donderdag 26 juli 2012

Wij houden ons nooit aan het heden


Wij lopen op de toekomst vooruit, alsof die veel te traag is in het komen en wij haar gang willen verhaasten; of wij roepen het verleden weer op, om het vast te grijpen omdat het te snel vervliegt.

Zo onvoorzichtig zijn wij, dat we ronddwalen in tijden die de onze niet zijn en in het geheel niet denken aan de enige tijd die ons toebehoort; en zo oppervlakkig, dat wij denken aan tijden welke niets zijn en zonder na te denken ons onttrekken aan die enige tijd die werkelijk bestaat. Dat komt doordat het heden ons gewoonlijk pijn doet. Wij verbergen het voor ons oog omdat het ons leed berokkent en wanneer het aangenaam is, hebben we spijt dat wij het zien ontglippen. Wij trachten het dan te schragen door de toekomst en denken dan te beschikken over dingen die niet in onze macht liggen, over een tijd waar wij geen zekerheid van hebben dat wij haar beleven. Laat ieder zijn gedachten maar eens onderzoeken en hij zal bemerken dat deze bezig zijn met verleden en toekomst.

Wij denken vrijwel nooit aan het heden. En wanneer wij het al eens doen, is het slechts om er een licht in te ontdekken, met behulp waarvan wij over de toekomst kunnen beschikken. Het heden is nooit ons doel, het verleden en het heden zijn slechts middelen voor ons en alleen de toekomst is ons doel. Op die manier leven wij nooit, maar hopen te leven en terwijl wij ons voortdurend gereedmaken om gelukkig te worden, is het onvermijdelijk dat wij het nimmer zijn.

Wiskundige 1623 - 1662