maandag 30 juli 2012

Het zijn bange tijden


Het was oorlog. Al een paar jaren. Etty Hillesum schrijft in haar dagboek. Ze schrijft over God. Hier volgen haar woorden van toen:

Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken. Ik zal je één ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen voor de toekomst niet als even zo vele zware gewichten aan de dag van heden hangen, maar dat koste een zekere oefening. Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg.

Ik zal je helpen, God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor instaan. Maar dit ene wordt me steeds duidelijker: Dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen we ons zelf.

En dit is het enige dat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we er ook eraan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording: jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.

Er zijn mensen, het is heus waar, die nog op het laatste ogenblik stofzuigers in veiligheid brengen en zilveren vorken en lepels in plaats van jou, mijn God. En er zijn mensen die hun lichaam in veiligheid willen brengen die alleen nog maar behuizingen zijn voor duizend angsten en verbitteringen. En ze zeggen: mij zullen ze niet in hun klauwen krijgen, en ze vergeten dat men in niemands klauwen is als men in jouw armen zit.

Ik begin alweer wat rustiger te worden, mijn God, door dit gesprek met jou. Ik zal in de naaste toekomst nog heel veel gesprekken met je houden en je op die manier verhinderen van me weg te vluchten. Je zult ook nog wel eens schrale tijden in mij beleven, mijn God, niet zo krachtig gevoed door mijn vertrouwen, maar geloof me: ik zal voor je blijven werken en ik zal je trouw blijven en je niet verjagen van mijn terrein.

Etty Hillesum
12 juli 1942