vrijdag 16 november 2012

Vertrouwen

Op een snikhete dag liep Moellah Nasreddin door een dorre streek in Anatolië. Zijn kleren zitten onder het stof en hijzelf heeft een droge keel van de dorst. Wanneer hij bij een dorpje komt, rennen de kinderen op hem af en slenteren de volwassenen daar achteraan.

"Ah, Moellah", zeggen ze, "Wat goed dat je er bent. Het heeft al maanden niet geregend. De oogst is mislukt en we vergaan van de dorst. Help ons!"

"Ho ho", antwoordt de Moellah,
"Eerst moet ik mijn jas uitwassen".

"Ja maar, Moellah, we hebben je net verteld dat we bijna geen water meer hebben"

"Dat kan wel wezen, maar voordat mijn jas gewassen is,
kan ik niets doen".

Hoofdschuddend kijken de dorpelingen elkaar aan:

"De dood of de gladiolen", zegt de hoofdman, een oud Anatolisch gezegde aanhalend. 'We zijn toch verloren, laten we maar doen wat hij zegt, wie weet wat er gebeurt."

De dorpelingen gaan op zoek naar restjes water en komen na een uurtje terug bij de Moellah; ze hebben een klein teiltje weten te vullen. Nasreddin pakt een stuk zeep, lost dat op in het water en begint met het sop zijn jas te wassen. Wanneer hij daarmee klaar is, zegt hij ernstig tegen de dorpelingen:

"Zo, nu heb ik nòg zo’n teiltje water nodig
om mijn jas weer uit te spoelen".

De mensen barsten in woede uit: "We hebben je net ons laatste water gegeven, oude gek, en nu wil je nog meer hebben!"

De Moellah haalt zijn schouders op en herhaalt: "Al ik mijn jas niet gewassen heb, kan ik niets voor jullie betekenen."

De dorpelingen realiseren zich, dat de ramp toch niet veel groter kan worden dan hij al is en gaan op zoek naar nog meer water. Ze schrapen bij wijze van spreken de dauw van de resterende planten af en het vocht van de tong van de ezel en krijgen wonder boven wonder nòg een teiltje bij elkaar. Met ernstige en ervaren bewegingen spoelt de Moellah zijn jas uit. Tegen de tijd dat hij daarmee klaar is, pakken donkere wolken zich aan de hemel samen. Als hij uiteindelijk zijn jas aan de waslijn wil ophangen, beginnen er al dikke druppels te vallen.

"Potverdorie", zegt Nasreddin verontwaardigd, "dat heb ik nou altijd. Wil ik de was te drogen hangen, begint het te regenen!"