maandag 12 november 2012

De man in de wolken

Hoe de man in de wolken eigenlijk heette
En waar hij vandaan kwam, was onbekend.
In het dorp beneden wou ook niemand dat weten
De man in de wolken, zo stond hij bekend.

De man in de wolken kwam nooit naar beneden
Alleen, maar volmaakt gelukkig was hij
En dat had een bijzondere reden.

Aan de muur van zijn huis hing een prachtschilderij.
De man in de wolken kon er uren naar kijken
In schoonheid gingen zijn dagen voorbij.
Een hoger geluk kon hij niet bereiken
Dan kijken en kijken naar het prachtschilderij.

En vaak zag je mensen naar boven toe lopen
Naar de man in de wolken met het prachtschilderij.
De deur van zijn huis stond voor iedereen open
Kom er maar in, zei hij altijd gastvrij.

En iedereen gaf hem omdat het zo hoorde
Een brood of wat wijn, als een soort van entree.
Dat was door de jaren gewoonte geworden
Voor de man in de wolken nam je iets mee.

En op een stoel naast de man in de wolken gezeten
Werd alles opeens zo helder als glas.
Het prachtschilderij deed je even vergeten
Hoe treurig en lelijk het leven soms was.

Het was een landschap zo mooi, zo schitterend leeg
Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon.
Je kon zien hoe alles een vorm en een kleur kreeg
In het licht van een eindeloos opgaande zon.

Op een dag kreeg de man in de wolken bezoek
Van een vreemdeling die hem een hand gaf en zei
U schijnt de bezitter te zijn van een doek
Dat beneden bekend staat als het prachtschilderij.

De man in de wolken zei komt u maar binnen.
De vreemdeling ging voor het landschap staan
En raakte vervolgens totaal buiten zinnen.
Het is niet te geloven, hoe komt u hieraan
Een meesterwerk en kijk toch eens even
Compleet met lijst en signatuur.
Meneer, u bent binnen voor de rest van uw leven
Hier hangt een gigantisch fortuin aan de muur.

De man in de wolken wilde vergeten
Wat de vreemdeling hem die dag had verteld
Maar er was iets veranderd, alleen door te weten
Dat schoonheid was uit te drukken in geld.
Tegen bezoekers zei hij steeds vaker
Raak het niet aan, kom niet te dichtbij.
Hij veranderde langzaam in een bewaker
Een voorzichtige man met een prachtschilderij.

En toen kwam de angst en kwamen de dromen
Dieven die schreeuwden kom hier met dat doek.
En zo is het slot op zijn voordeur gekomen
En kreeg de man in de wolken steeds minder bezoek.

Het was een landschap zo mooi, zo schitterend leeg
Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon.
Je kon zien hoe alles een vorm en een kleur kreeg
In het licht van een eindeloos opgaande zon.

De man in de wolken dacht soms nog even
Terug aan de tijd toen het prachtschilderij
Nog aan iedereen troost en warmte kon geven.
Maar zo mocht hij niet denken, die tijd was voorbij.
Hij moest het beschermen, desnoods met zijn leven
Dat was hij aan de schoonheid van het landschap verplicht.

Een diefstal zou hij zichzelf nooit vergeven
Dus deed hij alles wat dicht kon nog dichter dan dicht.
Maar toch werd bij banger, geen nacht die voorbijging
Of hij hoorde de dieven en ze vonden het vast
Want ze wiste dat het bij hem aan de muur hing

En toen sloot hij het landschap op in een kast.
Maar de plek waar het prachtschilderij had gehangen
Werd leger en leger en op den duur
Werd de man in de wolken gek van verlangen
En hing hij het landschap terug aan de muur.
Die nacht heeft hij uren en uren gekeken
Naar de vormen, de kleuren en de opgaande zon
Maar de glans was verloren, de schoonheid geweken
Alsof hij niet meer goed kijken kon.

Toen opeens zag hij alles zo helder als glas
Daar hing in een lijst zijn angst aan de muur
Die nacht in de wolken begreep hij dat pas
En smeet hij het prachtschilderij in het vuur.
De man in de wolken zag het landschap verkleuren
En de opgaande zon in vlammen opgaan.
Toen stond hij op, deed het slot van zijn deur
En verbaasd bleef de man in de wolken toen staan.
Hij zag een landschap zo mooi, zo schitterend leeg

Zo moest het geweest zijn toen de wereld begon.
Hij zag hoe alles een vorm en een kleur kreeg
In het licht van een prachtige opgaande zon.

Harrie Jekkers