maandag 6 augustus 2012

Ze toetst zijn nummer in


Ze kan nog steeds boos worden om wat hij toen gezegd had. Er zijn jaren sindsdien verstreken, maar ze kan zich de gebeurtenissen nog scherp voor de geest halen. Het was ook niet één keer, meerdere malen had hij haar grof te kijk gezet, vaak waar anderen bij waren, en dat terwijl zij zich vaak zo onzeker voelde. Toch had ze het er niet bij laten zitten en hem klip en klaar gezegd dat ze zo niet behandeld wilde worden. Ze had van iedereen steun gekregen, haar boosheid was ook voor anderen goed invoelbaar. Niemand vond dat ze zich aangesteld had, wie zou zo behandeld willen worden. Ze wilde hem nooit meer zien, haar broer had afgedaan.

De afgelopen twintig jaar heeft ze hem niet gezien, op een vluchtig contact op een begrafenis na, en ze vindt het goed zo. In het begin heeft ze nog wel geprobeerd het uit te praten, maar dat was niet succesvol. Soms vragen vrienden naar haar broer, dan komen de oude gevoelens boven. Ze merkt dat de mensen haar tegenwoordig minder lijken te begrijpen. Maar zou je dan nu geen contact willen, mis je dat dan niet, is een veelgehoorde vraag. Ze geeft dan resoluut antwoord: "Ik wil dat nooit meer, het gebeurt niet".

Veel mensen ondervinden vaak nog dagelijks de gevolgen van problemen uit hun verleden. Gevoelens van rouw of rancune ten gevolge van verlies of kwetsing verstoren hun leven en vergallen het plezier wat ze bij tijden kennen.

Mensen raken op allerlei wijzen betrokken in verliessituaties, bijvoorbeeld ten gevolge van een overlijden, bij verlies van werk of gezondheid. Maar ook bij het afscheid nemen van idealen of onbereikbare verlangens steken gevoelens van verlies en teleurstelling, van boosheid en onmacht de kop op. De realiteit van een verlies onder ogen zien en de gevoelens ervaren die daarbij horen valt niet mee. En dus komt vermijden van de realiteit van een verlies veelvuldig voor. Met als triest gevolg dat de pijn blijft.

Wie verder wil zal het verlies moeten aanvaarden. Acceptatie staat in een (gedragstherapeutische) behandeling centraal. Confrontatie met de pijnlijke gevoelens heeft als doel om te komen tot accepteren van de situatie na het verlies. Deze aanvaarding geeft uiteindelijk ruimte om verder te gaan, te zien of er nieuwe mogelijkheden zijn. Boosheid en verdriet moet worden geuit, het onderdrukken van deze emoties werkt negatief uit op iemands functioneren.

Een manier om zich te uiten is het schrijven van een brief. De vrouw die door haar broer gekwetst was kreeg als opdracht een brief te schrijven, gericht aan haar broer. Ze hoefde de brief niet op te sturen. Wel moest het een echte brief worden waarin ze hem duidelijk maakte hoe hij haar gekwetst had met denigrerende opmerkingen. En ook wat voor gevolgen dat voor haar had gehad. Hoe ze jarenlang op haar hoede geweest was, bang als ze was om door anderen opnieuw gekwetst te worden.

Bij de opdracht hoorde dat ze op vaste tijdstippen in de week aan haar brief moest werken, net zolang totdat ze klaar was. Nadat ze begonnen was merkte de vrouw al na enkele weken dat haar gedachten haar op dit punt minder in beslag namen. Alsof ze meer lucht kreeg. Ze had gehuild, was gespannen en boos geweest. Maar nu was het eruit. Na verloop van tijd kon ze schrijven dat ze verder wilde met haar leven. Ze had de opdracht afgerond en was in staat haar leven op te pakken.

De rituele schrijfopdracht had haar geholpen om de vermijding met de pijn op te geven, onder ogen te zien en te verwoorden wat de gebeurtenissen met haar hadden gedaan. Ze had – letterlijk – haar gevoelens van zich afgeschreven.

Wanneer ze nu aan haar broer dacht werd ze niet langer boos. Ze vraagt zich af hoe het met hem gaat, en hoe hij eruit zou zien. Ze ziet er tegenop om contact met hem te zoeken, maar merkt ook dat de tegenzin om hem te ontmoeten verdwenen is. Misschien kan ze hem eens opbellen. Ze toetst zijn nummer in.