maandag 31 december 2012

De traditie van de oliebol


Van oliekoek naar oliebol

Eeuwenlang aten de Nederlanders oliekoeken, een oude naam voor oliebollen. In die tijd werden ze echter in reuzel of raapolie in een koekepan gebakken. Door meer olie te gebruiken en het deeg meer ruimte te geven in een diepere pan werden ze na 1850 oliebollen genoemd. In de loop van negentiende eeuw kreeg de oliebol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale het woord 'oliebol' op. Vanaf begin 19e eeuw wordt alleen nog over oliebollen gesproken.


Alles valt of staat met de hoeveelheid olie. Om mooie ronde bollen te krijgen, is een diepe laag olie nodig. Het beslag moet namelijk vaak omgedraaid worden. In de 'mengel' (1,2 liter) olie die het recept uit De verstandige kock (1669) voorschreef, viel geen goede bol te bakken. Het achttiende-eeuwse kookboek De volmaakte Hollandsche keukenmeid adviseerde de dubbele hoeveelheid olie, waardoor de koeken boller uit het vet kwamen. Maar ze werden nog altijd oliekoeken genoemd. De koeken werden ronder en boller en deed de term oliebol zijn intrede. Dat gebeurde halverwege de negentiende eeuw, maar voorlopig alleen in woordenboeken. Aan het eind van de 19e eeuw werd de oliebol door straatverkoop populair.

Gegist deeg frituren is geen Nederlandse maar een Perzische uitvinding. Het recept zou via de Moren en hofhouding van Karel V in Nederland en Vlaanderen zijn beland.

Veel mensen denken dat oliebollen extreme dikmakers zijn, maar dat valt best mee. Ze zijn nauwelijks vetter dan een stuk appeltaart en zelfs minder vet dan sprits of speculaas. Een oliebol van 75 gram bevat tussen de 120 en 200 calorieën.

Waarom de traditie om oliebollen te eten
op oudejaarsavond?


Deze traditie ontstond zo ongeveer aan het eind van de Middeleeuwen. Toen werd er tussen Sint Maarten en Kerst gevast. Als deze periode van vasten afgelopen was, werd er gefeest, gedronken en gegeten. Oliekoeken waren een belangrijk onderdeel van dit feest, Ze werden gemaakt van houdbare ingrediënten, waren rijk aan vet en calorieën en daardoor een goede brandstof tegen de winterkou.