Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen

dinsdag 17 april 2012

Nu dan, vandaag dat ik alleen ben


Nu dan, vandaag dat ik alleen ben en kan zien
Met dat vermogen van het hart, te zien
Wat ik niet ben, al wat ik niet kan zijn,
Wat ik, als ik het was, vergeefs zal zijn.

Vandaag, ik zeg het u, wil ik duurzaam
Beseffen dat ik niemand ben,
En van mijzelf, hooghartig, mij ontslaan
Wijl ik mijn feilen onderken.

Ik heb gefaald in alles, zonder iets te wagen,
zonder iets te doen of iets te zijn,
Noch heb ik, in de distels mijner dagen,
De bloem geplukt van gelukkige schijn.

Rest mij – want ergens is de arme rijk
Als hij het maar wil weten –
De grote onverschilligheid die bij mij blijft.
Ik schrijf het op, om het niet te vergeten.

Fernando Pessoa

vrijdag 30 maart 2012

Zien


Essentieel is kunnen zien,
Kunnen zien zonder te denken.
Kunnen zien wanneer men ziet
En niet denken wanneer men ziet.
Noch zien wanneer men denkt.

Fernando Pessoa

dinsdag 21 februari 2012

Waarneming


Wat wij zien van de dingen zijn de dingen.
Waarom zouden wij het één zien als er iets anders was?
Waarom zouden zien en horen ons vergissen zijn
Als zien en horen zien en horen zijn?

Essentieel is kunnen zien,
Kunnen zien zonder te denken,
Kunnen zien wanneer men ziet,
En niet denken wanneer men ziet
Noch zien wanneer men denkt.

Maar dat (wee ons, met onze aangeklede zielen!),
Dat vereist diepgaande studie,
Eist een leerschool in verlering
En opsluiting in de vrijheid van dat klooster
Waarvan dichters zeggen dat de sterren de eeuwige nonnen zijn
En de bloemen de overtuigde boetelingen van één dag,
Maar waar uiteindelijk de sterren niets dan sterren zijn
en de bloemen niets dan bloemen,
Reden waarom wij ze sterren en bloemen noemen.

Fernando Pessoa


Op een dag zat ik weer eens wezenloos door het raam te staren. Buiten zag ik een groepje kwetterende schoolkinderen voorbijslenteren, op weg naar huis en in de verte hoorde ik het zoevende geluid van auto's in de middagspits. Zoals altijd wanneer ik met bedrijvigheid geconfronteerd word, deed het me pijn. Ik voelde me diep ongelukkig en gefrustreerd. 'Iedereen is met een zinvol leven bezig en dat van mij is zinloos,' jammerde ik innerlijk.

Plots maakte ik echter een vreemde klik. In het gras, aan de voet van de heg tussen de verdorde bladeren, zag ik een merel rondscharrelen en ik dacht: De manier waarop je hier in die stoel zit, doet ertoe. Je kunt er lusteloos in hangen, compleet gedesinteresseerd. Of je kunt de dingen rondom je zien en er dankbaar voor zijn. Vanwaar dit in mij opkwam, weet ik niet. Ineens was dat besef er.

Geluk heeft met waarneming te maken. Met het zien van wat is, zoals het is. Met een liefhebben van de dingen om de dingen. Getuige daarvan het bovenstaand gedicht van Fernando Pessoa.

Bieke Vandekerckhove - De smaak van de stilte

woensdag 11 januari 2012

Er is metafysica genoeg


Er is metafysica genoeg in denken aan niets.

Wat ik denk van de wereld?
Weet ik veel wat ik van de wereld denk!
Als ik ziek werd zou ik daaraan denken.

Welk idee heb ik over de dingen?
Welke mening heb ik omtrent de oorzaak en gevolgen?
Wat heb ik tot nu bespiegeld over God, de ziel,
Over de schepping van de Wereld?
Ik weet het niet. Voor mij is daaraan denken de ogen sluiten
En niet denken. Het is de gordijnen dichtdoen
Van mijn raam (dat geen gordijnen heeft).

Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!
Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
Wie in de zon staat en de ogen sluit,
Begint met niet te weten wat de zon is
En heel veel dingen te denken vol van warmte.
Maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon,
En kan al nergens meer aan denken,
Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
Van alle filosofen en van alle dichters.
Het zonlicht weet niet wat het doet
En daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.

Metafysica? Welke metafysica hebben die bomen?
Die van groen zijn en gekruind en takken hebben
En van vruchten geven op hun tijd, hetgeen ons niet doet denken,
Ons, die niet bij machte zijn ze echt te zien.
Maar welke metafysica is beter dan de hunne,
Die is: niet weten waartoe ze leven
Noch weten dat ze het niet weten?

'Innerlijke constitutie der dingen'...
'Innerlijke zin van het Heelal'...
Dat alles is onecht, dat alles wil niets zeggen.
Het is ongelooflijk dat men denken kan aan dat soort dingen,
Het is als denken aan redenen en doeleinden
Wanneer het eerste ochtendlicht straalt, en langs de rand der bomen
Een zacht en glanzend goud de duisternis verdrijft.

Denken aan de innerlijke zin der dingen
Is overtollig, zoals denken aan gezondheid
Of als een glas water dragen naar het water van de bronnen.
De enige innerlijke zin der dingen
Is dat ze geen enkele innerlijke zin hebben.

Ik geloof niet in God omdat ik Hem nooit heb gezien.
Als hij zou willen dat ik in Hem geloofde,
Zou Hij ongetwijfeld met mij komen praten
En mijn kamer binnenstappen
En mij zeggen: Hier ben Ik!

Dat klinkt misschien lachwekkend in de oren
Van wie, niet wetende wat kijken naar de dingen is,
Ook niet begrijpt degene die erover spreekt
Op de manier van spreken die het waarlijk zien der dingen leert.

Maar als God de bloemen en de bomen is
En de bergen en zon en het maanlicht,
Dan geloof ik in Hem,
Dan geloof ik in Hem op ieder uur,
En mijn hele leven is één gebed en één mis,
En één communie met de ogen en door de oren.

Maar als God de bomen en de bloemen is,
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
Want als Hij, opdat ik Hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als Hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat Hij wil dat ik Hem ken
Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

En daarom gehoorzaam ik Hem,
Wat weet ik meer van God dan God van Zichzelf?,
Ik gehoorzaam Hem door te leven, spontaan,
Als wie de ogen openslaat en ziet,
En ik noem Hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
En ik heb Hem lief zonder aan Hem te denken,
En ik denk mij Hem door te zien en te horen,
En ik ga met Hem op ieder uur.

Fernando Pessoa
1888-1935

donderdag 27 oktober 2011

Zal zijn dat wat het is


Wanneer de lente komt,
En als ik dan al dood ben,
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is.

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?

Ik houd ervan dat alles werkelijk is; en alles zo als het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zo als het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben.
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal zijn dat wat het is.

Fernando Pessoa