zaterdag 17 november 2012



Poeh Beer …

Ik lig op mijn neus.
Da’s misschien goed voor een neus,
Maar mij ergert het heus.

Ik lig op mijn buik
En ik snuffel en ruik.
Maar 'k kan niet zeggen:
Ik voel me puik.

Mijn gezicht voelt zo plat.
Dat is me toch wat!
Ik wou maar liever, dat ik weer zat.

't is geen prettig gevoel, als de hele boel
op je drukt in de vorm
van een rieten stoel.

Ik doe nooit iemand kwaad
In het woud of op straat.
Ik ben toch voor ieder
een goed kameraad!

Waarom lig 'k dan zo naar?
Waarom is alles zo zwaar?
En waarom zie ik
De wereld zo raar?



Antwoord van Knorretje:

Laten we vandaag
een weg gaan zoeken
die ons naar morgen brengt
En dan die weg opgaan,

Een weg als stromend water.
We laten alles achter
wat niet ter zake doet
En gaan ons leven richten
op waar het echt om gaat.

We nemen de tijd,
om weer te ontdekken
Wat het ware leven biedt.

Misschien vinden we terug
wat we al lang vergeten waren.
Als een vriend
die trouw blijft tot het eind.
zal het ons verder helpen.

De zon staat hoog,
De weg is breed
En begint waar wij nu staan.
Niemand weet hoever hij gaat
Want de weg is zonder einde.

Hij gaat maar verder
En voorbij,
Voorbij aan wat wij weten.
Hij stroomt maar verder en voorbij
Als water, niet te meten …

Uit: Teh van Knorretje