maandag 9 juli 2012

Ik ben van huis uit met veel dieren opgevoed. Toen ik nog bij mijn ouders woonde was mijn hond mijn liefste vriendje. Ik zou niet zonder huisdieren willen leven. Ik vind het heerlijk als ze om mij heen zijn. Ze geven mij plezier en veel warmte. Dieren zijn heel intuïtief. Ze staan dichter bij zichzelf dan de mens. Elk dier is weer verschillend. Alle dieren hebben hun eigen eigenschappen waardoor ze verschillend zijn. Mijn hond is iemand die het heel gezellig vind om met mij samen dingen te doen. Alles is goed als ze maar aandacht krijgt. Mijn katten daar en tegen hebben een heel eigen leven. Als ik ze op wil tillen en ze hebben geen zin dan laten ze dat duidelijk zien. Als ik heel gezellig aan het dansen ben op de muziek dan wil de hond meedansen. De katten vinden me dan raar en blijven uit mijn buurt. Er is echt een heel groot verschil tussen mijn hond of katten. Een kat vind ik meer een dier van adel en laat zich bedienen. Mijn hond vind ik meer een dier wat gewoontjes is. Ze heeft een stamboom maar gedraagt zich als een vuilnisbakkie. Als mijn katten eten willen dan is het net alsof ze me op een afstand ingestraald hebben. Op een of andere manier ben ik onbewust naar het kattenbakje gelopen om ze eten te geven. De hond daar en tegen gaat gewoon net zo lang zitten bedelen totdat ze iets krijgt.


Dieren voelen dingen heel snel aan. Ik zie dat bijvoorbeeld aan mijn katten. Katten zijn dieren die vriendjes willen maken. Ze zoeken juist de mensen uit die het niet willen. Wat ik dan ervaar is dat ze op de schoot van de persoon gaan liggen en op een of ander manier de persoon in kwestie ook nog weten te kalmeren. Meestal wordt er dan gezegd:" Ik hou niet zo van katten maar deze vind ik wel aardig." Op een of andere manier weet een kat mensen tot rust te brengen. Mijn katten komen ook altijd op mijn schoot zitten als ik geen rust in mij heb. Ik wil dan telkens opstaan maar dan zit er weer een kat op schoot. Als ik ze toe laat dan merk ik dat ik helemaal tot rust kom. Dit voelt zo heerlijk om ontspannen te zijn en een dier die dan helemaal van de aandacht geniet. Katten kunnen bij mij al aandacht krijgen alleen al als ze naar me kijken.

Dieren voelen de mens heel goed aan. Ze weten precies wat we nodig hebben. Ze komen ons troosten als we verdrietig zijn. Ze vragen aandacht als we niet rustig zijn. Een dier is onze spiegel. Ze reageren op ons zoals we zijn. Zitten wij lekker in ons vel dan merk ik dat aan mijn dieren omdat ze rustig zijn. Is er bijvoorbeeld iets gebeurt waardoor ik heel erg van slag ben dan geeft mijn hond over. Zo vind ik mijn dieren altijd vervelend zeuren om mij heen lopen als ik zelf geen rust kan vinden. Het is dan ook algemeen bekend dat het aaien van huisdieren rust geeft. Het kan ook zijn dat bijvoorbeeld mijn hond in huis plast. Ik moet het dan gaan schoonmaken. Ik zie dat als seintje dat ik wat meer met mijzelf bezig zou moeten zijn en meer grenzen aangeven. Met andere woorden: Het vervuilt me. Het is beter dat ik wat tijd voor mijzelf neem en wat leuke dingen ga doen om bij te tanken. Ik zie dan dat mijn hond ontzettend veel plezier heeft als ik naar het bos ga. Dat is dan ook wat ik doe. Ik ga heerlijk wandelen en uitwaaien in het bos. Zo heeft alles wat dieren doen iets te zeggen. Zo is ook het gedrag van dieren heel makkelijk te verklaren. De dieren doen eigenlijk precies wat we nodig hebben. Zijn wij in balans dan zijn zij het ook.

Dieren zijn veel sterker 'intuïtief ontwikkeld' dan wij mensen. Als wij onze intuïtieve ontwikkeling verhogen, is het communiceren met dieren veel gemakkelijker: we zitten dan meer op één lijn met de dieren. Als wij met dieren communiceren, lopen wij echter altijd achter bij het dier: het dier weet al hoe wij denken en ons voelen en weet dat zelfs beter dan wij, want het dier voelt ons onderbewuste aan. Alle dieren hebben de aangeboren gave onze intentie, emoties, beelden of gedachten achter de woorden te voelen.