dinsdag 24 juli 2012


Een boerenmeisje liep eens door een wei waar een moslim aan het bidden was. Nu was het voorschrift dat men niet langs de plaats hoorde te lopen waar iemand aan het bidden was. Na enige tijd kwam het meisje weer langs het zelfde pad terug en de man zei tegen haar:

"Je hebt iets verschrikkelijks gedaan".

"Wat heb ik dan gedaan?", vroeg ze onthutst.

Hij zei: "Ik was hier aan het bidden en dacht aan God, en jij bent hier langs gelopen".

"O, ja?, zei het meisje, "dacht u aan god? Ik was op weg naar mijn vriend. Ik heb u niet gezien, hoe kon u mij zien terwijl u aan God dacht?"

Uit: De mens, meester van zijn lot
Inayat Khan

Als het goed is, zegt de schrijver, begint men als men denkt aan God zichzelf te verliezen, zoals een minnaar de gedachte aan zichzelf verliest in de gedachte aan de geliefde.