zaterdag 17 november 2012

Het betoverende plekje


Ze liepen maar door, en dachten zo over alles en nog wat. Na een poos kwamen ze aan bij een betoverde plek op het hoogste punt van het Woud. Die werd "De schoot der Galjoenen" genoemd en er stonden zestig-en-nog-wat bomen in een kring en Janneman Robinson wist dat die plek betoverd was, omdat er nog nooit iemand was geweest die had kunnen tellen of er drieënzestig of vierenzestig bomen waren, zelfs niet als hij om iedere boom een touwtje gebonden had nadat hij hem had geteld. En omdat het daar betoverd was, was de grond ook niet zoals overal anders in het Woud, mos en hei en varens, maar fijn, vol gras, rustig en zacht en groen.

Toen ze daar zaten, konden ze de hele wereld uitgespreid voor zich zien liggen, tot waar de hemel er tegenaan kwam, en wat je ook maar ergens in de grote wereld zien kon, hadden ze daar in de Schoot der Galjoenen.

Zo eindigt het boekje van Tao van Poeh, op het Betoverde Plekje op het hoogste punt van het Woud. Jij kan er ook heen gaan, wanneer je maar wilt. Het is niet ver: het is niet moeilijk te vinden. Neem gewoon het pad naar Niets en ga Nergens heen tot je er bent aangekomen. Want het Betoverde Plekje is precies daar waar jij Nu bent.