zaterdag 30 maart 2013

Het paardengebed


Geef mij te eten, geef mij te drinken
en zorg steeds voor mij.

Is de dagtaak volbracht,
geef mij dan onderdak,
een schoon bed en ruime box.

Spreek veel tot mij, wees goed voor mij
en ik zal je met meer vreugde dienen
en van je houden.

Spaar mijn gevoelige mond,
gebruik geen zweep
als ik mijn best doe,
wees niet ruw als ik je niet begrijp,
maar geef mij de tijd
om je te leren begrijpen.

Als je tevreden over mij bent,
laat mij dan je tevredenheid delen.

Denk niet dat ik ongehoorzaam ben
als ik niet naar de hulpen luister;
misschien zit er iets niet in orde
met het tuig of misschien hindert mij
wat ik je immers niet vertellen kan.

Onderzoek mijn mond als ik niet eet,
misschien heb ik een zieke tand;
je weet wat een pijn dat kan doen.

Zet mij niet te kort vast,
en coupeer mijn staart niet.
Het is mijn enige wapen tegen vliegen
en andere insecten.

Let op, dat ik niet op de tocht of te warm sta,
want zonder je medewerking
kan ik mij gewoonlijk niet verplaatsen.

En tenslotte, lieve baas,
als ik je niet meer tot nut kan zijn,
laat mij dan niet verhongeren
of kou lijden en verkoop mij niet.

Geef mij geen nieuwe baas die
mij onvoldoende eten geeft,
maar wees goedhartig
en geef mij een vlugge barmhartige dood.

Laat mij dit alles mogen vragen
en beschouw het niet als oneerbiedig
als ik het doe in naam van Hem,
die in een stal werd geboren.

Amen.

Schrijver onbekend