donderdag 6 september 2012

Pesten

Waarom pesten jullie mij?
Wat heb ik jullie misdaan dat jullie zo zijn?
Wat voor plezier beleven jullie aan mijn pijn?

Iedere keer als ik in mijn binnenste ziel moet huilen
Wil ik me voor iedereen zo graag verschuilen.
Steeds als ik een nieuwe ketting om had
Steeds als ik dat pesten van jullie vergat.
Dacht ik eindelijk verlost te zijn van die haat
Dacht ik eindelijk rust te vinden zonder dat mijn ik vergaat.

Maar iedere keer kwam ik bedrogen uit
Iedere keer gooide jullie een steen door mijn innerlijke ruit.
Steeds lieten jullie mij weer huilen
Steeds ging ik me meer en meer verschuilen.
Toen ik in mijn eigen wereld en kamertje ging leven
Was er voor jullie niets meer aan mij te beleven.

Ik werd mensenschuw en kon niemand meer verdragen
Ik ging me zelfs tot jullie niveau verlagen.
Mijn moeder sprak over van me af bijten
Dat ik het ook mezelf kon verwijten.

Iedere keer als ik er over wilde praten.
Leek het wel of iedereen mij daarom ging verlaten.

Ik werd een computer en schakelde mijn emoties uit
Daarmee had ik mijn nieuwe tijdperk ingeluid.
Iedere keer dat jullie mij wilde pesten gaf ik geen gehoor
Iedere keer schakelde ik mijn emoties uit, dat ik ze bevroor.
Maar waarom deed het schelden en slaan steeds zo’n pijn
Waarom ging ik naar school zonder mezelf te zijn.
Iedere keer als ik het schoolplein opkwam was ik zo bang.
Rolde de tranen van pijn over mijn rechter wang.

Steeds was ik me ervan bewust dat ik een klap kon krijgen
En dat ik dan als slimste en wijste moest zwijgen.
Dat ik ook mijn andere wang moest toekeren
Zodat zij het pesten wel zouden afleren.
Alleen als ik mijn andere wang uitstak
Leek het wel of het deze regel verbrak.

Ze sloegen nog harder en nog meer
En ik, ik had voor dit geweld geen verweer.
Mijn woorden hielpen niet bij deze ondragelijke pijn
Wat zou ik toch graag een van jullie willen zijn.
Zonder zorgen en zonder afkeer
Met veel fysieke kracht, met afweer.