Posts tonen met het label God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God. Alle posts tonen

vrijdag 19 april 2013

Bij de kapper


Een man ging naar de kapper om zijn haar en baard bij te laten knippen. Ze begonnen te discussiëren
en spraken over vele zaken. Al gauw kwamen ze bij de bekende vraag of God wel bestaat. De kapper zei:

"Kijk, ik geloof niet dat God bestaat."

"Waarom zeg je zoiets?"- vroeg de man.

"Nou, iemand hoeft alleen maar naar de wereld te kijken en hij zal zien dat God niet bestaat. Als God echt bestaat,
zouden daar dan zoveel zieke mensen zijn?
Zouden daar zoveel gehandicapte kinderen zijn?
Nee, Als Hij echt bestond, zou er geen ellende zijn op de aarde.
Ik kan me niet voorstellen dat een God dit allemaal kan toestaan.

De man was even stil maar zei verder niets.
De kapper was inmiddels klaar en de man verliet de zaak.

Onderweg naar huis zag hij een oude man op straat met heel lang haar en een ongetrimde baard. De man ging onmiddellijk weer terug naar de kapperszaak en zei tegen de kapper:

"Kappers bestaan niet!"

"Maar ik ben toch een kapper en ik sta hier vlak voor je." antwoordde de kapper.

"NEE!" – schreeuwde de cliënt. "Kappers bestaan gewoonweg niet. Als zij echt bestonden, zouden er geen mensen meer rond lopen met lang haar en ongetrimde baarden op de wereld."

De kapper antwoordde: "Ach, wij kappers bestaan zeer zeker wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen."

"“Exact!" – ging de man verder. "Dat is het hem nou juist. God bestaat ook zeer zeker wel. Het zijn juist de mensen die niet naar hem toe gaan en Hem niet opzoeken en daarom is er zoveel ellende op de wereld.

woensdag 20 maart 2013

Citaten over God


Hoe kan je zo zeker zijn dat God niet bestaat?
Atheïst: Je moet toch in iets geloven.

Wiet van Broeckhoven

Zoals de atheïst tegen God zei:
Je bestaat niet en ik haat je.

**

Adam: Gods vingeroefening
voor hij aan Eva begon.

**

Er zijn mensen in de wereld die zo arm zijn
dat God hun niet kan verschijnen
tenzij in de vorm van een brood.

Gandhi

De dood is de bezem van God.

Zweeds gezegde

God, geef me geduld ...
maar haast je wat.

**

Als Gods geduld oneindig is,
dan moet het nu ongeveer op zijn.

Chris Dhaenens

Ook als men niet gelooft dat God bestaat
gelooft men, namelijk dat God niet bestaat.

E.J. Ouweneel

Gewone mensen zijn de beste mensen van de wereld.
Daarom heeft God er zoveel geschapen.

A. Lincoln

Omdat God niet overal kon zijn,
heeft hij de moeder geschapen.

Koreaans gezegde

Je moet geen vraagteken zetten
waar God een punt heeft geplaatst.

Afrikaans gezegde

God speelt niet met dobbelstenen.

Albert Einstein

Als je korter bij God wil komen,
kom dan korter bij de mensen.

Kahil Gibran

De beste manier om God te kennen
is van vele dingen te houden.

Vincent van Gogh

Moet men God eerst bewijzen?
Steekt men dan een fakkel aan
om de zon te zien?

Japans gezegde

Wie God niet overal ziet,
ziet Hem nergens.

Petit-Senn

Maar wat richtte God
in godsnaam uit vóór de schepping?

Samuel Beckett

Als God de wereld
geschapen heeft naar zijn evenbeeld,
dan wil ik het origineel wel eens zien.

Guy De Witte

Niemand kan God aanbidden
als hij honger heeft.

Islamitisch gezegde

God heeft ons geen kalme reis beloofd,
wel een behouden aankomst.

**

Wanneer de goden ons willen straffen,
verhoren ze onze gebeden.

Oscar Wilde

God respecteert me als ik werk,
maar heeft me lief als ik zing.

R. Tagore

Gesprek tussen twee goudvissen:
"Ik geloof niet dat God bestaat."
"Ik geloof van wel.
Wie zou anders onze kom schoonmaken?"

Wiet van Broeckhoven

Het is even onvoorstelbaar dat God wel bestaat,
als dat Hij niet zou bestaan.

C. Buddhing

God heeft lief wie weet te volharden.

Koran

Waarom zijn wij God kwijt?
Omdat we onszelf verloren zijn.
Omdat wij dat deel van ons dat God is
niet meer ontwikkelen.

Schoenaerts

Waarom ontaarden godsdiensten?
Regenwater is zuiver,
maar wanneer het over de daken is uitgestroomd
en door de stegen gevloeid,
verliest het zijn zuivere helderheid.

Ramakrishna

De verschillende godsdiensten
zijn slechts poorten van dezelfde stad.

Indië

Het lot is een neefje van God.

Brusselmans

God schiep eerst de man en dan de vrouw
omdat ieder artiest eerst een ruw schetsje maakt.

**

God schiep eerst de man en dan de vrouw
om hem nog de kans te geven
even van het paradijs te genieten.

**

Als je ziet hoeveel sporters God bedanken voor hun overwinning en als je tegelijkertijd de ellende in de wereld bekijkt, moet je haast concluderen dat God zich alleen om wielrennen, voetbal en tennis bekommert.

Geert Hoste

Weinig wetenschap verwijdert van God,
veel wetenschap brengt tot Hem terug.

Francis Bacon

De sleutel tot kennis van God
is zelfkennis.

Ghozali

Zou God nog in ons geloven?

Loesje

God speelt vals bij verstoppertje
hij is nooit te vinden.

Loesje

Zou God ook in de hemel komen
als hij dood gaat?

Loesje

Waarom geloven mensen in God?
Het kost niks
en je maakt kans op een wonder.

Loesje

God in de hemel
Loesje op aarde.

Loesje

Vroeger zag God alles
Maar ik denk dat Hij tegenwoordig
net als iedereen zapt.

Loesje

Dag des oordeels
Wanneer God de dislike button schept.

Loesje

zondag 9 september 2012

'Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen?'

God zat somber op zijn troon. 'Ik wou dat ik het allemaal nog eens over kon doen,' zei hij tegen zijn zoon, die naast hem zat. 'Als Ik nou één van die presidenten op de knop laat drukken en BOEM! Alles weg en weer woest en ledig en morgen begin Ik gewoon opnieuw.

'Dat kunt U niet maken, Vader.'
'Waarom niet?'
'U hebt beloofd dat U het met deze wereld zou doen.'
'Ja jongen, je hebt gelijk en laten we eerlijk zijn: zo slecht gaat het nou ook weer niet de laatste tijd. Er wordt weer behoorlijk veel gebeden.

Gabriël!'
'Ja mijnheer.'
'Heb je de kas opgemaakt?'
'Ja mijnheer.'
'Laat de dagstaten eens zien.'
'Alstublieft mijnheer.'
'Dank je, Gabriël.'
'Nog iets van uw orders, mijnheer?'
'Nee, Gabriël, vanavond niet meer. Ga maar engelen kijken.'

God pakte de computervellen en zei: 'Moet je zien: 32 miljoen gewone gebeden, 18 miljoen schietgebedjes, 1 miljard harde uitroepen van mijn naam en 2 1/2 miljard in combinatie met die van jou en je moeder. Dat is toch prachtig?'
'U moet die cijfers niet zomaar klakkeloos lezen. Die moet U interpreteren.'
'Wat is dat?'

'Dat zal ik U uitleggen: Tachtig procent van die gebeden zijn verplichte nummers van professionals: priesters, dominees, leraren op christelijke scholen en voorzitters van christelijke politieke partijen. En het is een zorgelijke tijd beneden en dan worden de mensen onrustig, als ze er niks aan doen en dat jaagt het gemiddelde omhoog. En die uitroepen van onze naam, dat zijn gewoon ordinaire vloeken en kreten van pijn of genot.'
'Als de mensen Mij nog maar bij name kennen.'
'Zij weten wel wie U bent, maar niet meer precies wat U bent.'
'Jongen, Ik snap het niet meer,' zuchtte God. 'Ik heb ze toch wel wat gegeven: de schepping met alles erop en eraan. Dat was toch een mooi ontwerp. Ik heb ze nog een keer gewaarschuwd met de zondvloed. Noach mocht opnieuw beginnen. Toen ging het weer mis. Ik dacht: Ik stuur mijn enige zoon, en die hebben ze zelfs laten zitten.'
'Laten hangen zult U bedoelen.'

'En ze kunnen toch lezen? Ze hebben de Bijbel, de Tien Geboden, de Profeten, het Nieuwe Testament, de Psalmen en gezangen en twintig eeuwen theologen en catechese om het allemaal nog eens haarfijn uit te leggen. Ze kunnen tegenwoordig hun geloof belijden op hun manier. Ik maak geen ondescheid meer. Dat doen ze zelf. Zolang ze niet naar die Khomeiny hollen, zal het mij allemaal een zorg zijn. Als ze maar in iets of iemand geloven.'
'Ze moeten eerst weer in zich zelf geloven, Vader.'
'Wat moet ik dan? Nog meer wonderen doen? Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen? En wie dan? We kunnen die ouwe jongens toch niet terugsturen? Die zitten net lekker rustig hier: Johannes de Doper, Augustinus, Thomas van Aquino, Gandhi, Martin Luther King. Is er onder de jonge generatie dan niemand? Die Michael Jackson, kunnen wij die niet krijgen?'
'Daar hebben we niks aan. Die is mensenschuw.'

Het was lange tijd stil. God dacht na. Zijn hoofd rustte in zijn oude handen. Hij keek op en zei: 'Als ik nou eens zelf zou gaan?'
'Dat moet u niet doen, Vader. Ze zullen U niet herkennen.'
'Maar ik kan toch gewoon zeggen: 'Ik ben God'
'Dat zeggen er zoveel. Dan pakken ze U op en stoppen U in een inrichting. Daar krijgt U librium, bezigheidstherapie van een welzijnswerker die zegt dat U eerst van Uzelf moet leren houden en eenmaal in de week bezoek van een priester, die zegt dat het allemaal de wil van God is. Bovendien, wat zou U ze dan willen zeggen, wat ze niet allang weten of kunnen weten?'

Toen werd het echt heel stil in de hemel. Je kon een engel horen vallen. De wereld wentelde zich langzaam naar een nieuwe dag. God keek naar beneden. Hij vond het nog altijd mooi, wat hij zag. Toen stond Hij op en zei:

'Ik zou ze zeggen: Niet bang zijn.'

Paul van Vliet
Deze conférence staat in:
Ik ben mij er eentje, een verzameling cabaretteksten.

dinsdag 28 augustus 2012

donderdag 26 juli 2012

We bidden tot dezelfde God


Frank William is sinds 1997 directeur van de NMO (Nederlandse Moslim Omroep). Hij wordt beschouwd als een uitgesproken liberale moslim waarvan de programma's van de NMO een weerslag zijn. Hij is een bijzonder impulsieve man die kritiek op zijn handelen niet duldt en die ook verschillende malen in opspraak is geraakt.

In de Gids, het programmablad van de NCRV voor televisie en radio, stond in het nummer van de week van 16-22 september een gesprek, geïnspireerd door bijbelteksten, van Jaap Friso met Frank William in de rubriek 'Het hoogste woord'.

In dit artikel zegt hij o.a. het volgende:

"Als ik als moslim naast een christen en een jood aan het bidden ben, dan bidden we tot dezelfde God. Dat is de kracht van God, hij ziet de verschillen niet en kan naar iedereen tegelijk luisteren. Mijn ouders waren toevallig islamitisch en daarom ben ik nu moslim. Niemand kent 'het ware geloof', daar blijven mensen uit alle religies altijd naar zoeken. Iemand die zegt 'een echte moslim' te zijn, die zegt maar wat. Je kunt dat niet meten. Het enige waar je op af kunt gaan is de integriteit van mensen.

God is voor mij alwetend en almachtig en de grootste plannenmaker die er is. Hij weet hoe hij de dingen moet regelen. Al geloof ik niet, zoals veel andere moslims, dat alles is voorbestemd. Na God is de mens het hoogste wezen, hoger dan een engel, en dat betekent dat we een grote eigen verantwoordelijkheid hebben. We hebben invloed en hoeven niet te doen wat God ons gebiedt."

maandag 9 juli 2012

God


Albert Einstein en Stephen Hawking beschrijven wetenschap als een poging om de geest van God te begrijpen. Wat is God? Wat of wie ben jij? Wij, jij en ik zijn materie als we elkaar vastpakken of elkaar zintuiglijk betasten, maar ook zijn we geest als we met elkaar spreken. We kunnen elkaar zien en horen als onze zintuigen in tact zijn. Maar wie wij zijn als wezen is minder eenvoudig om uit te leggen.

God is alles, maar we kunnen deze scheppende energie niet zien, niet vastpakken en in het algemeen geen direct gesprek mee voeren. Als je ervan overtuigd bent dat God niet bestaat, zal je hem niet vinden. Indien we op zoek gaan naar de scheppende kracht die wij God kunnen noemen, dan kunnen we die kracht vinden. Dan bestaat er geen onzekerheid omtrent Zijn aanwezigheid en geen onzekerheid over wat we geloof kunnen noemen.

God is de materie om ons heen, als de immateriële gedachte van onze geest. Wij mensen gaan er vanuit dat we een centrale plaats innemen binnen Gods schepping. We mogen die kinderlijke gedachte best behouden, doch er zullen vele intelligentere energieeën bestaan, die evenals wij een beroep kunnen doen op die plaats in het Universum.

In de tijd van de oude Grieken bestond er geen geloof in hun goden, maar er bestond zekerheid wat het bestaan betrof. Ook vinden wij als West- Europeanen dat een meer Goden cultuur iets primitiefs inhoudt. We beschouwen zo'n polytheïstisch gerichte godsdienst als een basis waaruit de ontwikkeling naar een monotheïstisch denken heeft plaats gevonden. Ideeën dat er voor elke situatie een andere God zou bestaan die het leven van de mensen op aarde mede bepaalt, wordt nu gezien als waanvoorstellingen. Maar dit soort godendom staat dichter bij de mensen zelf, omdat ze werden gezien als entiteiten met menselijke eigenschappen, die onsterfelijk waren. Geschapen door een hogere godheid die een soort abstract begrip vormde. De huidige religies hebben eigenlijk vrijwel hetzelfde grondprincipe en toch bestrijden zij elkaar met oorlogen en terroristische aanslagen.

De werkelijkheid van de scheppende kracht zullen we nooit waarnemen zolang we een mens op aarde zijn. We kunnen slechts een poging doen om de filosofie van de scheppende energie te begrijpen. Dat God in alles aanwezig is kunnen we letterlijk opvatten. In alle elementaire deeltjes, in alle zwarte gaten, in alle gedachten, in alle vormen van menselijke creaties. In alle dualistische zaken, zoals het ja of nee, goed of kwaad, het Yin of Yang. De werkelijkheid van de spirituele filosofie zit in ons denken. Denken in een meerdimensionale werkelijkheid en weten dat alles dat bedacht kan worden een nieuwe werkelijkheid kan generen.

De waarheid is een aanname van een gekozen werkelijkheid. Alles is een expressie van de geest van de scheppende energie die we God kunnen noemen en wij spelen als mensen een mede scheppende rol.

zaterdag 7 juli 2012

Not one. Not two


"How does one seek union with God?"

"The harder you seek,
the more distance you create between Him and you."

"So what does one do about the distance?"

"Understand that it isn't there."

"Does that mean that God and I are one?"

"Not one. Not two."

"How is that possible?"

"The sun and its light,
the ocean and the wave,
the singer and his song
not one. Not two."

Anthony deMello

zaterdag 16 juni 2012

Wachten op een wonder


Ik heb gehoord dat velen van jullie
zitten te wachten op een wonder,
een wonder dat ik, jullie God de wereld zal redden.

Hoe zal ik redden zonder jullie handen?
Hoe zal ik rechtspreken zonder jullie stem.
Hoe zal ik liefhebben zonder jullie hart?

Vanaf de zevende dag heb ik alles uit handen gegeven.
Heel mijn schepping en mijn wondermacht:
niet jullie, maar ik wacht nu op het wonder.

dinsdag 5 juni 2012

In den beginne ...

Het bestuderen van het Universum is zowel een zaak van wetenschap als religie. Het ene omdat het ons kan vertellen hoe het ontstaan is, het andere omdat het ons iets zegt over het waarom en de zin ervan. Dat laatste is belangrijk omdat de wat en hoe vragen bijna altijd uitmonden in de waarom vraag.

Laten we terug gaan naar het belangrijkste feit uit de geschiedenis dat tevens haar begin markeerde: hoe is het Universum (volgens sommigen een multiversum) kunnen ontstaan? Wat de wetenschap er vandaag over denkt is dat alles wat bestaat in een ver verleden in één immens heet en oneindig klein punt - de singulariteit genoemd- was samengeperst; er volgde een enorme knal, de Big Bang, en het Universum zoals we het vandaag kennen ontvouwde zich. Toen de temperatuur voldoende zakte konden zich atomen en moleculen vormen tot de eerste bouwblokken. Zwaartekracht deed zijn werk en de eerste sterrenstelsels werden gevormd uit de ijle gassen Helium en Waterstof. Bepaalde sterren bezweken onder hun eigen gewicht, andere doofden uit, sommige door eerst in spectaculaire supernova's te veranderen die kernfusie-ovens vormden voor zwaardere elementen, de latere basis voor water en koolstof, om ze vervolgens de ruimte in te slingerden (Het zijn deze laatste twee materies die nodig zijn om leven te kunnen vormen, in zekere zin komen we allemaal uit de baarmoeder van lang vergane sterren en is ons lichaam letterlijk opgetrokken uit sterrenstof). Daarna konden planeten en andere objecten vorm krijgen en komen we bij de laatste halte aan: het onstaan van het leven. De Big Bang is een algemeen aanvaarde theorie die de beste verklaring geeft over het ontstaan en de evolutie van het heelal. Twee NASA onderzoekers kregen in 2006 de Nobelprijs voor Natuurkunde omdat ze bijkomend bewijs voor de 60 jaar oude Big Bang theorie ontdekten.


Het Universum is groot, zeer zeer groot. Koud. Donker.
Onze Melkweg, een galactisch stelsel, bestaat uit honderdduizend miljoen sterren. Ongeveer.
En er zijn nog honderdduizend miljoen andere galaxies.

In de woorden van Genesis:

"En God sprak:
Laat er licht zijn ..."In al zijn eenvoud, een treffender beschrijving is er niet.
In de woorden van de Koran:

De hemelen en de aarde waren één enkele samengesmolten massa. Wij hebben ze toen van elkaar gescheiden en uit water al het levende gemaakt.

Het laatste deel van de zin is een verwijzing naar water als basis voor alle leven. Toen, 1400 jaar geleden, een revolutionaire gedachte, nu een algemeen aanvaard feit.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting, geeft de Bing Bang theorie geen antwoord over de aanleiding van het ontstaan van het Universum. Het zegt iets over de beginsituatie (oneindig klein) en de expansie na de oerknal. De meest interessante gebeurtenis ooit, de oorzaak van alle andere gebeurtenissen, is relatief onderbelicht in de wetenschap. Dit mag niet verwonderlijk zijn, wetenschap is nu eenmaal de studie van het Universum dat ontstond met de Big Bang. De rest valt buiten de realm van de wetenschap. De Big Bang theorie stelt dus enkel dat het heelal een begin heeft en vertelt iets over de omstandigheden net na de grote knal. Het waarom is voer voor filosofen en theologen.

Als bij de gewelddadige geboorte van het Universum materie, energie, ruimte en de natuurwetten zijn ontstaan, dan zou het vreemd zijn dat de oorzaak van dit alles van dezelfde aard is. Met andere woorden, enkel wat het Universum overstijgt kan dit allesomvattende systeem, de Kosmos, tot leven brengen. Het kan niet zijn eigen oorzaak zijn. Er is hier een boeiend parallel te trekken met de onvolledigheidsstellingen van de wiskundige Kurt Gödel maar dat zou ons te ver doen afdwalen.

De drie monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom en islam) wijzen allemaal naar God als de Schepper door middel van het Woord, de Logos. Lees de magnifieke opening van het Evangelie naar Johannes in het Nieuwe Testament:

In het begin was het Woord en het Woord was met God ...

Dus religie gaat hier een drastische stap verder dan de wetenschap en spreekt zich uit over de feitelijke veroorzaker. Om de woorden van Star Trek te parafraseren:

To go beyond where no man has gone before, namelijk voorbij de ruimte als uiterlijke grens.

Door God die het Woord sprak:
"Wees"

Een ander woord voor existentie, is er een oorzakelijke keten in werking gesteld die culmineerde in dit eigenste moment: jij die deze woorden aan het lezen bent. Jij bent dus persoonlijk getuige van de schepping.

Religie is dus niet noodzakelijk in tegenspraak met wetenschap, het is als het ware de andere kant van dezelfde medaille. Maar laten we duidelijk zijn op dit cruciale punt: wetenschap kan geen bewijzen geven voor het bestaan van God hoewel mensen er wel "tekenen" in zien die hun geloof verder onderbouwen. Anderzijds is er niets in de wetenschap dat in tegenspraak is met het geloof in een Schepper. Maar de wetenschap kan wel een interessante bijdrage leveren aan de discussie over God. Wel een waarschuwing: wanneer één van beide disciplines het terrein van het andere betreedt zonder respect of besef van de respectievelijke grenzen en beperkingen dan kan er verwarring ontstaan.

Veel mensen beschouwen God als een soort van tovenaar die ergens in een ver verleden besliste uit het niets het heelal te creëeren. Helaas roept dit scenario enkele lastige vragen op. Bijvoorbeeld, wat deed God dan voordat Hij het Universum schiep? Als God eeuwig en perfect is, waarom is Hij op een bepaald moment begonnen met de creatie van dit ondermaanse? De heilige Sint Augustinus, een 5de eeuwse Berber theoloog, kwam met een aanvaardbaar antwoord:

Zowel de wereld als de tijd zijn gemaakt door God. Een inzicht dat later door Albert Einstein bevestigd werd: tijd en ruimte zijn deel van dit Universum waarbij tijd een (vierde) dimensie is. Zowel materie, natuurwetten als de tijd zelf zijn geboren uit de singulariteit op het moment van de Big Bang. En dus plaatsen we God, de Eeuwige, letterlijk buiten tijd en ruimte. God werd transcendent. Met andere woorden, de vraag "wat gebeurde er voor de Big Bang?" is irrelevant want het begrip vóór heeft enkel een betekenis na de Big Bang. Net zomin als vragen waar God zich bevindt relevant is, want "waar" houdt een "plaats" in. Terwijl alles wat we "plaats" noemen pas ontstaan is na de Big Bang. In die zin is het te begrijpen waarom bepaalde theologen hemel en hel geen plaats maar een toestand noemen, een toestand waarin de ziel zich bevindt na de dood. De dood is dan een deur om dit Universum te verlaten en de beperkingen van tijd en ruimte achter ons te laten. Vanuit dit standpunt bekeken is een eeuwig leven na de dood plausibel en slaan ook hier de voorgenoemde religies de nagel op de kop.

Het simpele idee van een God die op een bepaald moment een knop indrukte en -wis en waarachtig- het Universum ontstond is dus verkeerd. Het is een weerspiegeling van de grootsheid van God dat voor Hem een tiental miljard jaar niet meer is dan het woord "Wees!".

Wat wel overblijft van het tovenaarsgedeelte is dat het heelal inderdaad iets magisch is, niet alleen omdat het ineens uit het niets ontstond, maar ook door de schoonheid en perfectie ervan.

Kijk om je heen: de zon schijnt, de wind blaast, de bloemen geuren in hun kleurenpracht, de rivieren stromen, de wolken drijven voorbij, de vogels die de hemel doorklieven en de vissen die de waters doorkruisen. Is dat geen magie?

Alles wat we normaal, gewoontjes of als dagdagelijks ervaren is feitelijk ontzagwekkend als je er bij stilstaat.

Laten we nu de aandacht richten op de tijd die God nodig had om dit alles vorm te geven. Het Oude Testament en de Koran zijn ook hier eenstemmig: alles gebeurde in welgeteld zes dagen. Een beetje paleontoloog moet hierom glimlachen. De oudste sporen van leven zijn fossielen van 3,5 miljard jaar oud. Radiometrische datering schat de Aarde rond de 4,5 miljard jaar. Het heelal zelf is driemaal zo oud. Zeker, we kunnen hier dezelfde houding aannemen als sommige bijbelfundamentalisten en deze feiten negeren door te stellen dat God het heeft doen lijken alsof de Aarde veel ouder is. Wie zijn wij om te twijfelen aan de almacht van God. Alleen ... waarom zou Hij de mensheid een rad voor ogen draaien? Een beetje TV-predikant valt nu theatraal op zijn knieën en noemt dit een test voor ons geloof. Maar dat antwoord is niet goed genoeg voor een kritische geest.

In de Koran is God expliciet dat Zijn dagen niet dezelfde lengte hebben als de onze. Voor de mensheid is de definitie van een dag het moment dat de Zon opkomt en weer ondergaat, of meer technisch: wanneer de Aarde éénmaal rond zijn as is gedraaid. De Aarde noch de Zon bestonden toen het Universum werd gecreëerd en dus is deze menselijke maatstaf irrelevant om het scheppingswerk aan af te meten.

Het Arabische woord voor "dagen" is "ayyam". Ayyam heeft eveneens de betekenis van periode of fase. Men kan dus gemakkelijk afleiden dat het Universum in zes stadia of stappen is gecreëerd. De alom geprezen koranvertaler Yusuf Ali geeft als voetnoot bij de vertaling van ayyam:

Zeer lange periodes die eonen kunnen overspannen.

Er zijn mensen die op basis van enkele indicaties in de Koran de berekening hebben gemaakt dat het Universum een dikke 18 miljard oud is. Komt aardig in de buurt van wat wetenschappers hebben berekend maar dit doet er eigenlijk weinig toe. Het is belangrijker om erop te wijzen dat ook hier geen contradictie is tussen de zes "dagen" van God en de visie van de wetenschap.

Wat zijn dan die zes stadia?

In de eerste fase:
Laat er licht zijn.

Daarna werd de Aarde gecreëerd

God scheidde licht en duisternis -
Men kan aannemen dat dit het draaien van de planeet Aarde rond zijn as is

God scheidde land en water

God creëerde planten en dieren

En als kroon op het werk:

God creëerde de mens

In de taal van vandaag: de sterren ontstonden lang voor de planeten. De Aarde was een hete magmabol van gesmolten gesteente. Eens de Aarde afkoelde kon het gecondenseerde water uit de atmosfeer neerdalen dat op haar beurt de diepergelegen gronden vulde tot wat men nu zeeën noemt. Dat eerst de planten en dieren ontstonden is in lijn met de evolutietheorie die de mens als jongste loot aan de levensboom plaatst. De ene fase is het fundament van de volgende, dat is de essentie van de 6 dagen boodschap.

En dus loopt de mens hier op deze aardbol, uitgerust met het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, zich afvragend waar hij vandaan komt en wat hij hier doet.

Voor alle duidelijkheid: noch de Bijbel noch de Koran zijn encyclopedieën of wetenschappelijke werken die ons tot in de details vertellen hoe God dit alles tot ontstaan bracht. Maar de beschrijvingen uit zowel de Bijbel als Koran over het ontstaan van het heelal is niet in tegenstelling met moderne opvattingen. Er is niets irrationeels aan het geloof in een Schepper die het Universum, met ons in gedachten volgens het Antropisch principe, heeft ontworpen.

In de woorden van King Lear, het hoofdpersonage uit het gelijknamig stuk van William Shakespeare:

"Uit niets kan niets ontstaan".

En wat gebeurde er nu op die fameuze zevende dag? De Bijbel vertelt ons dat God op die dag rustte, moe van al Zijn creatief werk.

Daaraan hebben we nog altijd de zondag als wekelijkse rustdag te danken hoewel deze alsmaar meer onder druk komt te staan door economische motieven. Ere wie ere toekomt, wat dit betreft stonden de Socialisten en Christen-Democraten op één lijn om de zondag als rustdag wettelijk te verankeren in 1905. Voor orthodoxe joden is de (zaterdagse) rustdag nog altijd absoluut.

En hier komen we tot een interessant verschil tussen enerzijds het joden- en christendom en anderzijds de islam.

Voor een moslim is een Almachtige God die rust nodig heeft gelijk aan blasfemie. Er is een gedeelte van een vers in de Koran, toepasselijk genaamd de Troon, dat de volgende beschrijving geeft:

God! Er is geen god dan Hij, de Levende, de Eeuwige
Sluimer noch slaap overmant Hem
Hem behoren alle dingen in de hemelen en op aarde
Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn toestemming?
Hij weet wat er voor hen en wat er na hen komt
Evenmin kunnen zij iets vatten van Zijn kennis zonder Zijn wil
Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en aarde en Hij voelt geen vermoeidheid om beide in stand te houden
Hij is de Verhevene, de Allerhoogste.

In de islamitische kijk nam Hij dus plaats op Zijn troon op de zevende dag. Wat doet een koning op zijn troon? Niet rusten maar wel zijn rijk regeren, toezicht houden, zorg dragen en beheren. Merk ook het verdere vervolg op van het bovenstaande vers: "Godsdienst kent geen dwang. Redelijk inzicht staat in schril contrast met dwaling"

Eens geschapen moet het Universum worden beheerd. Er is geen reden om aan te nemen dat de schepping een eenmalige daad is waarna die op zichzelf blijft draaien. Wat draait er op zichzelf of vanuit zichzelf? Niets. Uitgaande van het feit dat we nu bestaan volgt niet noodzakelijk het feit, dat we een ogenblik later ook zullen bestaan. Tenzij een oorzaak, dezelfde die ons voortgebracht heeft, ons als het ware voortdurend zal herscheppen.

In de islam is dit idee van een voortdurende herschepping, bekend onder de noemer occasionalisme, verder uitgewerkt door de Ashari school en, onder andere, door de bekende filosoof Al Ghazali verdedigt.

Je kunt stellen dat de wereld van het ene moment niet de wereld is van het volgend moment. Voor een Westerse geest die denkt in termen van causaliteit (oorzaak en gevolg) is dit een radicale gedachte. Maar voor bijvoorbeeld een Chinees die gelooft dat twee zaken met elkaar verband houden door het tijdstip van gebeuren is dit een vrij normaal gegeven. Vandaar dat een horoscoop -de levensloop is verbonden met de sterrenstand op het moment van geboorte- aansluit bij het Chinees standpunt maar bijgeloof is voor de Westerse rationele mens niettegenstaande de populariteit ervan in de dag- en weekbladen.

Het verband tussen de wereld Nu, en binnen een ogenblik, is het proces van herschepping door God. De schakel is dus enkel de wil van God.

Het interessante is dat het occasionalisme recent nieuw leven is ingeblazen door quantum fysici. In de quantummechanica kan men verschillende fenomenen simpelweg niet verklaren door de keten van oorzaak en gevolg (het zogenaamde determinisme). Men spreekt er liever over een distributie en waarschijnlijkheid van mogelijkheden.

En zo komen we uit bij een onophoudelijk scheppende Geest. God als Schepper en voortdurende Herschepper. Er is geen betere manier om God te appreciëren als creatieve geest dan naar de fenomenale complexiteit van het Universum te kijken. Zowel het miniscule als het onmeetbare blaast je gewoon weg. Je kunt het enkel met verbazing aanschouwen.

In de Koran roept God ons op om de schepping te observeren met verstand van geest zodat we herinnerd worden aan Zijn almacht, glorie en genade. Met andere woorden, wij worden opgeroepen om de wetenschap uit te oefenen. Door de natuur in zijn vele uitingsvormen te onderzoeken kun je je hart laten vullen met liefde voor Hem. Liefhebben? Zeker, wat anders rest ons dan Hem die ons het leven schonk lief te hebben?

Liefhebben omwille van Zijn onmetelijke wijsheid.

Liefhebben omwille van Zijn genade.

Liefhebben omwille van Zijn oneindig vermogen.

Hem te loven, te danken en te verheerlijken. Gefascineerd zijn door Hem. Meer willen weten over Hem. En over Zijn schepping.

Op deze manier kan onze beperke geest een oneindige grenzeloze Geest waarderen. Sommigen noemen dit bidden.

Het is niet toevallig dat het dagelijkse islamitische gebed start met "God is groter".

Groter dan wat? Wel, groter dan alles wat je je maar kunt inbeelden. Datzelfde gebed eindigt met het woord "vrede". Men opent met het onvoorstelbare om te eindigen in harmonie. In vrede met zichzelf, het Universum en de Schepper.

Om nogmaals de Koran te citeren:

"O Heer, U omvat alles in genade en kennis"

Blijft over, het klassieke favoriete argument van Jehova's Getuigen:
De mens en de wereld zijn zo complex dat het wijst op een maker. Net zoals de vlekkeloze mechaniek van een horloge wijst op het bestaan van een horlogemaker.

Dit argument snijdt hout, alleen ... kan het tegen zichzelf keren. Als wij al zo gesofisticeerd zijn dat het duidt op een intelligente maker, wie heeft dan die intelligente maker gemaakt? Een nog slimmere maker? En wie heeft dan de maker van de maker gemaakt? Deze vraag kun je tot in het oneindige herhalen en is dus zinloos.

Het antwoord is vrij eenvoudig: alles wat bestaat in dit Universum heeft op zijn beurt een oorzaak dat helemaal terug te brengen is tot aan de Big Bang. Waaruit is de Big Bang dan ontstaan? Antwoord: Het  tijdelijke kan enkel voortkomen uit het eeuwige. "De Eeuwige" is niet toevallig een attribuut van God. Wat Aristoteles scherpzinnig de "Onbeweeglijke Beweger" noemde. Geen wonder dat sommige moslims gedurende de hoogdagen van islamitische kunst en wetenschap deze Oude Griek als een profeet beschouwden.

Natuurlijk, het staat je vrij om te geloven dat het Universum een schitterend meesterwerk is dat door niemand is gemaakt.

Ik zou zeggen: ga naar buiten, kijk omhoog en voel je nietig in de eindeloze uitgestrektheid der firmament terwijl je God's retorische vraag uit de Koran kunt overpeinzen:

"Heb jij dit alles gemaakt of is dit Mijn werk?"

God als energie ... en God als persoon


God is oneindig veel groter dan alles wat we weten of ons kunnen voorstellen. Alles wat we over God zeggen kan slechts in de vorm van metaforen vanuit onze zo beperkte menselijke ervaring. Met deze stellingen als uitgangspunten is het niet verrassend dat verschillende mensen verschillende soorten van metaforen kiezen of dat religieuze tradities zo'n grote verscheidenheid bieden. Laten we voor dit verhaal het gangbare taalgebruik betreffende God in twee groepen verdelen, nl. datgene wat gebaseerd is op natuurkrachten en energieën, en datgene wat gebaseerd is op het menselijk leven, en laten we het gebruik en de beperkingen van elk onderzoeken.

Wanneer mensen over God spreken gebruiken ze vaak woorden als Licht, Vuur, Macht, Kracht, Energie. Als deze taal letterlijk wordt genomen wordt "God" een andere natuurkracht zoals zwaartekracht of radioactiviteit, en verliest het alle spirituele referentie. Maar als metaforen voor God, als een manier om naar te verwijzen en onszelf toe te verhouden, het uiteindelijke mysterie, zijn zij zeer waardevol.

Aan de ene kant suggereren zij weidsheid en Universaliteit die tegengesteld zijn aan het oproepen van een voorstelling van iets dat even klein en beperkt is als wijzelf. Ze geven de ziel ruimte om adem te halen. Degene die het handelen van God met henzelf ervaren als een steeds verder uitdijende geweldige ruimte, die zich op stille plaatsen in een allesomvattende en grenzenloze stilte bevinden die zelf gevuld is met God, hebben een dergelijke taal nodig. Aan de andere kant weten ze heel goed de verlichtende, vurige, stimulerende en krachtige daden van God in ons op te roepen. Mensen die aan deze soort metaforen de voorkeur geven neigen ertoe om te zeggen dat zij niet in een "persoonlijke" God geloven, omdat dit hen veel te beperkt en kleingeestig voorkomt. Het geeft hun een gevoel van claustrofobie. Sommigen zeggen misschien ook dat wij als menselijke individuen van veel te weinig betekenis zijn om ook maar enige aandacht van God te verdienen. Zij zouden om dezelfde reden kunnen verwerpen dat Jezus ook maar iets zinnigs zou kunnen zeggen over God.

Hoe kan één enkel menselijk wezen op een kleine planeet mogelijkerwijs op één enkel moment in staat zijn de aard van God tot uitdrukking te brengen? Het probleem van deze benadering ontstaat wanneer we willen spreken over God's ontmoeting met ons. Wind en vuur kunnen ontzagwekkend zijn, maar tenzij wij ze menselijke eigenschappen willen toekennen, kunnen zij geen bedoeling of liefde vertegenwoordigen. Als de God naar wie wij verwijzen met zulke metaforen onpersoonlijk zou zijn, zoals de natuurkrachten onpersoonlijk zijn, zou God zich niet tot ons kunnen wenden. Het heeft geen zin om te zeggen dat de God-kracht 'positief' is. Zoals bij onpersoonlijke energieeën die geen betekenis hebben behalve in de zin dat het ene eind van de batterij 'positief' is. Geen kracht is in alle omstandigheden zonder meer goed voor ons. Alle kunnen zowel destructief als weldadig zijn. Wanneer zij nuttig zijn, dan zit er geen bedoeling achter. Wij hebben er misschien een verbinding mee, een reactie op dergelijke krachten, maar zij hebben geen verbinding met ons en reageren niet. Wanneer zij de enige geldige metaforen voor God zouden zijn, zouden we ons in precies dezelfde desolate situatie in het Universum bevinden als wanneer er helemaal geen God zou zijn. Wij zouden toevallige gebeurtenissen zijn, meegesleurd door machtige krachten die niet van ons weten en die niets om ons geven. Daarom hebben we ook een persoonlijke taal nodig.

Als persoonlijke taal betreffende God echter te letterlijk wordt genomen, dan is antipersoonlijke kritiek volkomen geldig. Dan wordt God een oude man in de lucht, of tenminste iets dat veel op ons lijkt, met wie wij bevriend kunnen zijn en die wij bijna in onze zak kunnen steken. Het beeld dat wordt opgeroepen is veel te klein. Maar in onze ervaring van God gaat het niet allemaal om ontzag en aanbidding van de onmetelijk Andere. Het is ook een ervaring van te worden opgeroepen en geleid, verwelkomd te worden en vervuld, van ontmoeting en opgaan in het goddelijke in onze eigen diepten, waarmee we op de één of andere manier een gelijkenis hebben. Al deze aspecten van ervaring kunnen alleen maar weergegeven worden in persoonlijke termen.

De persoon is de rijkste metafoor die we voor God hebben, omdat alleen de persoon een bewustzijn heeft, een zelfbewustzijn, omdat alleen de persoon kan kennen en mensen kan liefhebben, de waarheid kan trachten te vinden of zich doelen kan stellen.

S.L. Frank, een Russisch filosoof uit het begin van de twintigste eeuw, vergelijkt ons bewustzijn van God als verbondenheid met ons, met die van onze kennis van andere mensen als personen. Die ontstaat, zegt hij, wanneer men elkaar voor het eerst in de ogen kijkt, waardoor de onweerlegbare kennis aan ons wordt overgebracht dat we in contact zijn met een andere persoon, een kennis die niet wetenschappelijk kan worden geverifieerd, maar waarvan we heel zeker zijn: "de belijdenis van het geloof in een persoonlijke God is niet een gedachte over het bestaan van een bepaald transcendentaal object, het is de belijdenis van onze werkelijke ontmoeting en levende verbintenis met Hem".

Wanneer we ooit in onze eigen persoonlijke ervaring voelen dat onze diepste verlangens op de één of andere manier worden gehoord en beantwoord, of zelfs iets zijn dat ons wordt gegeven om ons in een bepaalde richting te leiden, dan krijgt de metafoor van het persoonlijke geldigheid. Wanneer er geen gevoel van richting zou zijn, wanneer we niet konden voelen dat de Uiteindelijke Realiteit de bron was van ons verlangen om lief te hebben, om rechtvaardig te zijn, te genezen in plaats van te verwonden, dan konden we onze getuigenissen niet vertrouwen, dan konden we alleen maar naar de wereld kijken en wanhopen.

Dit betekent uiteraard niet dat God voelt wat wij "liefde" noemen. Het wil zeggen dat, hoewel de aard van God onvoorstelbaar ver van ons af staat, zij toch in de kleine spiegel van het menselijk bewustzijn een zwakke reflectie geeft van wat ons beweegt om lief te hebben en niet te haten, om de waarheid te zoeken en niet te bedenken wat ons goed uit zou komen. Omdat wij deze Realiteit, waarnaar we alleen maar kunnen verwijzen en die wij al helemaal geen naam kunnen geven, die ons oneindig ver te boven gaat, veel verder dan wat wij liefde en waarheid noemen, op onze kleine manier kunnen liefhebben en kennen.

Het is verbazingwekkend dat wij contact zouden kunnen krijgen met God. Maar innerlijk is de menselijke geest niet aan ruimte noch aan tijd gebonden. De lichtstraal valt op ons omdat en in zoverre wij in staat zijn om haar te ontvangen. Persoonlijke taal leidt ons verder binnen in de natuur van God dan welke andere ook, omdat het de meest cruciale aspecten uitdrukt van wat wij ervaren van God. Toch hebben wij beide typen taalgebruik nodig en beide zijn altijd gebruikt. Onpersoonlijke taal schiet echter tekort als het alles is wat wij hebben. Persoonlijke taal glijdt zonder de correctie van de onpersoonlijke gemakkelijk af naar het beperkte en sentimentele. Mogen we in evenwicht kunnen blijven, zodat het samengaan van het grootse met het persoonlijke "ons in staat moge stellen om in alle breedte en lengte en hoogte en diepte de liefde van Christus te ervaren, om te weten wat alle kennis te boven gaat".

zondag 13 mei 2012

Conversation

Me (in a tizzy):
God, can I ask you something? ...

God:
Sure ...

Me:
Promise you won't get mad? ...

God:
I promise ...

Me (frustrated):
Why did you let so much stuff
happen to me today? ...

God:
What do you mean? ...

Me:
Well I woke up late....,

God:
Yes ...

Me:
My car took forever to start ...

Me (growling):
At lunch, they made my sandwich wrong
and I had to wait ...

God:
Hmmm ...

Me:
On the way home, my phone went dead,
just as I picked up a call ...

God:
All right ...

Me (loudly):
And to top it all off, when I got home, I just wanted to soak my feet in my foot massager and relax, but it wouldn't work. Nothing went right today! Why did you do that? ...

God:
Well, let me see ... The death angel was at your bed this morning and I had to send one of the other angels to battle him for your life. I let you sleep through that ...

Me (humbled):
Oh...

God:
I didn't let your car start because there was a drunk driver on your route that might have hit you if you were on the road ...

Me (ashamed):
...

God:
The first person who made your sandwich today was sick and I didn't want you to catch what they have, I knew you couldn't afford to miss work ...

Me (embarrassed):
Oh ...

God:
Your phone went dead because the person that was calling was going to give a false witness about what you said on that call, I didn't even let you talk to them so you would be covered ...

Me (softly):
I see God ...

God:
Oh and that foot massager, it had a short that was going to throw out all of the power in your house tonight. I didn't think you wanted to be in the dark ...

Me:
I'm sorry God.

God:
Don't be sorry, just learn to trust me ... 
in all things, the good and the bad ...

Me:
I will trust you God ...

God:
And don't doubt that my plan for your day
is always better than your plan ...

Me:
I won't God. And let me just tell you God, 
thank you for everything today ...

God:
You're welcome child. 
It was just another day being your God.

dinsdag 21 februari 2012

Wie is God? Wie ben ik?


God heeft vele namen, ook in de bijbel. Een van die namen is God als leven gevende adem. God geeft adem aan alles wat leeft, ook aan de mens. Misschien zou je ons als mensen daarom kunnen beschou­wen als een stukje God.

Jezus noemde God zelfs 'Vader'. Dat wil zeggen dat hij een heel spe­ciale en intieme band met Hem voel­de. Misschien is het wel 'n deel van de taak van de mens om in het le­ven te ontdekken wie God voor hem/haar is en wie hij/zij als mens voor God is en voor de naaste me­demens.

Want God en mens horen voor de gelovige mens bij elkaar als onver­brekelijke delen van één geheel. Maar dat moet je ontdekken, daar is veel tijd en vooral veel goede wil voor nodig. Misschien ben je daar wel een heel leven mee bezig: deze ontdekkingstocht naar God en daaronder verborgen de ontdekkingstocht naar wie je zelf bent.

Wij mensen hebben God vele namen gegeven. Elke naam drukt iets bijzonders uit, iets specifieks, en vaak ook iets persoonlijks. Toch zijn wij eigenlijk allemaal kinderen van dezelfde God ongeacht hoe wij staan ten opzichte van Hem.

In onze gelovige taal kennen wij ook veel verhalen over God en de mens, verhalen die sleutels kunnen zijn tot het verstaan van ons leven. Maar vaak passen die sleutels niet altijd op de situaties in ons leven. Zo moet je niet met bijbel verhalen aankomen als een soort compendium (antwoordboek) voor alle levensvragen. Zo makkelijk ligt dat niet.

'Verhalen' wil ook zeggen zin zoeken, zin leren ontdekken, antwoorden zoeken die weer nieuwe vragen oproepen. En wat blijkt dan: het leven staat niet stil, er is verandering, en ook de betekenissen veranderen, de mens verandert en óók God verandert. Als je dan als mens zegt dat jij de enige én juiste betekenis hebt, zeg je eigenlijk met andere woorden dat jij het beste en de slimste bent ‑ veel slimmer en beter dan al die andere mensen om je heen en de mensen die voor jou hebben geleefd en gesproken.

Je vergeet dat je ook maar een stukje van het geheel bent, en dat je echt niet alles kunt overzien of doorzien. En als je slechts één klein stukje van het geheel bent, als je leven en alles wat je meemaakt slechts een 'milli‑milli‑milliseconde' (en nog veel kleiner) is op de tijd van het ontstaan van de Kosmos dan hoef je echt geen grote pretenties overeind te houden.

Maar toch ben je ook een stukje van God, geboren uit Zijn adem en daarom een stukje God in jou zelf. Als we daar nou eens zouden starten, bij dat besef dat je een stukje God in je hebt, en die ervaring met elkaar delen en uitdiepen. Dan zouden er heel wat minder woordenwisselingen plaatsvinden die te vaak uitlopen op intolerantie en bloedvergieten.

Kenmerkend voor een mens is dat hij kan huilen. Er is geloof ik geen dier bekend dat tranen huilt van verdriet. Alleen de mens is daartoe in staat. Hoe zou het met God zijn? Zou hij kunnen huilen? Misschien zijn de zoute zeeën wel de tranen van God: vergoten om zoveel onbegrip en hardvochtigheid aan de kant van de mens, zijn dierbaarste schepsel?

zaterdag 4 februari 2012

God is ...


Als je aan een theoloog vraagt wie of wat het Universum heeft geschapen, dan zal hij antwoorden: God. En als je hem vraagt God te omschrijven, dan zal hij zeggen: Dat wat niet kan worden geschapen of vernietigd. Het is er altijd geweest, is er nu en zal er altijd zijn. Het beweegt zich in vorm, door vorm en uit vorm.

En als je aan een kwantumfysicus - een natuurkundige die het kleinste van het kleinste van het kleinste bestudeert - vraagt wie of wat het Universum heeft geschapen dan zal hij antwoorden: energie. En als je hem vraagt energie te omschrijven, dan zal hij zeggen: Dat wat niet kan worden geschapen of vernietigd. Het is er altijd geweest, is er nu en zal er altijd zijn. Het beweegt zich in vorm, door vorm en uit vorm.

vrijdag 30 december 2011

Als God mijn gast wilde zijn



Als God mijn gast wilde zijn

Zou ik hem dan met open armen aan de deur begroeten? Of zou ik mij moeten verkleden, alvorens hem binnen te laten? Of een paar tijdschriften verstoppen en er betere lectuur voor in de plaats leggen?

Zou ik mijn wereldse muziek door goede vervangen? Zou ik trots zijn op de dingen die aan de muur te kijk hangen? Of zou ik het een en ander uit willen leggen en allerlei excuses maken?

En als God een paar dagen met me doorbracht, zou ik zeggen wat ik altijd zeg? Zou het leven voor mij gewoon doorgaan? Zou ik Jezus meenemen waarheen ik van plan was te gaan? Of zou ik mijn plannen voor een paar dagen wijzigen? Zou ik blij zijn als hij mijn naaste vrienden ontmoette? Of zou ik hopen dat ze weg bleven tot zijn bezoek voorbij was?

Of zou ik me opgelucht voelen als hij tenslotte ging? Laat ik er precies proberen achter te komen hoe ik zou zijn als Jezus persoonlijk kwam om een poosje met mij op te trekken.

woensdag 28 december 2011

God herkennen in je dagelijks leven



Een kluizenaar raakte in zijn eenzaam huisje tijdens een watervloed in grote nood. Hij bad tot God in diep vertrouwen.

Iemand klopte op de deur: Kom mee met de laatste auto die probeert te ontkomen. De kluizenaar sloeg het aanbod af: God zal mij te hulp komen. Hij bleef vurig bidden, terwijl het water steeg tot boven de vensterbank.

Toen kwam er een boot langs om hem op te halen. Maar de kluizenaar weigerde; hij bleef liever wachten op God. Terwijl het water in zijn huisje tot aan zijn mond kwam, en vanuit een helikopter een lijn naar hem uitgeworpen werd, bleef hij weigeren, vol godsvertrouwen.

Even later was hij verdronken, en stond hij voor God: 'Heer, waar was U? Waarom deed U niets?'. 

'Deed ik niets?', was Gods reactie. 'Drie maal ben ik bij jou langs gekomen, en heb Ik je aangeboden jou in veiligheid te brengen.
Dat je Mij niet herkend hebt!'

dinsdag 27 december 2011

Jij en God


Jij zegt: "Het is onmogelijk"
God zegt: Alle dingen zijn mogelijk"
(Lukas 18:27)

Jij zegt: Ik ben te moe
God zegt: "Ik zal je rust geven"
(Matt. 11:28-30)

Jij zegt: Er is niemand die echt van me houdt
God zegt: "Ik hou van jou."
(Joh. 3:16 & Joh.13:34)

Jij zegt: Ik kan niet verder
God zegt: "Mijn genade is genoeg voor je"
(2 Kor. 12:9 & Psalm 91:15)

Jij zegt: Ik kom niet uit deze situatie
God zegt: "Ik zal je op je levensweg leiden"
(Spreuken 3:5-6)

Jij zegt: Ik kan het niet
God zegt: "Je kan alle dingen"
(door Hem die je van binnenuit bekrachtigt)
(Fil.4:13)

Jij zegt: Ik ben er niet toe in staat
God zegt: "Ik ben machtig"
(2 Kor. 9:8)

Jij zegt: Het is het niet waard
God zegt: "Het is het wel waard "
(Rom.8:28)

Jij zegt: Ik kan mezelf niet vergeven
God zegt: "Ik vergeef je"
(1Joh. 1:9 & Rom.8:1)

Jij zegt: Ik kom niet rond
God zegt: "Ik zal in al je behoeften voorzien"
(Fil.4:19)

Jij zegt: Ik ben bang
God zegt: "Ik heb je niet een geest van angst gegeven"
(2 Tim.1:7)

Jij zegt: Ik maak me altijd zorgen en heb frustraties
God zegt: "Werp al je zorgen op Mij
(1 Petr.5:70)

Jij zegt: Ik heb niet genoeg geloof
God zegt: "Ik geef ieder een maat van geloof
(Rom.12:30)

Jij zegt: Ik ben niet verstandig genoeg
God zegt: "Ik zal je wijsheid geven"
(1 Kor. 1:30)

Jij zegt: Ik voel me alleen
God zegt: "Ik zal je nooit in de steek laten,
Ik laat je nooit alleen"
(Hebr. 13:5)

maandag 26 december 2011

Een ei


Je was onderweg naar huis toen je stierf. Het was een auto ongeluk. Niets bijzonders, maar desondanks toch fataal. Je liet een vrouw en twee kinderen achter. Het was een pijnloze dood. Het ambulance team heeft haar best gedaan om je te redden, maar het mocht niet baten. Je lichaam was zo ernstig beschadigd dat je beter af was, geloof me. En toen ontmoette je mij.

Wat ... wat is er gebeurd? vroeg jij. Waar ben ik?

Je bent dood, zei ik, zakelijk. Het heeft geen zin om
om de hete brei heen te draaien.

Er was een ... een vrachtwagen en het slipte ...

Ja, zei ik.

Ik ... Ben ik dood?

Ja. Maar wees niet teleurgesteld. Iedereen gaat dood, zei ik.

Je keek om je heen. Er was leegte. Alleen jij en ik. Wat is dit voor plek? vroeg je. Is dit het hiernamaals?

Zoiets, zei ik.

Ben jij God? vroeg je.

Ja, antwoorde ik. Ik ben God.

Mijn kinderen ... mijn vrouw, zei je.

Wat is daarmee?

Zullen zij zich wel redden?

Daar houd ik van, zei ik. Je bent net dood gegaan en jouw eerste zorg is jouw gezin. Mooier kan je het niet krijgen.

Je keek me gefascineerd aan. Voor jou zag ik er niet uit als God. Ik zag er uit als een gewone man. Of misschien een vrouw. Misschien vaaglijk een figuur met autoriteit. Eigenlijk meer een schoolhoofd dan de Almachtige.

Geen zorgen, zei ik. Het komt wel goed met ze. Jouw kinderen zullen je in alle opzichten als perfect herinneren. Ze hebben nog niet de leeftijd bereikt om weerzin tegen je te ontwikkelen. Jouw vrouw zal aan de buitenkant huilen, maar zal heimelijk opgelucht zijn. Om eerlijk te zijn, viel je huwelijk al in duigen. Maar als het je troost, ze zal zich schuldig voelen over haar opluchting.

Oh, zei je. Dus wat komt er nu? Ga ik nu naar de hemel of de hel of zoiets?

Geen van beiden, zei ik. Je zult reïncarneren.

Ah, zei je. Dus de Hindoes hadden gelijk,

Alle religies hebben op hun eigen manier gelijk, zei ik. Loop eens met me mee.

Je volgde terwijl we door de leegte kuierden. Waar gaan we heen?

Niets speciaals, zei ik. Het is gewoon plezierig om te wandelen terwijl we praten.

Wat voor zin heeft het dan? vroeg je. Als ik herboren wordt, dan ben ik gewoon weer blanco, nietwaar? Een baby. Dus al mijn ervaringen en alles wat ik in dit leven gedaan heb maken niets uit.

Niet waar! zei ik. In jou zit alle kennis en levenservaring van al jouw voorbije levens. Je kunt ze echter nu niet allemaal herinneren.

Ik stopte met wandelen en hield je vast bij de schouders. ''Jouw ziel is bijzonderder, prachtiger, en gigantischer dan je je voor mogelijk kan houden. Het menselijk verstand kan slechts een fractie behelzen van wat je bent. Het is zoals je je vinger in een glas water steekt om te voelen of het koud of warm is. Je steekt een klein deel van jezelf ergens in, en als je het er weer uithaalt, ben je alle ervaringen rijker die het heeft opgedaan.

De afgelopen 48 jaar ben je in een mens geweest, dus je hebt jezelf nog niet uitgerekt en nog niet de rest van jouw enorme bewustzijn ervaren. Als we hier lang genoeg zouden blijven, zou je alles weer herinneren. Maar het heeft geen zin om dat tussen elk leven te doen.

Hoe vaak ben ik dan geïncarneerd?

Oh zo vaak. Heel erg vaak. En in heel veel verschillende levens. zei ik. Deze keer wordt je een Chinees plattelandsmeisje in het jaar 540 na Christus.

Wacht eens, wat? stamelde je. Stuur je me terug in de tijd?

Nou, technisch gezien wel. Tijd, zoals jij het kent, bestaat alleen in jouw Universum. Dat is anders van waar ik kom.

Waar kom je dan vandaan? zei je.

Oh ja, legde ik uit ik kom ergens vandaan. Ergens anders. En daar zijn anderen zoals ik. Ik weet dat je wilt weten hoe het daar is, maar eerlijk gezegd zou je het niet begrijpen.

Oh, zei je, een beetje teleurgesteld. Maar wacht eens. Als ik reïncarneer naar andere plaatsen in de tijd, dan kan ik contact hebben gehad met mijzelf?

Natuurlijk. Dat gebeurd de hele tijd. En terwijl beide levens slechts gewaar zijn van hun eigen levensloop realiseer je je niet eens dat het gebeurd.

Maar wat is dan het doel van dit alles?

Echt? vroeg ik. Echt? Vraag je me naar de betekenis van het leven? Vindt je dat niet een beetje voor de hand liggend?

Het is toch een redelijke vraag, hield je vol.

Ik keek je aan. De betekenis van het leven, de reden dat ik dit hele Universum maakte, is voor jou om te groeien.

Bedoel je de mensheid? Wil je dat wij ons ontwikkelen?

Nee, alleen jij. Ik heb dit hele Universum gemaakt voor jou. Met elk nieuw leven groei je en ontwikkel je en wordt je een steeds groter en grootser intellect.

Alleen ik? Hoe zit dat dan met al die anderen?

Er is geen andere, zei ik. In dit Universum zijn alleen jij en ik er.

Je staarde me glazig aan. Maar al die mensen op aarde ...

Allemaal jij. Verschillende incarnaties van jij.

Wacht eens. Ik ben iedereen!?

Nu begin je het te begrijpen, zei ik, terwijl ik je een schouderklopje gaf.

Ik ben ieder mens dat ooit geleefd heeft?

En die ooit zal leven, ja.

Ben ik John F. Kennedy?

En je bent ook Lee Harvey Oswald, voegde ik toe.

Ben ik Hitler? zei je, met weerzin.

En je bent de miljoenen die hij vermoorde.

Ben ik Jezus?

En je bent ieder van zijn volgelingen.

Je werd stil.

Elke keer dat je een slachtoffer maakte, zei ik, werd jezelf slachtoffer. Elke vriendelijke daad, heb je gedaan voor jezelf. Elk blij en droevig moment ooit ervaren door elk mens, of ervaren gaat worden, wordt ervaren door jou.

Je dacht een lange tijd na.

Waarom? vroeg je me. Waarom wordt dit allemaal gedaan?

Op een dag, wordt je zoals ik. Want dat is wat je bent. Je bent van mijn soort. Je bent mijn kind.

Wauw, zei je, ongelovig. Bedoel je dat ik een God ben?

Nee. Nog niet. Je bent een foetus. Je groeit nog. Zodra je elk menselijk leven hebt geleefd in alle tijd, zal je voldoende gegroeid zijn om te worden geboren.

Dus het hele Universum, zei je, is alleen ...

Een ei. antwoorde ik. Nu is het tijd om door te gaan in jouw volgende leven.

En ik stuurde je op jouw pad.

Andy Weir

vrijdag 23 december 2011

Liefde is vrede


Er zal geen vrede onder de mensen zijn,
zolang er geen tuin van broederschap op aarde is.
Want hoe kan er vrede zijn
als ieder mens uit is op zijn eigen voordeel
en zijn ziel in slavernij verkoopt?

Jij, kind van licht,
verenig je met je broeders en zusters,
en ga samen op weg,
om de paden van de Wet te onderrichten
aan hen die willen horen.

Hij die vrede heeft gevonden
met de broederschap der mensen,
heeft zichzelf gemaakt
tot medewerker van God.

Ken deze vrede met je geest,
verlang naar deze vrede met je hart,
vervul deze vrede met je lichaam.

Jezus

Uit het Esseense Evangelie van de Vrede

Het Esseense Evangelie is een ware diamant en bevat talloze aspecten van wijsheid en inzicht die ons door Jezus zijn aangereikt ter vervulling van onze levensbestemming. Het Vaticaan echter heeft steeds haar uiterste best gedaan om niet te reageren op de ontdekking van de Dode Zeerollen in de woestijn van Juda (1947), zoals ook de ontdekking van de schriftrollen in Nag Hammadi (1945) door de kerk verzwegen werden.

Wat was de Esseense broeder- en zusterschap? Was er een relatie met Jezus? Wat leerden de Essenen? In de Esseense evangeliën vinden we vele prachtige uitspraken van Jezus die niet terug te vinden zijn in de vier evangeliën (de canon). In deze Esseense teksten wordt vooral de nadruk gelegd op de rol van Jezus als een groot genezer die als een meester de Kosmische wetten onderricht, vertelt over de betekenis van de elementen en de engelen, de invloed van de juiste voeding benadrukt en vooral erop wijst hoe wij onze innerlijke vrede kunnen bewaren. De wijsheid die Jezus onderrichtte gaat voor een deel terug tot de oeroude Universele wijsheid die steeds opnieuw door grote meesters, wijzen en leraren aan de mensheid is onderricht. Juist voor onze tijd van grote planetaire overgangen en klimatologische veranderingen zijn bepaalde teksten van intens belang.

Het licht van het zoeken



Intrigerend gesprek tussen ambassadeur G'Kar [G] 
en een vragensteller [V] in de SF-serie Babylon 5 (d.d. 27-7-2002):

G:

" ... En daarom besteden we teveel tijd aan pogingen om serieus te zijn. Alsof dat bewijst dat we meer verlicht zouden zijn zijn, beter dan ieder ander. Maar we kunnen niet vrij zijn voordat we geleerd hebben te lachen om onszelf. Als je eenmaal in de spiegel kijkt en ziet hoe dwaas we kunnen zijn, is lachen onvermijdelijk. En lachen brengt wijsheid voort.

Volgende vraag."

V:

"Wat is waarheid? En wat is God?"

G:

"Dat wil je niet echt weten."

V:

"Ja, toch wel. Alstublieft!"

G:

"Als ik een lamp neem en daarmee op een muur schijn, zal er een heldere plek verschijnen op die muur. De lamp staat voor ons zoeken naar waarheid, naar inzicht. Te vaak nemen we aan dat het licht op de muur God is. Maar het licht is niet het doel van de zoektocht; het is het resultaat ervan. Hoe intensiever de zoektocht, des te feller het licht op de muur. Hoe feller het licht op de muur, des te groter het gevoel van openbaring. Evenzo zal iemand die niet zoekt, die geen lamp met zich meeneemt, niets zien. Wat wij als God zien, is het neveneffect van ons zoeken naar God. Wellicht is het slechts onze waardering voor het licht, zuiver en onbesmet, zonder dat we beseffen dat het licht van ons komt.

Soms staan we in de weg van het licht en denken dat we de spil van het heelal zijn. God lijkt [dan] verbazingwekkend veel op ons. Of we draaien ons om en kijken naar onze schaduw, en menen dat alles duisternis is. Als we in de baan van het licht gaan staan, missen we het doel: het licht van ons zoeken gebruiken om de muur in al zijn schoonheid - en in al zijn gebreken - op te laten lichten, en zo doende de wereld rondom ons beter te begrijpen."

V:

"Ah, ja, maar: ... Wat is waarheid? En wat is God?"

G:

"De waarheid is een rivier."

V:

"En wat is God?"

G:

"God is ... de monding van de rivier."