zondag 9 september 2012

Het beertje


Op een dag trof een goede fee een klein beertje huilend aan in het bos.

"He, zei de goede fee tegen het kleine beertje, "wat doe jij hier?"

Het beertje keek haar snikkend aan en zei: "kijk …" terwijl het naar een emmertje wees dat hij bij zich had. "hier zit mijn hartje in, helemaal stuk. Ik heb alle korreltjes bij elkaar gezocht en dit is nu mijn hart." En weer begon het beertje hartverscheurend te snikken. "Ik wil zo graag dat mijn hartje weer heel wordt."
De goede fee vroeg niet waarom het hartje van het beertje stuk was. In plaats daarvan zei ze: "Kijk daar eens", en ze wees naar een piepklein lichtje in de verte aan de rand van het bos. "Daar kun je jouw hartje weer heel maken."

En weer begon beertje te huilen. "Ik kan zo ver niet lopen, ik ben zo moe, ik wil niet, ik kan het niet meer …"

De goede fee schudde haar hoofd en zei: "Oké, als jij hier wil blijven liggen in dit bos met je gebroken hart, dan doe je dat maar. Daar in het licht kun jij je hartje heel maken."

"Breng jij me er heen?" vroeg het beertje hoopvol aan de fee.

Helaas weigerde de fee en sprak toen op zachte toon tegen beertje: "Nee, dit kun jij allemaal zelf. Volg het licht. Volg het licht …" En weg was de fee. En het beertje was weer alleen, heel boos en verdrietig.

Dagen, weken en maanden later pakte beertje al zijn overgebleven moed bijeen en ging op weg. De tocht was moeilijk en zwaar, zo zwaar dat beertje moest kruipen om verder te komen. Huilend van de pijn en boos op de fee keek beertje af en toe in zijn emmertje met de korreltjes van zijn hart. Als hij zo in zijn emmertje keek dacht het beertje aan de woorden van de fee: "Volg het licht, volg het licht, verderop kun jij je hartje heel maken."





Aan de rand van het bos gekomen, zag beertje een mooie poort. Achter de poort was er licht, véél licht. Bij de poort stond een poortwachter die beertje streng aankeek.

"Mag ik naar binnen?" vroeg het beertje. "De fee zei me dat ik hier in het licht mijn hartje kon heel maken!" "Waar is jouw hartje dan?" vroeg de poortwachter. "Hier in mijn emmertje." En het beertje hield zijn emmertje met de korreltjes van zijn hart omhoog.

De poortwachter keek met een strenge blik naar het emmertje en dan naar beertje en vroeg: "Ben je zeker dat je dit wilt? Je bent erg ver afgedwaald."

Het beertje keek in zijn emmertje en zei toen zacht: "Ik wil alleen maar mijn hartje heel maken, het doet zo’n pijn."

"Oké, kom dan maar binnen, als je het zeker weet."

Beertje knikte blij en stapte door de poort. De poortwachter leek wel een beetje op de fee uit het bos …

Beertje was zo verbaasd van al het licht dat naar hem toekwam dat het niet eens merkte dat de korreltjes in zijn emmertje begonnen te schitteren. Hij keek naar de prachtige zon die op hem scheen. En beertje ging op weg en merkte al vlug dat de zon met hem meekwam. Als hij keek, zag hij dat de zon altijd rechts van hem scheen, steeds schuin boven zijn hoofd. Dit vond het beertje wel fijn, zo was hij nooit alleen en had hij steeds een vriendje.

Er liepen andere dieren naast hem op de weg. Hij merkte al vlug dat hij niet op de weg van de eend of van de vos kon lopen. Blijkbaar had ieder zijn eigen weg, stelde het beertje vast. En toch was het dezelfde weg, dacht beertje nadenkend.

Op een keer kwam beertje aan een grote zware rots en bleef daar staan. Hij zag dat de andere dieren op de grote weg er dwars doorheen konden lopen. Beertje zette zijn emmertje neer, deed een stapje achteruit en stapte op de rots af. Met een harde bons kwam hij tegen de rots aan! Hij wreef over zijn pijnlijke hoofd. "Hoe kan dat nu?" vroeg hij zich af terwijl de andere dieren er gewoon dwars doorheen gingen. Hij probeerde het nog eens, en nog eens. Het lukte beertje maar niet. Moe en boos van het proberen ging hij weer huilen.

De Witte Vogel

Een prachtige Witte Vogel kwam aangevlogen en ging op de rots zitten waartegen beertje zat te huilen. Na een tijdje vloog de vogel van de rots en kwam naast beertje zitten.

"Hoe gaat het ermee?" vroeg de vogel aan beertje. Snikkend vertelde beertje aan de vogel wat er was gebeurd.

"Wat denk je dat deze rots voorstelt" vroeg de Witte Vogel. Het beertje wist het niet. De Witte Vogel sprak beertje zacht toe: "Jij alleen weet wat de rots voor jou betekent. Dit is iets uit jouw verleden dat om een oplossing vraagt, zodat je jouw weg kunt vervolgen."

Beertje werd zo kwaad, brulde, schopte en schreeuwde dat het niet meer mooi om aan te zien was.

Het beertje viel moe en huilend neer. "Ik wil alleen maar mijn hartje heel maken!" snikte hij.

De Witte Vogel wachtte tot beertje uitgeraasd was en zei: "Hoe denk je jouw hart heel te maken als je zo kwaad bent op jezelf. Rust een beetje uit en bekijk dan alles eens opnieuw."

Een tijdje later stond beertje opnieuw tegenover de rots. "Als dit mijn woede en kwaadheid is", dacht het beertje, "dan is dit wel een enorme pak". Beertje vergaf zichzelf het verleden, trok zijn broekje recht, pakte zijn emmertje en stapte op de rots af. En ja hoor, beertje kon zonder probleem door de rots!. Toen hij achterom keek was de rots verdwenen.

Boven hem vloog de Witte Vogel die lachend riep: "Zo zal het altijd zijn, lieve beer! Een rots verdwijnt alleen maar als je het probleem oplost. Weglopen heeft nooit zin. Even stil worden en de oplossing komt van zelf … Vraag het aan de Gouden Zon, vraag het aan de Gouden Zon.!"

De Gouden Zon
Beertje merkte niet dat er glimmende korreltjes uit zijn emmertje waren verdwenen. En zo ging het weer op weg. Het kwam grote en kleine rotsen tegen, ging dan even zitten om uit te rusten, de oplossing kwam meestal vanzelf. Soms kwam de Witte Vogel of een ander dier op zijn weg met het antwoord, maar vaak wist het beertje diep in hem wel waar de rots vandaan kwam. Als hij om hulp vroeg, zag hij de zon even lachen. Of was hij het die lachte? Het beertje leerde weer lachen, dansen en zingen; dingen die hij al lang vergeten was. En er was altijd de zon die hem vergezelde. Altijd weer was de zon er en het beertje leek meer en meer op die zon. Stralend, dansend en lachend vervolgde beertje zijn weg.

Het Dubbele Hart

Op een dag merkte het beertje dat de korreltjes van zijn hart uit zijn emmertje waren verdwenen. "Waar zijn die nu gebleven?" Hij vroeg het de zon en die zei: "Die zitten in jouw lichaam, bij jouw hartje dat klopt, boven jouw buikje. Nu zijn twee hartjes één."

"Twee hartjes één?" vroeg het beertje verbaast. "Ja," zei de Gouden Zon "twee hartjes zijn nu één, een hartje van God en één van jou. Zo wordt je één. Zo ben je één, zo voel je één."

"Wat is één zijn?" vroeg het beertje.

"Zoals jij je nu voelt." lachte de Gouden Zon.

"Wauw, ik wou dat iedereen zich zo voelde. Dit is cool." zei het beertje.



Nu, jaren nadat beertje voor de eerste keer door de poort was gegaan, gaat het beertje zelf op stap om anderen in het grote donkere bos op het licht te wijzen, net als de fee. Dan weer is hij de poortwachter of de Witte Vogel. Want beertje heeft geleerd, veel geleerd. Hij mag nu op de grote weg. Hij mag andere dieren helpen op hun weg, terwijl hij zelf op weg is. En zo wordt er gewerkt aan de grote weg, door iedereen die dit wil. De weg, de grote weg, de weg naar de Zon.

Wil je ook mee op weg? Kom op, waar wacht je nog op? Jouw Gouden Zon wacht op een 'ja' van jou. Ga ook naar de poort, de poort die naar het licht gaat en laat je leiden door jou Gouden Zon, je vriend in tijden van nood.