woensdag 17 oktober 2012

Zeven kleuren van de regenboog

Toen God de wereld geschapen had, zat Hij wel met een probleem. De dingen en de dieren waren zo mat, dat vond Hij toch een beetje vreemd. Maar toen er een boog aan de hemel verscheen, zag Hij de mooiste kleuren. Hij nam ze alle, één voor één, om er zijn schepping mee op te fleuren.

De eerste kleur

De lammetjes waren allemaal wit. En God zei: 'wat een mooie kleur is dit!' Maar de lammetjes morden: 'die kleur is niet echt, ze is niet vrolijk, wij vinden ze slecht.' Toen gaf God een warme kleur aan hun bloed, dat maakte hen rustig, zacht en goed. Ook God was tevreden. Hij werd goedgezind, en Hij riep naar de lammetjes in de wind: 'ik maak jullie blij, van klein tot groot! Mijn eerste kleur is rood!'

De tweede kleur

Miljoenen zandkorrels, dapper maar klein, vormen de grote, droge woestijn. Ze kropen altijd gezellig bijeen, zo voelde geen korreltje zich alleen. Opeens hoorde God een piepkleintje zeuren: 'de wind zal mij wegblazen, ver hier vandaan! Ik ben bang! Wie komt er eens voor mij staan?' En God dacht: o ja, het zand moet Ik kleuren zodanig dat, waar de wind het ook blaast, er geen korrel verloren raakt in de haast. 'Zo,' zei God tegen zichzelf, 'ook dat kan je! Mijn tweede kleur is oranje!'

De derde kleur

De zon was moe en van streek, ze gilde: 'Ik moet hier maar lichten en stralen en warmen en niemand die opkijkt en eens zegt: och arme!' God hoorde haar klacht, liep wat rond en dacht: een kleur vol van leven moet Ik haar geven dan glundert de zon in een gele japon! 'Ga nu maar stralen,' zei God, 'en veel! Mijn derde kleur is schitterend geel!'

De vierde kleur

Het gras, de planten, de bladeren aan de bomen, die waren ook van een kleur aan het dromen. Toen zagen ze God en het gras vroeg beleefd: 'wanneer u ook ons nu een kleurtje geeft, kan het dan fris zijn, rustig en zacht?' God maakte de planten en bladeren groen en het gras kreeg een klinkende, groenige zoen, 'Ach ja,' zei God. 'Dit was goed te doen, Mijn vierde kleur is het rustige groen!'

De vijfde kleur

De grote zee zag er maar bleekjes uit. Ze zei: 'ik ben kalm of vol storm, stil of luid en daarop ben ik verschrikkelijk fier. God gaf de zee een koninklijk blauw, de kleur van de adel, niet van de kou. 'Ik vind je mooi, mijn zee', zei God. 'Mijn vijfde kleur is prachtig blauw!'

De zesde kleur

De zesde kleur door God bedacht was een diep blauw voor de nacht. Zo kun je elke kleine ster heel wit zien stralen, ook van ver. Maar tellen hoef je niet te doen ze zijn met meer dan tien miljoen. God zag de nacht en zei toen zo: 'Mijn zesde kleur is indigo!'

De zevende kleur

Die avond was de hemel moe. God zei: 'doe maar je ogen toe. Ik geef je een kleur als een warme vacht om in weg te duiken voor de nacht.' God gaf het zachte, warme violet aan de hemel in zijn bed. 'Slaap zacht,' zei Hij, 'mijn hemelbed, mijn laatste kleur is violet.