vrijdag 12 oktober 2012

Ergens, diep verscholen in een heel oud, donker bos lag een vennetje. En in dat vennetje speelde zich van alles af ... diepe tragedies, vreugde, onbegrip en dat alles in het diepe donkere water. Neem nu de familie Larve ... opa deed de laatste dagen weer zo vreemd ... het leek niet goed met hem te gaan ... hij zwol zo raar op en had de neiging omhoog te stijgen, maar iedereen van de familie hield hem tegen en zei: "Toe, hier blijven, niet omhoog gaan, alsjeblieft." Maar opa gleed weg uit hun kring en dreef naar boven.

Kleine Japie, die dit alles met grote verwondering aanzag, vroeg wat er aan de hand was, maar hij kreeg te horen, dat opa nooit weer terug kwam. Opa was dood. "Wat is dood", zei Japie en het antwoord was ... "dan ben je weg, voorgoed en kom je nooit weerom en zien we mekaar niet weer, dood is dood en dan is alles voorbij." Japie kwam tot de ontdekking, dat dit ergens anders ook zo gebeurde ...d us niet alleen bij hun familie. Ze zaten er allemaal mee. Hij kon de zin ervan niet begrijpen. Ineens was er beweging in het water en zag hij Frits de kikker.

"Wat zit jij sip te kijken, Japie." En Japie vertelde hem het hele verhaal. Frits de kikker begon te lachen en zei, dat opa boven was en een heel nieuw leven daar leidde. "Wou je het zien, vroeg Frits? Klim maar op mijn rug en dan gaan we naar boven ... goed vasthouden, daar gaan we." En ze gingen snel omhoog, maar Japie werd misselijk en draaierig en viel van Frits zijn brede rug af en belandde op de bodem van het vennetje vlak voor zijn moeder. Nou die schold hem de huid vol ... misselijk jong, wij zitten in de rats en jij gekke spelletjes uithalen met die grootbek van een kikker met zijn enge verhalen. Laat ik je niet meer in zijn buurt zien. De hele familie hield hem een aantal dagen in het oog en het leventje ging weer gewoon verder. Japie begon er aan te wennen, dat je heel dik werd en dan naar boven toe dreef. Overal gebeurde dat. Niemand werd er vrolijk van, maar het hoorde erbij, zei men tegen hem.

Japie werd groter en werd Jaap genoemd. Ook hij kreeg zijn eigen familie en was er heel blij mee. Tot ook voor hem de dag aanbrak, dat hij zich niet lekker voelde in zijn huid. Het was, alsof het hem te krap zat. Iedereen om hem heen zei: "Niet nu, Jaap, blijf nog, we kunnen je niet missen." Maar Jaap zijn tijd was op en hij gi­ng. Hij dreef naar boven en spoelde aan tegen de zachte rietkant van het vennetje. Hij werd wakker door een vreemd geluid, alsof er kikkers waren en dacht dat hij droomde. Maar nee hoor ... wie zat er op een plompe blad met zijn grote grijns ... Frits de kikker. "Zo mannetje, eindelijk ontwaakt uit de droom?"

"Waar ben ik", vroeg Jaap ... en keek om zich heen. En wat zie ik er vreemd uit, wat heb ik voor vreemde dingen aan mijn lijf?" "Je hebt een gedaanteverwisseling ondergaan, dat gebeurt met ons allemaal en nu heb je vleugels en kun je vliegen. Je bent geen larve meer maar een Libelle ... kijk maar om je heen, dan zie je ze daar ... en daar ... "Maar dat is mijn familie", zei Jaap ... ik dacht dat ze dood waren." En iedereen begroette Jaap, sommigen zeiden nog Japie, zolang was het alweer geleden. "Nou, maar dat moeten ze beneden weten, ik moet ze het vertellen" ... en zonder na te denken, nam hij een duik in het water ... hij dacht dat hij nog een larve was ... maar kwam snel weer boven en hoestte en proestte. "Maak je geen zorgen, mijn jongen, eens komen ze allemaal hier en dan zijn we bij elkaar", sprak een grote libelle.

Het werd avond ... de zon was al onder en het vennetje lag er weer stil bij, alsof er niets gebeurd was. Het leven ging gewoon zijn gangetje in dat donkere oude bos. Misschien is er bij jou ook een verscholen vennetje in de buurt ... spelen zich daar ook allerlei dingen af, waar je niets vanaf weet. Maar nu weet je het, als je er langs komt, dan wil ik wedden, dat je aan deze oude Duitse Sage denkt.
Er is geen dood ... er is alleen maar Leven ...
 
Olaf. J. de Landell