zaterdag 8 december 2012

Verslaafd aan anderen


We hebben onszelf zo emotioneel afhankelijk van elkaar gemaakt. De vraag die we ons kunnen stellen is:

"Wie ben ik eigenlijk, even losgekoppeld van anderen"

Zet de radio eens op en luister eens naar de inhoud van veel liedjes. De ether wemelt van boodschappen als: ik kan niet leven zonder jou ..., ik heb je nodig, want anders ..., 'liefde doet pijn' ...

Elke dag worden mensen door de media gehypnotiseerd met de boodschap dat ze anderen dwingend nodig hebben om zichzelf eerst dan veilig of gelukkig te kunnen voelen. Ze denken dat ze zonder de anderen geen bestaansreden meer kennen.

Hoe zit het met ons?Als onze partner, vriend of vriendin het plotseling in zijn of haar hoofd haalt om ons de bons te geven, zijn we dan de liefde echt kwijt? Komt liefde, aandacht of energie van buitenaf om ons enigszins gelukkig of vervuld te voelen?

Maar wie zijn 'wij' dan nog zónder de ander, zonder onze reputatie of status, zonder de goedkeuring of erkenning van anderen? Hoeveel eigenwaarde rest er ons eigenlijk nog als we een duidelijke 'nee' krijgen van anderen, als er maatschappelijke zekerheden en voorzieningen in ons leven wegvallen? Zouden we ons wezenlijk vervuld voelen als we alle schaapjes op het droge hebben, als we huisje, boompje en beestje bezitten en ons hele 'hebben en houwen' verzekerd hebben?

Er lopen momenteel miljoenen mensen op de wereld rond die het in de ogen van anderen 'gemaakt' hebben, maar zich diep van binnen eenzaam en onvervuld voelen. Zij dachten dat succes nastreven hen gelukkig zou maken, maar nu weten ze beter. Zij dachten dat ze een maatschappelijk ideaalbeeld moesten najagen om zich 'geslaagd' te voelen. Zij dachten dat ze hun eigen persoonlijke leegte konden opvullen met surrogaat-zekerheden die van buitenaf komen. Ze meenden dat het zo lang mogelijk bezitten van mensen en dingen hen de 'hemel' zou opleveren.

Velen twijfelen aan de waarde van alles wat ze 'bereikt' hebben. Zij beseffen langzamerhand dat alle gekunstelde zekerheden van buitenaf nooit de diepere innerlijke onzekerheid hebben kunnen wegnemen. Heel diep van binnen voelen ze dat ze de echte levenspassie aan zich voorbij hebben laten gaan. Men zegt soms dat ze in de 'midlife-crisis' zitten. En dan stelt men zich soms de vraag waarom de mens 'moet' lijden in deze wereld. We dienen in te zien dat de oorzaak van ons lijden vooral gelegen is in onze 'verslaving' aan onze omgevings-energie! Anders gesteld, de mens lijdt omdat hij in onmin leeft met zichzelf en bijgevolg zijn 'leegte' tracht op te vullen met de energie van de buitenwereld.

De mens lijdt het meest
onder zijn eigen gehechtheid en vasthoudendheid.

Afhankelijkheids-relaties, gebaseerd op het mekaar 'rechthouden' en elkaar opvullen, zijn regelrechte doodsteken voor het echte geluks-gevoel. Als we willen bouwen op de kracht van de ander, gaan we ook telkens de zwakheid van de ander ervaren als een gevaar voor onze veiligheid en geluk. Valt er één uit zijn rol, dan voelt de ander onmiddellijk zijn eigen ontoereikendheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Hoe meer we met onszelf overhoop liggen en onze eigen talenten de pas afsnijden, des te meer we steunen op onze naasten en hun vrijheid ook aan banden leggen. Als wij ons vrijer voelen door onze eigenwaarde op te krikken, kunnen we anderen ook vrijer laten en zo verdwijnt geleidelijk alle dwang binnen onze relaties.

Een stabiele relatie is gebouwd op het geven van wederzijdse vrijheid en ruimte om ieders eigen leven te kunnen invullen.

Als ik m’n eigenheid ontken,
word ik andermans eigendom!
Dan leef ik een 'tweedehands' leven

Is het nodig de ander recht te houden? Dienen we ons eigen leven op te offeren om het leven van iemand anders te laten slagen?< Lijkt dat niet meer op martelaarschap dan op dienstbaarheid?

Als we niet meer langer de ander geforceerd willen veranderen, maar kunnen accepteren zoals hij/zij zich op dat moment voelt, zijn we de beste hulpverlener die we maar kunnen zijn!

Begrijp je waarom?

Omdat de ander dan zichzelf kan zijn bij ons. Hij hoeft zich niet meer aan te passen aan onze levensnormen zodat zijn energie gericht wordt op spontane, geleidelijke zelfheling én individuele creativiteits-beleving. De ander krijgt dan ook de ademruimte en de tijd om in eigen tempo hetzij het veranderingsproces aan te vatten, hetzij de eigen creatieve talenten of vaardigheden te ontplooien. Elke relatie waarin de één de ander wil bezitten, smoort alle spontaniteit en creativiteitsvreugde!

Een relatie dooft langzaam uit als we voor ons eigen goed gevoel gehecht blijven aan de energie van de ander. Dan is die ander voor ons enkel goed genoeg als we onmiddellijk krijgen wat we willen en kunnen we het 'anders zijn' van hem of haar maar moeilijk aanvaarden. Het maakt ons niet echt gelukkiger als we binnen een relatie 'lasso’s' over elkaar uitwerpen om de energie van de ander binnen te halen. Slechts wat ze ons uit vrije wil geven, is voedend en zegenend.

Om zelf gelukkiger te worden, dienen we onze dwingende emotionele verwachtingen aan de kant te schuiven. Dat zal ons pas lukken als we de relatie met onszelf aan het herstellen zijn, als we onszelf durven omarmen voor het prachtige wezen dat we zijn. Oprechte vrijheid gaan we pas voelen als we de fundering in onszelf leggen, als we durven bouwen op een kracht die afkomstig is van een nooit opdrogende bron. We geven onszelf alle dierbare kansen tot vreugdevolle ontplooiing. We roepen onze eigen vrijheid af en investeren tijd en energie in ons 'levende, creatieve Ik'.

Alles begint bij onze welgemeende intentie. Het dient een weloverwogen besluit te zijn tot innerlijke verandering, tot zelfverwerkelijking. Onze beslissing om innerlijk te groeien dient onze drang om te stagneren te overstemmen. Als we echt bereid zijn om ons bewustzijn te verheffen boven de massa, raken we afgestemd op de koers van onze ziel.

Wie zich durft over te geven
aan de bestemming van de ziel,
wordt stap voor stap van binnenuit onderwezen en geleid.

Door onszelf in ere te herstellen, worden we een autonoom wezen dat emotioneel stabiel genoeg is om volwassen keuzes te maken. Dan weten we intuïtief of de ander nog langer past in het draaiboek van ons leven. Het vergt veel oefening om onze dwingende houding los te laten omdat we zo gewend zijn veel te eisen.

Velen hebben er nauwelijks bij stilgestaan, omdat ze dachten dat ze geen andere keuze hadden. Ze zijn wellicht bang dat de mensen er niet op in zullen gaan als ze niet eisen. Ze zetten hun 'stekels' op omdat ze vrezen dat men over ze heen zal lopen. Ze zijn ervan overtuigd dat ze in hun recht staan, en ze blijven hun been stijf houden, - ook al maken ze zichzelf daardoor erg ongelukkig.

Als we eerlijk durven kijken naar onszelf, ontdekken we wellicht op veel gebieden van ons leven hoezeer onze omgeving moet buigen voor onze dwingende eisen en emotionele verwachtingen. Hoe snel laten we onze vrede niet verstoren doordat anderen onze acceptatie-grenzen overschrijden? Hoeveel maal vinden we het niet gerechtvaardigd om gefrustreerd en boos te worden als de dingen niet precies gaan zoals wij het willen?

Hoeveel innerlijke kracht en gemoedsrust geven we niet uit handen door anderen te laten bepalen hoe wij ons behoren te voelen.?

Worden we gelukkiger door meer druk uit te oefenen op onze omgeving? Krijgen we daarmee echt wat we het allerliefste willen, of is de macht die we op anderen uitoefenen slechts een wanhopige poging om de onmacht in onszelf te verhullen?

Manipulatie vindt toch zijn wortels in onmacht, wat eigenlijk neerkomt op een tekort aan vertrouwen in de Levensbron in zichzelf. Als we werkelijk meer macht willen over ons leven, kunnen we best werken aan ons gevoel van onmacht, aan onze ontkenning van het diepere Zelf, want daar zit eigenlijk de 'angel'.

Daar komt alles op neer. Misschien zijn we pas gelukkig en tevreden als alle mensen uit onze omgeving ons persoonlijk gevoel van onzekerheid wegnemen.