vrijdag 27 juli 2012

De waarheid in de mythe, sprookjes, fabels en legenden

In het verhaal gaat het om de boodschap en niet om de boodschapper.

Er zijn geïnspireerde boeken, die vaak een bron van ellende en geweld zijn, maar ook andere verhalen zoals mythen, sprookjes, fabels en legenden, kunnen ons inspireren. Een sprookje roept meestal iets heel anders op dan een geïnspireerd verhaal. Het geeft een plezieriger gevoel.

Veel sprookjes blijken gebaseerd te zijn op heel oude verhalen, zoals we die herkennen in 'De mythe van Kreta'. Een Indiaas verhaal, waarin we treffende overeenkomsten met de verhalen over Assepoester en Sneeuwwitje vinden en dat al veel ouder is dan de ons bekende sprookjes, blijkt van het sprookje een voorloper te zijn.

Een geïnspireerd verhaal of geopenbaard verhaal wordt vaak in geloof opgetekend. Het is een heilsboodschap. Het heeft een heel ander effect bijvoorbeeld dan het sprookje. Het ideaal dringt zich op en het botst met het bevrijdende element dat zich in het sprookje bevindt. Een sprookje heeft een moraal, een weg naar zelfrealisatie. Een opgelegde ideologie is fataal voor het verhaal. Sprookjes nodigen uit. Ze zijn een verwijzing naar een les die waarheid bevat. Het verhaal is een symbool, niet de werkelijkheid. Sprookjes geven geen antwoord over het hiernamaals en over wie we zijn, een heilig boek wel. Verhalen uit de koran en bijbel nemen we daarom een stuk serieuzer.

De mythe stamt uit Griekenland. Daar had men geen God van het woord, de logos. We kunnen ons afvragen of mensen goden scheppen of dat God de mens schept. Een mythe probeert hierop een antwoord te vinden; als dat er niet is, wordt het gecreëerd.

Sagen


Zijn volksverhalen die gebaseerd zijn op
persoonlijke gebeurtenissen.

Legenden


Hebben vaak een moralistische inslag. Gaan vaak over een heilige of een heilig voorwerp. Veel legenden stammen uit de middeleeuwen.

Mythen vertellen het verhaal over oude goden en culturen. Vaak gaan de verhalen over goden onderling of hun avonturen met mensen. Eén van de belangrijkste mythen van oude culturen was de scheppingsmythen, het verhaal hoe de wereld, het Universum tot stand was gekomen. Omdat het mythisch gegeven meestal met religie wordt geassocieerd, is de studie ervan ook vaak religiegebonden. Dat wil zeggen dat men mythen dan als materiaal gebruikt voor de reconstructie van religieuze voorstellingen, met soms inhouden die van verschillende mythologische oorsprong kunnen zijn, maar met elkaar tot een enkel systeem verbonden zijn.

Sommige eeuwenoude legendes of mythen, zoals het mysterie van de gezonken stad Atlantis, de Yeti uit de Himalaya en het monster van Loch Ness, blijven de mensheid intrigeren. Op internet zijn duizenden sites te vinden van mensen (ook wetenschappers) die zich met bovengenoemde mythen bezighouden

Fabels


Zijn veelal ook moraliserende, opvoedkundige verhalen,
waarin dieren optreden.

Conno Vlaardingerbroek heeft het meest met sprookjes. Sprookjes zijn niet aan plaats en tijd gebonden. Een sprookje is een volksverhaal. Het woord komt van het Twentse woord: sproake, wat betekent: dat wat gezegd wordt.

Het verhaal 'Twee broeders', dat stamt uit Egypte, zo’n 1300 v.Chr., is waarschijnlijk het eerste sprookje dat bekend is geworden. Sprookjes bevatten minder bewust godsdienstig of historisch materiaal, spelen zich af in een onbestemde tijd en lopen doorgaans goed af. De les is, volhouden, dan overwint het goede. Een kind kan zich er prima mee identificeren. De figuren zijn Universeel. Vaak gaat het over een koning en een held en er zijn scherpe contrasten tussen realiteit en wat er gebeurt in het verhaal. Er is altijd sprake van een tegenstelling, een dualiteit: oost - west, goed – kwaad. Vergeving komt niet zo aan de orde, in dat opzicht is de leer van Jezus veel mooier. Vaak zijn er 3 mensen, 3 problemen, of/en 3 voorwerpen in het spel. De jongste, of zwakste van de drie, slaagt erin de problemen op te lossen. Een sprookje gaat over intuïtie en spreekt in symbolen. Er is ook een sprookje waarin we duidelijk overeenkomsten met het verhaal van Simson kunnen ontdekken.

Veel sprookjes, zoals bijvoorbeeld dat van Sneeuwwitje, kunnen we interpreteren met de psychoanalyse van Jung. In Sneeuwwitje probeert de oudere, de moederfiguur, de jongere te dwarsbomen. Het eten van de appel wordt geïnterpreteerd als het verlies van de onschuld.

Vlaardingerbroek eindigt met de retorische vraag:

Hoe zou de wereld eruit zien als we onze levensvisie ontlenen
aan sprookjes en niet aan geïnspireerde verhalen?