook wordt het dikwijls 'Kosmisch Bewustzijn’ genoemd. Het zijn allemaal termen voor het ENE, wat de zieners DAT ofwel Brahman noemden. In feite is er geen naam voor, omdat het voorbij alle namen en vormen IS.

In een ander vers van de Prashna Upanishad zegt Pippalada:

"Als spaken aan de naaf van het wiel bevestigd en daarmee tot eenheid verbonden, zo zijn alle dingen verbonden met dit Zijn, de ene Levenskracht. Al wat Kracht of Wijsheid is, bestaat dankzij die Ene Kracht die zuiver Leven is."

Een verderop …"Dat kennend wordt de mens vereend met dat, het hoogste Zelf; bevrijd van het leven in de stof wint hij onsterfelijkheid."

Hier wordt niet gesproken van lichamelijke onsterfelijkheid, maar van een staat die 'los' is van de stof, los van de materie, los van het lichaam. Als we dit nader bekijken, zien we dat bij een wiel de beweging altijd aan de buitenkant zit. Hoe dichter bij het middelpunt, des te dichter bij het bewegingloze. In het centrum is het stil. Zodra het stil in ons wordt, ervaren we het mysterie van de tijdloosheid in ons Zelf, zijn we in ons centrum van totaal bewust zijn.

In de Svetasvatara Upanishad staat dat dit allerhoogste Mysterie het geheim der wijzen is - de geheime leer – en slechts zal worden geopenbaard in het hart van diegene die deze waarheid met hart en ziel is toegewijd.

Vreemd genoeg hoeven we daarvoor alleen vanbinnen te worden, waar we in al onze jachtigheid naar op zoek zijn: Stilte

Dit gejaagde zoeken naar Stilte is als de moeder die de baby in haar armen draagt en in paniek om zich heen roept: "waar is mijn baby, wáár is mijn baby" Ze vergat simpel te kijken, héél dichtbij, naar de rustig slapende baby in haar armen. Zo vergeten ook wij dikwijls te kijken naar dat wat het dichtste bij ons ligt: stilte, tijdloosheid. We hoeven alleen maar te kijken in de juiste richting en we kunnen het ervaren.

Eenmaal deze stilte in onszelf gevonden, hebbend, maakt het niet uit hoe lang de boot naar Terschelling erover doet of welke weg de snelste is.

Het is al stil, tijdloosheid is dan overal waar je bent, dus waarom zou je nog haasten. Sterker nog, hoe eerder je stopt met haasten, des te sneller.

Bron tekst