zaterdag 14 juli 2012

Boodschap van Gaia, OerGodin en Moeder Aarde


Ik ben het Hart van de Moeder en ik wil tot je spreken. Je kunt mij zien in de bomen en de bossen. Je kunt mij horen fluisteren in het ruisen van het gras en het murmelen van de beek. Je ziet mij in de vogels en de vissen. Alle dieren zijn een uitdrukking van mij. Je herkent mij aan de overvloed van planten en bloemen en aan de oogsten die je regelmatig binnenhaalt.

Maar ik word misbruikt. In de cycli van overvloed gaat het om geven en ontvangen. Ik geef, maar waar is het ontvangen gebleven? In jullie moderne tijd draait het om geven en nemen. Oppervlakkig bezien lijkt dat hetzelfde, maar toch is er een groot verschil. Bij het ontvangen wordt er stilgestaan bij de overvloed en bedankt voor de oogst. Bij het nemen is men zich hier niet meer van bewust en begint de hebzucht zijn intrede te doen. Men neemt vaak ook veel meer dan men nodig heeft. Kijk maar naar de schappen in jullie winkels: die stralen geen overvloed uit maar hebzucht. Alles draait om hebben, hebben en nog eens hebben. Van mijn overvloed wordt constant genomen zonder dat ik er iets voor terug mag ontvangen. Mijn hart wordt leeggeroofd en mijn lichaam gevuld met ziekmakende afvalmaterialen, waardoor ik onvruchtbaar wordt.

Er was eens een tijd toen mijn oppervlak bewoond werd door mensen met een heel ander soort bestaan dan wat mijn menselijke kinderen tegenwoordig ervaren. Deze mensen leefden in een geografisch gedeelte wat nu beter bekend is als Noord-Amerika. Hun bestaan was harmonieus met een diepgaand contact met mij, de planten en dieren waar ze hun leven mee deelden. Het leven was gebaseerd op eer, traditie en ver ontwikkelde contacten met de etherische rijken. Er was een weten, dat we maar een klein fragment zijn van een veel grotere creatie. Het waren machtige mensen wiens krachten voortkwamen uit hun kennis en wijsheid. Ze wisten dat ze een link vormden tussen de dimensies en waren ook heel bedreven in het reizen in deze dimensies.

De Indianen erkenden de planten-, mineralen- en dierenrijken als gelijken. Ze plaatsten zich niet boven anderen, maar geloofden dat alle levende dingen verbonden waren met elkaar, en dat is inderdaad zo. Er was een evenwichtige uitwisseling tussen alle levende dingen, het geven en ontvangen werd gezien als een noodzaak van het leven. Er was communicatie tussen alle rijken en ook met mij. Deze mensen begrepen dat ik een levend, ademend wezen ben. Ze eerden mij op grootse wijze en stonden midden in de natuurlijke levensstroom. Ze leerden dit hun kinderen en de tradities werden generaties lang doorgegeven. Elke stam volgde gelijksoortige tradities, samenwerkend met mij als partners. De talen verschilden, maar de verstandhouding was hetzelfde.

Deze mensen communiceerden met mij in alles wat ze deden. Ze hoorden mijn lied in de wind, voelden mijn hartslag door de grond waar ze op liepen. Ze keken in de ogen van een dier en zagen mijn ziel. Hun vieringen waren voor mij en ik vierde met hen mee. Ze begrepen de vreugde van onze communicatie en gebruikten hun hart hiervoor. In onze verbintenis vonden we beiden een vreugdevolle extase, want ik voelde mij geliefd en gaf hen weer mijn liefdevolle steun en energie. Ze waren dankbaar voor alle zegeningen die ze kregen.

Jammer genoeg leefden er ook vele andere mensen op mijn oppervlak die in diepe vergetelheid leefden. Ik kon niet met hen communiceren want ze konden mij niet horen, zien of voelen. Ze begrepen mij niet en door hun gesloten harten, gaven ze maar weinig om elkaar. Hun bestaan was gebaseerd op macht, hebzucht en uitbuiting. Ze hongerden naar rijkdom in de vorm van comfort en materialisme. Deze onuitblusbare honger was zo overheersend, dat ze alles zouden doen om deze te stillen, ook al betekende dit het doden en vernietigen van elkaar. Wat ze dus ook regelmatig deden.

Tijdens deze zoektocht naar macht, hield het niet op bij zelfdestructie. Deze mensen in hun vergetelheid, vernietigden ook veel van het dierenrijk. Ze slachtten massa's dieren, zonder reden en zonder uitwisseling af. Er was een bloedvergieten over mijn gehele oppervlak. Ze misbruikte mij, namen vrij wat niet voor hen bestemd was. Zij, samen met andere wezens in vergetelheid van buiten deze creatie, openden mij voor de mineralen. Deze waren cruciaal voor mijn mogelijkheid om mijn vibraties in stand te houden. Ze namen zoveel als ze konden dragen en kwamen toen terug voor meer. En nog meer. Mijn frequenties bleven gevaarlijk dalen. Zij in vergetelheid, vergiftigden mijn waterstromen en oceanen en brachten groot leed voor de wezens die daarin moesten leven. Zonder na te denken werden hele bossen van grote bomen omgekapt. Reuzen, die mij al duizenden jaren lang geholpen hadden de lucht rondom mij schoon te houden en te voorzien van zuurstof. Mijn moeizame ademhaling werd niet gehoord.

Toch waren er ook die mijn geroep wel hoorden. De Indianen voelden mijn pijn alsof het zichzelf betrof, en in zekere zin was dat ook zo. Want uiteindelijk werden ook zij deel van de vernietiging. Hun tradities werden gevreesd, evenals hun kracht. Diegenen in vergetelheid snapten er niets van, want deze Indianen hadden toch bijna niets in hun bezit. En zoals heel vaak het geval is bij de mensen, wordt datgene wat het meeste gevreesd wordt, vernietigd. En dus werden de Indianen opgejaagd, gehele stammen aangevallen en afgeslacht, vrouwen en kinderen niet uitgesloten. Groot verdriet en pijn ging door de Indiaanse bevolking. Ze werden verdreven van mijn gebieden die ze altijd gedeeld hadden in harmonie met het land en werden bijeengedreven in bepaalde plaatsen en daar gehouden als gevangenen van vergetelheid. Het werd ze verboden om hun oeroude heilige tradities nog langer te volgen. Het was een trieste tijd, zowel voor hen als voor mij.

Na een hele periode, bezweken de Indianen onder de omstandigheden. Levend in ontzegging, had uiteindelijk het beoogde effect. Geleidelijk aan werd het gemakkelijker gevonden om de opgelegde regels te volgen dan hun eigen hart. En ook zij vielen in vergetelheid en werden blind voor hun toestand. Hun vibraties daalden zo erg dat ze uitgeput raakten. Sommigen verkozen liever te sterven dan in een wereld te leven die door anderen overheerst werd. Ziektes staken de kop op en de dood kwam langzaam.

Een enkeling echter, herinnerde zich en hield zich aan de oude weg. Deze geestelijke leiders waren degenen die met mij verbonden bleven. Ze communiceerden regelmatig, ondanks heftige tegenstand, continue zoekende naar een weg om hun volk te helpen. Regelmatig probeerden ze anderen te helpen ontwaken, om boven alles uit te stijgen en hun verbondenheid te voeden in plaats van de pijn. Maar er waren zo weinig van deze leiders en zovelen in vergetelheid. Het was een zeer moeilijke tijd voor ons allen.

Maar door dit alles leerde ik een belangrijke les. Ik mocht aanschouwen, maar niet ingrijpen. Ik moest alles op zijn beloop laten, al was het nog zo aangrijpend en moeilijk om aan te zien. Ik moest observeren in plaats van deelnemen. Iets anders doen zou het ingrijpen in de natuurlijke gang van zaken betekenen. En dit, realiseerde ik me, mocht ik niet doen. Het was een pijnlijke openbaring voor mij om te zien hoe mijn kinderen elkaar vernietigden. Ik was gedwongen, gevoelens van hulpeloosheid en hopeloosheid aan te voelen en te ervaren uit de eerste hand. Mijn verdriet was zo intens dat ik het gevoel had dat mijn hart zou breken, wat uitermate pijnlijk was. Maar, zoals je wel weet, is pijn een goede leraar. Het deed mij inzien, misschien voor het eerst, dat het tijd werd voor mij om te ontwaken en mijn krachten terug te nemen. Het werd tijd voor mij om mijn genezingsproces te beginnen. De hulpeloosheid en hopeloosheid van de Indiaanse bevolking, hield mij een spiegel voor. Het was een prachtig geschenk van de Indianen en toen ik het eenmaal begreep, accepteerde ik het dankbaar. Het hielp mij om het patroon te doorbreken dat ik al zolang gevolgd had.

Ondanks dat er vele Indianen bezweken tijdens deze verdrietige dagen, waren er enkelen die overleefden. Velen van deze overlevenden behielden hun tradities, hun spirituele uitvoeringen en hun communicatie met mij. Ze hielden vast aan hun waarheid en dat leidde hen uit de duisternis. Sommigen van hen die de dood verkozen boven de overgave, verbleven in het geestenrijk, vastbesloten om op welke manier dan ook te assisteren, zelfs vanuit de andere dimensies. Deze Ouden hebben nooit mijn zijde verlaten. We hielpen elkaar weer; ik had hen nodig en zij mij. Toen ik ontwaakte, verankerden zij mij en mijn vibraties stegen weer. Toen deze toenamen, begon ik mijzelf te helen en ontdekte de vreugde van het vinden van mijn eigen kracht en bestemming. Eenmaal aan het genezen, was ik weer in staat om ook hun van meer energie te voorzien en hen zo naar hogere frequenties te brengen.

Bekijk elkaar met open hart, open blik en de bereidwilligheid te omhelzen zonder oordelen of angst. De Ouden zijn hier om assistentie te verlenen tijdens onze gezamenlijke reis. Laten wij ze eren, zoals zij ons eren en met dankbaarheid het geschenk accepteren wat ze aan ons willen geven. Het is tijd om als één te staan met een gezamenlijke visie en doel. Heb vertrouwen en weet dat we zullen slagen, geliefde. We zullen elkaar helpen de weg naar huis te vinden.

Mitakuye oyasin
(wij zijn allen verbonden met alles wat bestaat)

Gaia, Moeder Aarde