dinsdag 20 november 2012

De ontembare vrouw


Wanneer het laatste botje op zijn plaats zit en het prachtige witte beeldhouwwerk voor haar ligt, gaat ze bij het vuur zitten en denkt na over welk lied ze zal zingen. En wanneer ze het zeker weet, gaat ze boven het criatura staan, strekt ze haar armen erbovenuit en begint te zingen.

En op dat moment komt er weer vlees op de ribben en dijbenen van de wolf en groeit er weer haar op het schepsel. Ze zingt nog wat meer, en meer van het schepsel ontstaat, zijn staart krult omhoog, ruig en sterk. Ze zingt nog wat meer en het wolvenschepsel begint te ademen. En nog steeds zingt ze zo krachtig dat de grond van de woestijn ervan trilt.

En terwijl ze zingt, opent de wolf zijn ogen, springt hij overeind en rent hij weg door het ravijn. En terwijl de wolf voortrent, verandert deze opeens, door de snelheid waarmee hij loopt of doordat hij plonzend een rivier inspringt, of door middel van een straal licht van de zon of de maan die precies op zijn flank valt, in een lachende vrouw die vrij naar de horizon rent.

Fragment uit: De ontembare vrouw
Clarissa Pinkola Estés