maandag 19 november 2012

Spiegelen

Heb je jezelf wel eens afgevraagd waarom je je irriteert aan andere mensen? Vaak is het een eigenschap van die ander die je absoluut niet aanstaat. Maar heb je er wel eens bij stil gestaan dat je alleen die eigenschap kunt herkennen als je zelf die eigenschap hebt, of hebt gehad. Je ergert je dus eigenlijk omdat je in een spiegel kijkt. Je ergert je dus eigenlijk aan jezelf ook. Best confronterend he? Het is een goede graadmeter om te kijken wat je slechte eigenschappen zijn en waar je je dus bij je zelf aan irriteert. Vaak durven mensen je namelijk niet te vertellen wat jouw slechte eigenschappen zijn. In dat geval moet je dus goed op gaan letten wat je bij een ander irriteert. Analyseer goed wat je niet aanstaat. Dan kun je op zoek gaan bij jezelf. Dus de dingen die je in een ander ziet goed of slecht ... zijn dus eigenlijk de punten van je innerlijke zelf die je weerspiegeld ziet in de ander. Zo kun je juist van een ander leren of je heel goed bij iemand voelen omdat je op 1 en de zelfde lijn zit en je goede eigenschappen in de spiegel van de ander ziet.

Nieuwetijdskinderen houden hun ouders vaak een spiegel voor. Een belangrijk onderdeel kan dan ook zijn het samen leren begrijpen van de boodschap die je kind je wil overbrengen en er je voordeel mee leren doen.

Door te spiegelen kun je inzicht krijgen in jezelf en kun je verschillende subpersoonlijkheden op het spoor komen. Hier heb je de hulp van anderen bij nodig. Belangrijk is dat de ander de informatie aanreikt met liefde en niet vanuit arrogantie en betweterigheid handelt. Je wordt geconfronteerd met de subpersoonlijkheden in jezelf die anderen bij je waarnemen.

Wat zijn nu subpersoonlijkheden.

Subpersoonlijkheden zijn:

Onbewuste persoonlijkheden die na boven komen met behulp van spiegelen. Een subpersoonlijkheid is een onbewuste rol die je vaak aan neemt in bepaalde situaties in je leven. Meestal hebben we er meerderen vandaar dat we spreken over subpersoonlijkheden en niet een subpersoonlijkheid. Het spiegelen heeft als gevolg dat je je subpersoonlijkheden leert kennen, zodat je in de gaten hebt/krijgt dat bijvoorbeeld "de kibbelaar" naar voren komt, "de directrice", "de angsthaas", "de regelaar", "de macho", "het slachtoffer", "de entertainer", "de dichter" of "de filosoof".

Een mens heeft volgens Scholten veel meer dan één subpersoonlijkheid. Psychosynthese biedt de mogelijkheid om in licht en liefde in die beleving te raken en dit te ervaren. Via het principe van dis-identificeren, dus het losmaken van de gedachte dat je de subpersoonlijkheid bent, kun je via het centrale punt in verbinding komen met je hogere Zelf. Als die instroom tot stand is gebracht ben je vrij. Dit proces kan een pijnlijke ervaring zijn. Het beeld (projectie) wat je had van jezelf blijkt namelijk niet altijd te kloppen.

Wat doe je met een negatieve subpersoonlijkheid?

Zoals bv de "misdadiger"

"De misdadiger" kun je het beste gewoon accepteren. Accepteer je goede en slechte kanten. Hem accepteren betekent namelijk niet, dat je "zo ben ik nu eenmaal" uitdraagt. Het betekent dat je je bewust bent van zijn aanwezigheid maar dat je hem niet praktisch laat worden. Dit is beter dan het te ontkennen en negeren. Een subpersoon waar je je niet bewust van bent, gaat onbewust te werk en zal zich toch gaan manifesteren.

Volgens Scholten is het dus hard werken om zover te komen. Wij mensen zitten vaak vast aan het verleden via vader- en moederbeelden waardoor we klein zijn en blijven. Het opgevoede kind leeft nog altijd door en komt steeds te voorschijn. Voordat het opgevoed werd was het spontaan, creatief en in contact met alles om zich heen. Door de opvoeding manifesteerden zich angst, schaamte, trots en schuld. We leven in een cultuur die oordeelt. Bepaalde dingen mogen niet, andere dingen moeten juist wel. Het gevaar bestaat dat je jezelf in het verbeteringsgesticht plaats. Je veronderstelt dat je niet goed bent zoals je bent en dat je kunt verbeteren. Door het dis-identificeren kan een einde gemaakt worden aan de invloed van onze jeugd en maatschappij. Door het liefdevol erkennen en ervaren van jezelf, heel je jezelf. Als je het minste van jezelf kunt liefhebben dan word je heel.

Contact met de bron, het hoger Zelf

Als je de verbinding hebt kunnen leggen van de bron naar je kern dan is er een kanaal die je vertrouwen, kracht, eenvoud, helderheid en waarheid geeft. Op die manier kun je je leven letterlijk "leiden". Dit betekent dat je je wilssoorten inzet. Denk hierbij aan kracht en inzicht. Dit als tegenpool van de wil die Scholten omschrijft als "harde wil", de wil vanuit het verleden die roept "IK ZAL" en "IK MOET".

Projectie

Door psychosynthese kun je je bewust worden van je projecties. Een van de onderdelen van projectie, die al heel oud is, is dat je datgene wat je niet wilt zien in jezelf, projecteert op de ander. "Vreselijk, hoe hij opschept, ik kan je verhalen vertellen!" Wederzijdse projectie komt vaak voor in relaties. De ene persoon projecteert de vader op de ander, dit kan zowel positief of negatief zijn. De andere persoon projecteert bijvoorbeeld de moeder. Vaak begint het als een positieve projectie maar wordt het in de loop van de tijd een negatieve. Door het inzetten van je wil kun je via oefeningen zien wie en wat je projecteert. Dit maakt je vrijer, liefdevoller en toegankelijker naar de ander toe. Subpersoonlijkheden worden door emoties aan gestuurd. Als men een negatieve subpersoonlijkheid erkent en niet voed met bepaalde emotie dan kan je die subpersoonlijkheid onder controle houden.Dat is beter dan een slechte subpersoonlijkheid te ontkennen en het onbewust zitten te voeden waardoor het nog meer sterkt en aan groeit en tot uitbarsting komt.

Samenkoppelen met spiegelen

Wat is projectie en hoe ontstaat het?

In de eerste jaren van ons leven leren we te geloven wat onze omgeving over ons zegt en vindt. Daardoor wordt een zelfbeeld opgebouwd wat vooral gebaseerd is op de fundamenten van de mening en normering van anderen. Van ouders, familie, cultuur, geloof, omgeving. Dat opgebouwde zelfbeeld is gekoppeld aan wat genoemd worden positieve en negatieve emoties. Dit ontwikkelingsproces van het opbouwen van zo’n zelfbeeld baseert zich namelijk vooral op het pure verlangen van de kinderziel om erbij te horen, aardig gevonden te worden, bemind te worden. Maar omdat de onbevangen puurheid, het wezen van het kind, vaak niet herkend en erkend wordt ontstaat hier een patroon van verwerping. Van afwijzing (afgewezen voelen), van er niet bij horen (isolement, verlatenheid) e.d. We doen dat uiteraard niet bewust. Het gebeurt instinctmatig ter zelfbescherming. De pure levenstroom wordt dus al heel vroeg gemodelleerd en misvormd tot wat ouders en opvoeder vinden wat hoort, hoe jij bent, en wat kan en wat mag. Zo ontstaat zo’n negatief zelfbeeld. Dit negatieve zelfbeeld vormt een pantser rondom de wezenskern (het buik en maaggebied). Die kern bestaat dan nog steeds uit puur enthousiasme, ontwikkelingsdrang, nieuwsgierigheid, en levensvreugde!

Je weet als opgroeiend mens dit alles niet bewust. Vanuit kinderlijk vertrouwen en kinderlijke onmacht ben je gaan geloven wat ze over je zeggen. Je bent ervan overtuigd geraakt. Zo vormt zich een instinctieve motivatie in jou, een 'drive', die meer gericht is op het tevreden stellen van anderen dan op het ontwikkelen van jouw authenticiteit, je creativiteit en je levensvreugde. Deze aangeleerde 'drive' brengt je ertoe om bijvoorbeeld een pijnlijk gemis aan saamhorigheid, liefde, waardering of erkenning, om te zetten in compenserende verlangens zoals b.v. bezitsdrang, jaloezie, eerzucht en prestatiedrang. Vervolgens worden deze verlangens – onbewust - geprojecteerd op de buitenwereld, op andere mensen. Op die manier ken je, onbewust, de ander meer macht, aandacht, waardering, toe dan jezelf. Je voelt jezelf snel onzeker en onveilig in contact met andere mensen. Dat komt dan ook, omdat je je gedraagt zoals je geleerd heb je te moeten gedragen, terwijl je dat in wezen niet BENT.

Je bent afhankelijk geworden van datgene wat andere mensen over jou zeggen, wat ze van je vinden, en je gaat, net als dat kind, compenseren. je gaat "pleasen". Je wil immers ook erbij horen, aardig gevonden worden, "gezien" worden! Tegelijkertijd voel je, wéét je, dat je dingen zegt en doet die niet kloppen met jouw innerlijke gevoelde. Of/en je gaat zaken omdraaien en geeft een ander of de wereld de "schuld" van jouw onhebbelijkheden. Dat maakt opnieuw onrustig en onzeker. Je voelt je niet tevreden met jezelf. Wat gebeurt er dan nu eigenlijk? Jouw onbewust uitgestuurde projecties spiegelen zich weer aan jou terug in bepaald gedrag van andere mensen, in meningen, in datgene wat die ander doet of juist niet doet. Soms gelukkig ook in een ontmoeting met iemand die je wél herkent en die je wél ziet zoals je bent. Ook dat was een uitgestuurde projectie vanuit een diep verlangen naar zelfherkenning. Deze terugkaatsing (reflectie) van dat gedrag van andere mensen roept emoties in jou op. Innerlijk be-of ver-oordeel je die ander omdat ... Of je veroordeelt jezelf omdat ... De functie van deze emoties is dus eigenlijk om, via jouw gevoelsbeleving, een signaal aan jou afgeven om je bewust te worden van deze nog onbewuste projecties.

Als we onze emoties onbewust ervaren (zonder herkenning van de projectie of zonder over deze werking na te denken en inzicht erin te krijgen) dan zetten ze ons aan tot strijd, bewijzen, gelijk willen hebben, erkenning afdwingen, enzovoort. Op de lange duur kan deze 'emotionele prestatieve drive' zorgen voor chronisch stress en uitmonden in lichamelijke klachten, of in een gevoel van 'opgebrand' zijn. Vaak ziet de ander jou niet zoals je wezenlijk bent, maar zoals hij of zij jou waarneemt door zijn/haar projectie (filter). Dan gaat die ander voortdurend met jou in de strijd omdat die ander jou ziet als vertegenwoordiger van macht. Of je word gepest omdat die ander jou ziet als zwak en iemand waar makkelijk de baas over te spelen is. Zo kun je dus voortdurend in situaties van (macht) strijd terechtkomen, die je eigenlijk niet bewust wilt en die energie vreten.

Omdat aan onze fundamentele behoefte van aandacht, erkenning en liefde/warmte niet is voldaan blijven we verlangen naar de waardering van anderen. Er is een ontkenning geweest van het unieke bestaansrecht, een gemis van erkenning en waardering voor de eigenheid en authenticiteit van dit/een mensenkind. Vanuit deze ontkenning ontstaat dus een pantser zoals boven beschreven. We kunnen ons bewust worden van dit pantser door zachte duwtjes van binnenuit én door confrontaties van buitenaf. Deze confrontaties ontstaan vooral door wat anderen ons terugspiegelen. De emoties die dit gedrag van die ander bij ons oproepen zijn dus eigenlijk signalen die ons, via onze eigen gevoelsbeleving, bewust willen maken van zo’n oude overtuiging/ verdediging. Het pantser wil opgelost worden zodat de levenslust en de wezenkracht weer makkelijker naar buiten kan stromen.

Wát precies maakt je zo boos, onmachtig, verdrietig, gefrustreerd in het gedrag van die ander? Of: Wát precies maakt je zo machteloos in die situatie?

Dit is een belangrijke vraag om te leren daarover na te denken en er zo een ander perspectief op te krijgen (= zelfreflectie).Beetje bij beetje leer je zo, door herkenning van de signaalfunctie van je emoties, en met behulp van zelfreflectie, jouw projecties terug te nemen, waarde toe te kennen aan jezelf en jouw eigenwaarde te laten groeien. Daardoor wordt je minder afhankelijk van de goed- of afkeuring van de mensen in je omgeving. Je waardeert je zelf meer en meer en gaat leven vanuit innerlijke waarde en waardigheid. Dat wordt vervolgens de betekenisgeving en de nieuwe 'drive', de intentie en aansturing, van waaruit je jouw bijdrage wilt leveren aan een betere wereld. Je wordt medeschepper.