vrijdag 6 juli 2012

Optisch bedrog


Een menselijk wezen vormt een deel van het geheel dat door ons het Universum wordt genoemd, een deel dat beperkt is in tijd en ruimte. De mens ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets wat van de rest is afgescheiden, een soort optisch bedrog van zijn bewustzijn. Deze waan vormt een gevangenis voor ons, beperkt ons tot onze persoonlijke verlangens en tot affectie voor een paar mensen die ons het meest nabij zijn. Het is onze taak onszelf uit deze gevangenis te bevrijden door de kring van ons mededogen te vergroten en alle levende wezens en de gehele natuur in haar schoonheid te omhelzen.

Albert Einstein

Doordat we als mensen een ego hebben, zien we onszelf als een individu. In het Sanskriet noemen ze het ego Ahamkara. Letterlijk vertaalt: de IK-maker. Het ego is als het ware een apparaatje die overal IK voor plakt. Deze tekst wordt op dit moment gelezen en het ego maakt ervan "IK lees deze tekst". Je haalt de hele dag adem en zodra je daarover nadenkt, maakt het ego ervan: "IK haal adem". Het ego creeëert dus het idee dat jij als individu er zelf voor kiest wat je denkt, voelt en doet.

Je leven lang leef je daardoor met het beeld dat je een afgescheiden individu bent,
dat jij beslist wat er in jouw leven gebeurt.

Als je succes bereikt ben je trots, als je faalt voel je je wellicht schuldig en als iemand jou iets aandoet dan leg je de schuld bij die persoon. Er ontstaan daarbij direct allemaal ideeën over goed en fout. De één is goed, de ander fout. Wanneer we uitzoemen en zien dat alles bewustzijn is dat in beweging is, vervallen de ideeën over schuld en over goed en fout. We zien dan dat alles precies is zoals het moet zijn.