dinsdag 25 september 2012

Ruimte


Ik heb een cirkeltje
dat cirkeltje is van mij
het is mijn geboorterecht
het cirkeltje de mijne te noemen,
ik noem het mijn ruimte.

Binnen mijn ruimte kan ik gaan en staan waar ik wil
Er zijn geen grenzen want ik ken geen beperkingen
dat wil niet zeggen dat ik geen zeggenschap heb
over wat er in mijn ruimte gebeurd.

Jij hebt een cirkeltje
dat cirkeltje is van jou
het is jouw geboorterecht
het cirkeltje de jouwe te noemen
jij kunt het jouw ruimte noemen.

Jouw ruimte ligt verder dan de mijne
en ertussen ligt een nog een cirkeltje
dat cirkeltje is van niemand
ik noem het niemandsland.

Het niemandsland raakt een stukje van mijn ruimte
en een stukje van jouw ruimte
en zo maken we contact
het is de verbinding tussen jou en mij.

Soms stap ik in het tussenstuk.
En zonder mijn ruimte tekort te doen bied ik jou de ruimte
dingen te delen vanuit jouw tussenstuk
In dat tussenstuk is er geen ruimte voor oordelen of veroordelen
Immers het is niet mijn ruimte, maar ook niet de jouwe.

Ik kan naar je luisteren en jij naar mij
Ik kan je troosten en jij mij
Ik kan je een schouder bieden of een oor
en soms een helpende hand
maar zonder conclusies te trekken over wie jij bent
of wie en wat jouw voorkeur heeft.

Ik ben namelijk niet in jou ruimte
Behalve van hetgeen je me toelaat van jou te zien
ken ik jouw ruimte niet
Het is onbekend terrein
Ik kan me onvoorwaardelijk geven.

Vanuit het stukje niemandsland
Ik hoef me niet aan je te storen
En kan je respecteren
En vervolgens weer terug gaan in mijn ruimte.

En jou terug laten keren naar de jouwe.
Ik hoef geen conclusies te trekken
En als ik je die tijd en ruimte geef vanuit het niemandsland
dan sluiten nog veel meer cirkeltjes aan op dat stukje
Waardoor ik evenveel aan de ander geven kan
als dat ik dit aan mijzelf doe.

Claudia Phillipo