Posts tonen met het label Paul van Vliet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul van Vliet. Alle posts tonen

dinsdag 30 oktober 2012

Droom mijn kind



Droom kind
Droom maar weg op de wind
Want jou wacht nog een leven vol zorgen.

Droom kind
Droom maar weg op de wind
Maar geloof in het wonder van morgen.

Als het najaar is gekomen
En het groen heeft meegenomen
Is dat niet voor lang.

Als de natte kale takken
In de winterstormen knakken
Wees dan niet bang.

Onontkoombaar zijn de grote dingen
De seizoenen laten zich niet dwingen.
En het jaar dat gaat
In vaste regelmaat
Zijn eigen gang.

Niemand is ooit in zijn leven
Zonder tegenslag gebleven
Of tegenwind.
 
Niet je dromen die bedriegen
Maar de grote mensen liegen
Uit angst, mijn kind.
 
Ook de dappersten zijn weggedoken
Ook het sterkste hart is soms gebroken
Want ons levenslied
Is vol verdriet m'n kind
Maar de liefde wint.
 
Droom kind
Droom, kind, maar weg op de wind
Ook al wacht jou een leven vol zorgen
Droom kind en bij al wat je vindt.

Geloof in het wonder van morgen
Want jij bent een wonderkind.

Paul van Vliet

zondag 9 september 2012

'Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen?'

God zat somber op zijn troon. 'Ik wou dat ik het allemaal nog eens over kon doen,' zei hij tegen zijn zoon, die naast hem zat. 'Als Ik nou één van die presidenten op de knop laat drukken en BOEM! Alles weg en weer woest en ledig en morgen begin Ik gewoon opnieuw.

'Dat kunt U niet maken, Vader.'
'Waarom niet?'
'U hebt beloofd dat U het met deze wereld zou doen.'
'Ja jongen, je hebt gelijk en laten we eerlijk zijn: zo slecht gaat het nou ook weer niet de laatste tijd. Er wordt weer behoorlijk veel gebeden.

Gabriël!'
'Ja mijnheer.'
'Heb je de kas opgemaakt?'
'Ja mijnheer.'
'Laat de dagstaten eens zien.'
'Alstublieft mijnheer.'
'Dank je, Gabriël.'
'Nog iets van uw orders, mijnheer?'
'Nee, Gabriël, vanavond niet meer. Ga maar engelen kijken.'

God pakte de computervellen en zei: 'Moet je zien: 32 miljoen gewone gebeden, 18 miljoen schietgebedjes, 1 miljard harde uitroepen van mijn naam en 2 1/2 miljard in combinatie met die van jou en je moeder. Dat is toch prachtig?'
'U moet die cijfers niet zomaar klakkeloos lezen. Die moet U interpreteren.'
'Wat is dat?'

'Dat zal ik U uitleggen: Tachtig procent van die gebeden zijn verplichte nummers van professionals: priesters, dominees, leraren op christelijke scholen en voorzitters van christelijke politieke partijen. En het is een zorgelijke tijd beneden en dan worden de mensen onrustig, als ze er niks aan doen en dat jaagt het gemiddelde omhoog. En die uitroepen van onze naam, dat zijn gewoon ordinaire vloeken en kreten van pijn of genot.'
'Als de mensen Mij nog maar bij name kennen.'
'Zij weten wel wie U bent, maar niet meer precies wat U bent.'
'Jongen, Ik snap het niet meer,' zuchtte God. 'Ik heb ze toch wel wat gegeven: de schepping met alles erop en eraan. Dat was toch een mooi ontwerp. Ik heb ze nog een keer gewaarschuwd met de zondvloed. Noach mocht opnieuw beginnen. Toen ging het weer mis. Ik dacht: Ik stuur mijn enige zoon, en die hebben ze zelfs laten zitten.'
'Laten hangen zult U bedoelen.'

'En ze kunnen toch lezen? Ze hebben de Bijbel, de Tien Geboden, de Profeten, het Nieuwe Testament, de Psalmen en gezangen en twintig eeuwen theologen en catechese om het allemaal nog eens haarfijn uit te leggen. Ze kunnen tegenwoordig hun geloof belijden op hun manier. Ik maak geen ondescheid meer. Dat doen ze zelf. Zolang ze niet naar die Khomeiny hollen, zal het mij allemaal een zorg zijn. Als ze maar in iets of iemand geloven.'
'Ze moeten eerst weer in zich zelf geloven, Vader.'
'Wat moet ik dan? Nog meer wonderen doen? Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen? En wie dan? We kunnen die ouwe jongens toch niet terugsturen? Die zitten net lekker rustig hier: Johannes de Doper, Augustinus, Thomas van Aquino, Gandhi, Martin Luther King. Is er onder de jonge generatie dan niemand? Die Michael Jackson, kunnen wij die niet krijgen?'
'Daar hebben we niks aan. Die is mensenschuw.'

Het was lange tijd stil. God dacht na. Zijn hoofd rustte in zijn oude handen. Hij keek op en zei: 'Als ik nou eens zelf zou gaan?'
'Dat moet u niet doen, Vader. Ze zullen U niet herkennen.'
'Maar ik kan toch gewoon zeggen: 'Ik ben God'
'Dat zeggen er zoveel. Dan pakken ze U op en stoppen U in een inrichting. Daar krijgt U librium, bezigheidstherapie van een welzijnswerker die zegt dat U eerst van Uzelf moet leren houden en eenmaal in de week bezoek van een priester, die zegt dat het allemaal de wil van God is. Bovendien, wat zou U ze dan willen zeggen, wat ze niet allang weten of kunnen weten?'

Toen werd het echt heel stil in de hemel. Je kon een engel horen vallen. De wereld wentelde zich langzaam naar een nieuwe dag. God keek naar beneden. Hij vond het nog altijd mooi, wat hij zag. Toen stond Hij op en zei:

'Ik zou ze zeggen: Niet bang zijn.'

Paul van Vliet
Deze conférence staat in:
Ik ben mij er eentje, een verzameling cabaretteksten.

zaterdag 28 juli 2012


In elke vrouw, in elke man
zit een verlangen, groot of klein,
om in dit leven, als het kan
één keer gewichtloos vrij te zijn.

Vrij van verdriet, en niet meer bang,
niet meer alleen, en vrij van toen,
omarmd door oeverloos geluk,
in staat iets kolossaals te doen.

Die éne dag, die éne nacht,
niet meer te vragen de vragen van waarom,
maar zeker weten: 'Dit ben ik',
en dàt gevoel, daar gaat het om.

In elke vrouw, in elke man
zit dat verlangen diep verstopt,
één keer te voelen dat het klopt.

Paul van Vliet

vrijdag 13 januari 2012

Mijn gevoel


Ik heb een kolossaal gevoel van binnen
Het is zo groot dat mij de adem stokt
Ik wil iets overweldigends beginnen
Dat verbijstert en verplettert en dat schokt.

Dat de wereld zal hervormen
Dat de hemel zal bestormen
Dat gevoel van het enorme
Dat mij maar nooit ontdekte, verre verten lokt.

Ik heb een diep en oeverloos verlangen
Te ontstijgen aan eigen nietigheid
Om de essentie aller dingen op te vangen
Een overwinning op de ruimte en de tijd
Ik ga mezelf bevrijden
Ik zal grenzen overschrijden
In overdonderende tijden.

Ik wil een keerpunt worden in de eeuwigheid
Groots en meeslepend wil ik verder leven
Een monument van waarde en van kracht
Ik ga nu zo onnoemelijk veel geven
Ik ben de nieuwe wind waarop de wereld wacht.

Ik zal de wegen wijzen
Naar aardse paradijzen
Ik zal het kwaad bevechten
De dikste muren slechten
De hoogste berg bestijgen
Onsterfelijkheid verkrijgen.

Zal kathedralen bouwen
Ik barst van zelfvertrouwen
Ik voel mezelf onmetelijk, gigantisch, niet te stuiten
Maar eerst moet nog de vuilnisbak naar buiten ...

Songtekst van Paul van Vliet

woensdag 21 december 2011

De zee


De zee heeft me verteld dat ie zo moe is
Hij zei dat ie er zeer beroerd aan toe is
Hij zei "wat is daar toch bij jullie allemaal aan de hand
Wat doen jullie toch tegenwoordig allemaal op dat land"
Hij zei "er komen tegenwoordig steeds meer van die dagen
Dan kan ik alle vuile rotzooi haast niet meer verdragen"
Dat zei de zee die me vertelde dat hij moe is
Die zei dat hij er zeer beroerd aan toe is.

Ik hoor dat er bij jullie af en toe van een rapport verschijnt
Dat na de eerste onrust dan weer ergens in een la verdwijnt
Van de een of andere waardeloze functionaris
Die vanwege het toerisme niet wil weten dat het waar is
Dat het waar is, als ik zeg dat ik zo moe ben
Dat het waar is dat ik er zeer beroerd aan toe ben.

Ja, vroeger vond ik het fijn wanneer het zomer was geworden
Met al die mensen en die kinderen dat was gezellig hoor
Maar nu heb ik vaak de neiging als ze komen
"blijf maar liever weg, niet te dichtbij want dat is slecht voor u"
Dat zei de zee die me vertelde dat hij moe is
Die zei dat hij er zeer beroerd aan toe is.

In november en december word ik nog wel weer eens driftig
Maak ik me net als vroeger, nog wel weer eens giftig
Dan ram ik op die degelijke nieuwe deltadijken
En hoop ik dat ik iemand daarachter kan bereiken
Ik hoop dat er een paar mensen daar zullen zijn misschien
Die de reden van mijn radeloze woede willen zien.

Maar het houdt niet op het gaat maar door,
Het komt erger telkens terug
En ik denk dit heeft geen zin ik trek mij maar weer terug
Dat zei de zee die me vertelde dat hij moe is
Die zei dat hij er zeer beroerd aan toe is.

En toen zweeg de zee, en ik stond er in die zomernacht
Ik zei "kan ik iets voor je doen misschien"?
De zee heeft even nagedacht en toen zei hij
"Kijk zo overbodig als het was in vroegere dagen
zo nodig is het nu om water naar de zee te dragen.
Dat zei de zee die me vertelde dat hij moe is
Die zei dat hij er zeer beroerd aan toe is.

En als de zee, de zee zegt dat hij moe is
Wil dat zeggen dat het land er zeer beroerd aan toe is.

Tekst: Paul van Vliet

donderdag 29 september 2011

God zat somber op zijn troon

'Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen?'

God zat somber op zijn troon. 'Ik wou dat ik het allemaal nog eens over kon doen,' zei hij tegen zijn zoon, die naast hem zat. 'Als Ik nou een van die presidenten op de knop laat drukken en BOEM! Alles weg en weer woest en ledig en morgen begin Ik gewoon opnieuw.

'Dat kunt U niet maken, Vader.'
'Waarom niet?'
'U hebt beloofd dat U het met deze wereld zou doen.'
'Ja jongen, je hebt gelijk en laten we eerlijk zijn: zo slecht gaat het nou ook weer niet de laatste tijd. Er wordt weer behoorlijk veel gebeden.

Gabriël!'
'Ja mijnheer.'
'Heb je de kas opgemaakt?'
'Ja mijnheer.'
'Laat de dagstaten eens zien.'
'Alstublieft mijnheer.'
'Dank je, Gabriël.'
'Nog iets van uw orders, mijnheer?'
'Nee, Gabriël, vanavond niet meer. Ga maar engelen kijken.'

God pakte de computervellen en zei: 'Moet je zien: 32 miljoen gewone gebeden, 18 miljoen schietgebedjes, 1 miljard harde uitroepen van mijn naam en 2 1/2 miljard in combinatie met die van jou en je moeder. Dat is toch prachtig?'
'U moet die cijfers niet zomaar klakkeloos lezen. Die moet U interpreteren.'
'Wat is dat?'

'Dat zal ik U uitleggen: Tachtig procent van die gebeden zijn verplichte nummers van professionals: priesters, dominees, leraren op christelijke scholen en voorzitters van christelijke politieke partijen. En het is een zorgelijke tijd beneden en dan worden de mensen onrustig, als ze er niks aan doen en dat jaagt het gemiddelde omhoog. En die uitroepen van onze naam, dat zijn gewoon ordinaire vloeken en kreten van pijn of genot.'

'Als de mensen Mij nog maar bij name kennen.'

'Zij weten wel wie U bent, maar niet meer precies wat U bent.'

'Jongen, Ik snap het niet meer,' zuchtte God. 'Ik heb ze toch wel wat gegeven: de schepping met alles erop en eraan. Dat was toch een mooi ontwerp. Ik heb ze nog een keer gewaarschuwd met de zondvloed. Noach mocht opnieuw beginnen. Toen ging het weer mis. Ik dacht: Ik stuur mijn enige zoon, en die hebben ze zelfs laten zitten.'

'Laten hangen zult U bedoelen.'

'En ze kunnen toch lezen? Ze hebben de Bijbel, de Tien Geboden, de Profeten, het Nieuwe Testament, de Psalmen en gezangen en twintig eeuwen theologen en catechese om het allemaal nog eens haarfijn uit te leggen. Ze kunnen tegenwoordig hun geloof belijden op hun manier. Ik maak geen onderscheid meer. Dat doen ze zelf. Zolang ze niet naar die Khomeiny hollen, zal het mij allemaal een zorg zijn. Als ze maar in iets of iemand geloven.'

'Ze moeten eerst weer in zich zelf geloven, Vader.'

'Wat moet Ik dan? Nog meer wonderen doen? Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen? En wie dan? We kunnen die ouwe jongens toch niet terugsturen? Die zitten net lekker rustig hier: Johannes de Doper, Augustinus, Thomas van Aquino, Gandhi, Martin Luther King. Is er onder de jonge generatie dan niemand? Die Michael Jackson, kunnen wij die niet krijgen?'
'Daar hebben we niks aan. Die is mensenschuw.'

Het was lange tijd stil. God dacht na. Zijn hoofd rustte in Zijn oude handen. Hij keek op en zei: 'Als ik nou eens zelf zou gaan?'

'Dat moet u niet doen, Vader. Ze zullen U niet herkennen.'

'Maar ik kan toch gewoon zeggen: 'Ik ben God?'

'Dat zeggen er zoveel. Dan pakken ze U op en stoppen U in een inrichting. Daar krijgt U librium, bezigheidstherapie van een welzijnswerker die zegt dat U eerst van Uzelf moet leren houden en eenmaal in de week bezoek van een priester, die zegt dat het allemaal de wil van God is. Bovendien, wat zou U ze dan willen zeggen, wat ze niet allang weten of kunnen weten?'

Toen werd het echt heel stil in de hemel. Je kon een engel horen vallen. De wereld wentelde zich langzaam naar een nieuwe dag. God keek naar beneden. Hij vond het nog altijd mooi, wat Hij zag. Toen stond Hij op en zei:

'Ik zou ze zeggen: Niet bang zijn.'

Paul van Vliet
Deze conférence staat in:
Ik ben mij er eentje, een verzameling cabaretteksten.