dinsdag 13 november 2012

Al kuierend


Genietend en gemoedelijk,
gezapig en genoeglijk,
langs zandige, stilstaande paden,
een schroeihete zon in de rug,
als een twee-één symbool
ver voor zich uit
hun frele schaduw werpend,
kuieren ze zonder verzuchting
dan samen en vredig te zijn.

Te worden verwarmd en verlicht,
genotvol
nergens heen te gaan,
nergens vandaan te komen,
gewoon: te Zijn
en voort te kuieren
met lichte tred op blote voet
los van 't gevoel zich te verplaatsen,
vrij van 't gevoel ooit te verwijlen.

Zonder vragen,
zonder antwoord noch suggestie,
van binnenuit
de eeuwigheid
te proeven en te smaken,
elkaar volgend
zonder weten
wie voorgaat,
wie nakomt.

Arm in arm,
de vingeren gestrengeld
of het nooit anders was,
de voeten in de madeliefjes nu,
het hoofd in de koelblauwe hemel,
het hart in God.

Pierre De Paepe