donderdag 7 november 2013

De blauwe plekken op mijn ziel



Lieve huisarts,

Ik heb begrepen dat ik u gekwetst heb met mijn scherpe woorden. Wat spijt me dat. Het was beslist niet mijn bedoeling. Net zomin als u mij wilde kwetsen natuurlijk, met uw depressie-standaard.

Want natuurlijk stelt u uw hart open voor mijn existentiële problemen. Natuurlijk leest u alle boeken over depressie waar ik in de loop van mijn leven steun bij gevonden heb. Natuurlijk zegt u pas dan, dat meer beweging goed voor me zou zijn, maar als goede huisarts heeft u natuurlijk al lang in mijn dossier genoteerd dat ik op eigen initiatief met medische fitness ben begonnen.

Natuurlijk weet u ook wat er in mijn leven allemaal heeft gespeeld, waardoor de serotonineproductie zo afnam. Natuurlijk weet u ook hoe erg het echt is geweest. Natuurlijk spreekt u uw bewondering uit dat ik toch, geheel op eigen handen en voeten, uit die put omhooggeklommen ben, en me nu als zelfstandig ondernemer handhaaf in dit steeds hartelozere land, dat me af en toe gevaarlijke dipjes bezorgt.

Ik voel de blauwe plekken op mijn ziel. Zonder medicijnen zou ik ze zo erg voelen, dat de pijn ondraaglijk zou zijn. Dat weet u. Daarom zegt u ook niet: "Ik zou maar eens gaan wandelen." Want u hebt zich verdiept in mijn persoon en mijn geschiedenis. U bent een hulpverlener met mensenkennis en mensenliefde. U weet dat geen mens aan een standaard voldoet.