zondag 17 maart 2013

De rokertjes


Er was eens een landje waar de meeste mensen met een vuurtje voor hun hoofd liepen. 'Roken', noemden ze dat en ze werden dan ook de rokertjes genoemd.

Ze rookten shag, sigaretten, pijp en sigaren en genoten er intens van. De welvaart van dit landje was te danken aan dit wonderlijke gebruik. De pijptabak, shag en sigaren stonden overal bekend om hum uitstekende kwaliteit en werden dan ook over de hele wereld verkocht. De Minister van Geldzaken lachte in z’n vuistje. Vooral nadat hij had ontdekt, dat deze produkten een verslavende werking hadden en hij dus ongestraft de prijzen fiks kon verhogen. Hierdoor stroomde er veel geld in de schatkist, bloeide de economie en was iedereen tevree.

Nou iedereen, dat is niet helemaal waar. Bijna iedereen. Er was een klein groepje, dat roken niet lekker vond en dat vol jaloezie aanzag, hoe tevreden de pijproker aan z’n pijp lurkte, de shagrokers hun shagjes rolden en hoe genotvol de sigarettenrokers de rook inhaleerde. Zij werden de stokertjes genoemd. Natuurlijk zeiden ze niet, dat ze jaloers waren, maar dat ze niet rookten om gezond te blijven. Sommigen geloofden dat zelfs. De rokertjes moesten hier erg om lachen en de stokertjes voelden zich miskend.

Totdat er een rapport verscheen, waarin overduidelijk werd aangetoond, dat je van roken heel erg ziek kon worden. De stokertjes haalden opgelucht adem en zeiden:

"Zie je wel, dat we toch gelijk hadden!".

De rokertjes moesten even slikken en vonden het toen een slecht rapport. Maar er kwamen meer rapporten en op een bepaald moment konden de rokertjes er niet meer omheen: van roken kon je dood gaan. Ze gingen echter gewoon door met roken, want ze leefden liever kort en tevree dan lang en chagrijnig. Dit zinde de stokertjes helemaal niet en daarom vonden ze het meeroken uit. De stokertjes beweerden, dat zij korter leefden, omdat zij de rook van de rokertjes moesten inademen. Dit was weliswaar niet bewezen, maar het omgekeerde ook niet. Anti-rookcursussen tierden welig en de stokertjes tuften in hun stinkende autootjes het hele land door om de heilige boodschap van het nietroken te verkondigen. En ziedaar, het wonder geschiedde en de stokertjes wonnen steeds meer terrein. Ze wisten het zelfs zover te krijgen, dat de publieke opinie zich tegen de rokertjes keerde en hen als gevaarlijke gekken ging beschouwen.

De overheid kon niet achterblijven en verbood het roken in alle openbare gebouwen. Ook de accijnzen werden aanzienlijk verhoogd. Het werd zelfs de vraag of rokertjes nog wel normaal verzekerd konden zijn. En ieder leefde toen in een gezonde samenleving en slechts de stokertjes waren tevree.

De mensen werden steeds ouder. De stokertjes zagen dit vol trots aan. Zij hadden deze gezonde samenleving toch maar mooi voor elkaar gekregen! Maar het landje was helemaal niet zo gezond meer. De schatkist werd steeds leger, de rookwaren werden niet meer verkocht en de mensen in de tabaksindustrie raakten werkloos. Het ergste was nog, dat de ouderdomskwalen aanzienlijk toenamen.

De medische wetenschap kon deze kwalen weliswaar prima genezen, maar ze had er het geld niet meer voor. Er moesten dus keuzes gemaakt worden. Dit verhitte de gemoederen zeer, want abortus en euthanasie waren nog steeds taboe. Ook vond men de overheidsmaatregel, dat bejaarden niet meer in aanmerking kwamen om gedotterd te worden, moeilijk verteerbaar. Het hek was echter van de dam, toen werd besloten om automobilisten niet meer te opereren wegens hun onverantwoorde levensstijl. Vooral de stokertjes hadden hier veel last van. Haat, nijd en wantrouwen verscheurden het landje. De kabinetten kenden een steeds kortstondiger leven.

Vol heimwee dacht het volk terug aan de tijd, dat overleven geen loterij was, maar een persoonlijke keuze. De Minister van Geldzaken speelde hier handig op in, door een geheim rapport te laten uitlekken, waarin een duidelijk verband werd gelegd tussen nietroken en een hoog cholesterolgehalte. Niemand wist weliswaar wat cholesterol was, maar dat deed er niet toe. Rokertjes én stokertjes omarmden dit rapport en het roken werd niet langer meer verboden. De rokertjes paften er, tot volle tevredenheid van de stokertjes, weer lustig op los. De mensen wisten weer op tijd te sterven. De industrie bloeide weer helemaal op.

De schatkist was weer goed gevuld
en zo leefde iedereen nog kort en tevree.

DE ROKERTJES
Auteur: Karel Hageman