woensdag 25 juli 2012

De schaapherder


Mozes liep eens langs de oever van een rivier, waar hij een jonge schaapherder zag die in zichzelf aan het praten was.

Nieuwsgierig stond Mozes stil om te luisteren wat de jongen zei. Hij hoorde hem zeggen: "O, God, ik heb zoveel van U gehoord. U bent zo mooi en goed, U bent zo vriendelijk. Als U ooit bij mij zou komen zou ik U mijn mantel geven om U te kleden en dag en nacht zou ik over U de wacht houden; ik zou U beschermen tegen de wilde dieren, U baden in de rivier en u heerlijke melk, room en brood brengen, want ik heb U zo lief. Ik zou wel alles willen geven als ik U maar één keer zou kunnen zien. Ik houd zo ontzettend veel van U."

Toen zei Mozes boos: "Jongen, wat zeg je daar!" De jongen schrok en vroeg: "Heb ik iets verkeerds gezegd?" Mozes antwoordde: "Denk je dat jij God kunt beschermen? God, die de beschermer is van alle wezens, en wil je Hem brood geven? Hij geeft brood aan het ganse heelal. En wil jij Hem baden in de rivier, Hij die de reinste is van al wat rein is? En jij wilt de wacht houden over Hem die alle dingen bewaakt?"

De jongen werd bang en dacht: "Ik heb iets verschrikkelijks gedaan", en hij voelde zich ellendig en verloren.

Maar toen Mozes verder liep hoorde hij ineens een stem die zei: "Mozes, wat heb je gedaan! Ik heb je gestuurd om Mijn vrienden tot Mij te brengen en nu heb je er één van Mij verwijderd. Het komt er niet op aan hoe hij over Mij dacht, maar hij dacht aan Mij. Je had je er niet mee moeten bemoeien, je had hem moeten laten denken zoals hij over Mij dacht."



Iedereen, zegt Inayat Khan, heeft zijn eigen beeld van God. Het is het beste dat ieder zijn eigen beeld houdt. Niemand kan God kennen. De God die wij kennen, of kunnen kennen, is alleen onze eigen opvatting, een beeld dat wij onszelf van God gemaakt hebben. Het is een grote fout om de voorstelling van God van een ander aan te tasten of te vinden dat hij dezelfde opvatting moet hebben als wij. In werkelijkheid heeft ieder mens zijn eigen God.

Al de verschillende opvattingen zijn slechts sluiers over één God.

Uit: 'De mens, meester van zijn lot'
Inayat Khan