woensdag 26 september 2012

Hij, Zij, Jij

Hij, grommend en grauwend
Tierend, chagrijnig, snauwend
zij lamlendig, zenuwachtig
Gelaten, beredderend.

Jij, als een zoutpilaar je woede verbijtend
Daar waar je het liefst met woorden zou willen smijten
Blijft gelaten staan.

Zij, kalmerend een hand op je arm
en de zachte trieste woorden,
laat maar gaan,
Hij bedoelt het niet zo, hij is moe, hij heeft pijn.

Jij, haast trillend zegt dat het dan
nog altijd niet zo hoeft niet te zijn
Jij, je ziet haar verdriet
als hij haar steeds opnieuw koeioneert
Haar commandeert en kleineert.

Hij, die niets door de vingers ziet,
altijd commentaar zal geven
Hij en zij die al jaren zo voortleven.

Jij, die je los probeert te worstelen is stilte
Voelt in jouw hart de ijzige kilte
Hij, in wiens ogen de wereld
een mislukking is werelds eigen creatie
Zij, vergoelijkend bij gebrek aan variatie.

Claudia Phillipo